Categorieën
Geen categorie

Een vreemde kostganger

De heer J.B. is in 1963 op 69-jarige leeftijd al enige jaren kostganger in de Veeteeltstraat bij de 67-jarige mevrouw J.C.M. van der Stek. Alhoewel de man al een tijdje aan het uitkijken is naar een ander kosthuis, is de verhouding tussen beiden volgens de buren redelijk te noemen. Wel zijn er soms luidruchtige ruzies wat betreft het al dan niet roken in huis, het al dan niet planten van plantjes in de tuin en andere kleinigheden.

Toch moet er tijdens de Pinksterdagen dat jaar iets ontzettend mis zijn gegaan. Wanneer de buren al een aantal dagen geen teken van leven meer zien, besluit buurman de Jong over het muurtje te stappen en via de achtertuin polshoogte te nemen. Wat hij aantreft valt niet mee. Mevrouw van der Stek ligt dood op de grond, gewurgd met een electriciteitssnoer. De heer J.B. op zijn beurt heeft zich in de deuropening van de keuken naar de gang opgehangen.

Op tafel wordt een briefje aangetroffen met als tekst “Wij zijn eruit gestapt”, met een lange lijst namen van familieleden die op de hoogte gesteld moeten worden, met de adressen erbij. Het blijft echter de vraag in hoeverre de vrouw vrijwillig de dood ingegaan is, omdat zij tevens een ernstige hoofdwond vertoont.

Volgens de buren had mevrouw van der Stek, weduwe, de heer J.B., die zij via een advertentie ontmoet zou hebben, al diverse malen verzocht het huis te verlaten. Deze was daartoe echter steeds niet bereid gebleken. Nu verlaten beiden gezamenlijk het huis; als stoffelijke overschotten weliswaar. De exacte gang van zaken in die Pinksterdagen van 1963 is, zover uw redactie bekend is, nooit veel duidelijker geworden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.