Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Beton? De baksteenindustrie denkt er het zijne van

Uit Klei, orgaan der Vereeniging van Nederlandsche Baksteenfabrikanten, 15 mei 1925

ARME BELASTINGCENTEN

De bewoners van het betondorp Watergraafsmeer laten luide klaagliederen hooren over den onhoudbaren toestand van de door hen, tegen hooge huren, betrokken woningen. Naar we vernemen zijn de muren drijfnat en de schimmel zit één centimeter dik op de muren, het water loopt met stralen langs de ramen, zoo erg, dat zich geheele plassen in de kamers vormen. Dat zulks niet overdreven is, blijkt uit het feit, dat aan verschillende bewoners door den woningdienst andere woningen worden toegewezen: de mooie nieuwe voortreffelijke en niet te vergeten goedkoope betonwoningen kosten inmiddels handen geld aan reparatie.

Niettegenstaande dat door den woningdienst dit euvel wordt erkend, blijft Amsterdam doorgaan met proeven te nemen; nog schijnt niet te worden ingezien, dat de beton, hoe uitstekend materiaal dan ook, zich voor huizenbouw niet eigent.

Arme belastingcenten!

Vier maanden later drukt het blad Klei wederom een artikel af, waarin de treurige toestand der betonwoningen centraal staat. Dat artikel (15 september 1925) nemen we hieronder volledig over.

Intussen is wel algemeen bekend dat het beton niet altijd een even prettige bouwstof is gebleken in Betondorp. Het Tijdschrift voor volkshuisvesting schrijft daar in 1928 over:

Als bezwaar tegen het “betondorp” kan in het algemeen gelden, dat meestal geen zuivere betontechniek is toegepast, aangezien bijna steeds voor de baksteen naar een vervangend betonamteriaal werd gezocht (meestentijds minderwaardig aan baksteen), terwijl voor de overige gewone houten constructies voor vloeren, trappen enz. werden toegepast.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.