Categorieën
Geen categorie

Onderlangs gereed

Uit het Algemeen Handelsblad van 16 mei 1927

PLANTSOEN EN LENTEFEEST

Vreugde in Tuindorp Watergraafsmeer

Zaterdagmiddag om en nabij halfdrie – halfvijftien heet dat in het nieuwe spoorboekje – is Amsterdam weer een plantsoen rijker geworden. In deze lentetijden is dat een welkom ding.

Het nieuwe plantsoen draagt den naam van “Plantsoen Onderlangs” en is gelegen in het tuindorp Watergraafsmeer, of om duidelijker te zijn, tusschen het “Betondorp” en de Weesperzijde. In de lente is, zoo schreven wij, de aanwinst van een plantsoen een welkom ding; doch hier is dit nog meer het geval, daar het onmiddelijk naast de grauwe en geestelooze betonnen blokkendozen gelegen is die tezamen het Betondorp vormen en zoo aan deze cementen eentonigheid in de tooekomst nog eenige fleur zal geven.

De bewoners van het tuindorp hebben het gereedkomen van het “Plantsoen Onderlangs” wel gewaardeerd. Gistermiddag is er feest geweest ter eere van de opening ervan: er was een aardige optocht van kinderen met vlaggen door de straten van dit landelijk deel van de hoofdstad, er was muziek, dan kwam de officieele opening van het plantsoen waarbij wethouder Ter Haar het woord voerde en tenslotte was er een buitengewoon aardig lentefeest met reidansen waarbij de kinderen van het Tuindorp hun liedjes zongen; een alleraardigste vertooning die door zeer velen werd gadegeslagen, terwijl ook de zang van een kinderkoor, dat onder Hespe’s leiding zich hooren deed veel luisteraars trok.

Bij de openstelling van het “Plantsoen Onderlangs” dat langs den dijk gelegen is en dat behalve van het dorp met breede trappen van den hooger gelegen weg bereikbaar is hield de heer J. der Haar Jr. een rede waarin hij herinnerde aan het “Onderlangs en Bovenover” bij Arnhem met zijn onvolprezen natuurschoon. Het gemeentebestuur heeft hier naast de straten ook een stuk natuur gemaakt, waarin men het stads gewoel zal kunnen ontvluchten. De mensch heeft immers behoefte af en toe eens tot zichzelf in te gaan, na te denken over zijn diepste wezen – tot zijn geestelijk en lichamelijk welzijn. De natuur leert ons open oog te hebben voor haar schoonheid en daarom, zoo ongeveer zeide spr., verheug ik mij over dit plantsoen. Amsterdam heeft er een stukje natuur bij gekregen.

De heer Ter Haar besloot zijn rede met allen op te wekken het plantsoen te sparen en te ontzien, daarna verklaarde hij het namens het gemeentebestuur voor geopend. De voorzitter van de commissie die de feestelijkheid op touw gezet had, dankte vervolgens met een korte toespraak den wethouder voor zijn woorden; daarna begon op de groote speelplaats het lentefeest, dat ondanks regenbuien niet gestaakt werd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.