Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950 Geschiedenis 1951-1960

Pastoor Vriens start de Open Deur

In 1944 voelt de pastoor van Betondorp, pater Adrianus J. Vriens, zich opgesloten in Betondorp. Vriens is sinds 1936, samen met zijn assistent pater Fr. A. Kampenhout in het dorp benoemd met als vooruitzicht dat hij na de opstartperiode uitgezonden zal worden naar de missie. Maar vanwege de oorlog is dat al geruime tijd onmogelijk. Vriens klaagt zijn nood bij de bisschop van Haarlem, Johannes Petrus Huibers, die hem suggereert om als alternatief, missionair in Amsterdam te gaan optreden. Het idee laat Vriens niet los en leidt tot oprichting van een pastorie voor niet-katholieken, “Open Deur”, die zich in eerste instantie vestigt op de Heiligeweg en later ook op de Hoofdweg en op Linnaeushof 44.

Open Deur is een succes en de operatie wordt geleidt door zeven paters van de Congregatie van de Heilige Familie, waar het witte kerkje in Betondorp ook bij hoort. Er vinden conferenties met dominees plaats, er zijn allerlei cursussen, honderden mensen worden voorbereid voor het Heilig Doopsel en het spraakmakende boek van de gereformeerd theoloog Berkouwer wordt besproken, Conflict met Rome.

Het succes van Open Deur, dat ook in andere steden in Nederland wordt nagevolgd, maakt het verblijf in Nederland voor pater Vriens blijkbaar dragelijker, want hij blijft in totaal maar liefst 25 jaar aan de parochie in Betondorp verbonden en zal ook later Nederland niet meer verlaten. Vriens overlijdt uiteindelijk in 1979 op 83-jarige leeftijd. Pater Kampenhout wordt minder oud. Hij verwisselt al in 1957 op slechts 56-jarige leeftijd het tijdelijke met het eeuwige.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Viering 25 jaar Betondorp

In het communistisch dagblad De Waarheid wordt op 1 september 1949 een artikel betreffende de eerste 25 jaar van Betondorp geplaatst, dat wij hier geheel overnemen.

Vlaggen op de Brink en in “het dorp”

Tuindorp Watergraafsmeer bestaat 25 jaar

(Van onze verslaggeefster)

Op de Brink. het beroemde plein van Tuindorp Watergraafsmeer, zullen de volgende week de vlaggen hoog in top waaien. Vijf en twintig jaar geleden duwden pioniers moeizaam handkarren met opgeladen meubelen door het zand van de onbestrate wegen om zich in het Tuindorp Watergraafsmeer te vestigen. De eerlijkheid, die geschiedschrijving vereist, gebiedt ons de rechten te erkennen van een minderheid, die verklaart reeds 27 jaren in Betondorp (wie spreekt van Tuindorp Watergraafsmeer?) te wonen, maar alles – die twee jaren zijn bij de prijs inbegrepen: ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum gaat Betondorp een week lang feestvieren. Zaterdagmiddag a.s., te half vier, worden de jubileumfeesten geopend met een muzikale rondtocht en de volgende Vrijdag eindigen zij met een concert van de mannenzangvereniging “Amsterdam-Oost. Daartussen vallen straatfeesten, cabaret- en toneeluitvoeringen, voorstellingen voor de jeugd en de ouden van dagen, étalagewedstrijden, dankdiensten in de kerken en een uitvoering van de Harmonievereniging “Watergraafsmeer”. De buurtverenigingen hebben gezamenlijk de voorbereiding tot de feestelijkheden getroffen.

Huizen met stromend water

In 1924 kwam het eerste complex gereed van de kleine duizend woningen, die de gemeente in dit uiterste Zuid-Oosten van de stad heeft laten neerzetten. Deze huizen waren van beton, bedoeld als proef. De woningen stonden nog niet lang, of er kwamen klachten over vochtigheid; deze klachten bleven gedurende 25 jaar consequent bestaan en werden de laatste jaren uitgebreid met de klacht, dat de gemeente al die tijd niets aan de woningen heeft laten doen. Van veel beter kwaliteit zijn de woningen, waarvan de bouwvereniging “Eigen Haard” en de “Algemene” er ieder 526 hebben laten neerzetten.

Maar hoe dan ook: welk een verbetering voor een aantal arbeidersgezinnen van hun behuizing op de Eilanden weg te trekken naar die lage huisjes met voor- en achtertuin. “Als ik er nog aan denk, hoe we gelachen hebben, toen de handkart, waarmee wij onze spullen overbrachten, om de haverklap in het zand bleef steken en dompte”, vertelt ons nu een van de oude garde, die destijds tot de volksverhuizers behoorde.

Ter leringhe ende vermaeck

Toen de timmerlieden, de metselaars, de schilders en stratenmakers hun werk hadden gedaan, gingen de bewoners zich beraden, wat er verder te doen stond om het aangename, dat reeds werd bereid door landelijke rust en bloementuintjes, uit te breiden en te verenigen met het nuttige van een cultureel leven. Om te beginnen wrochtte de vlijt van de ouders een speeltuinvereniging “Amsterdam-Oost” (met tuin, aan het Onderlangs). Niet veel jonger dan Betondorp zelf is de voetbalvereniging T.W.M. Deze letters betekenen: Tuindorp Watergraafsmeer. (T)och (W)eer (M)azzel zeiden leden en bestuurders tot elkaar, als de vereniging had geworsteld met moeilijkheden en was bovengebleven. Thans is de bloei van T.W.M. wel geconsolideerd: de vereniging, een tweede klasser, heeft zes elftallen lopen. Dan is er de gymnastiekvereniging D.O.C. U zult in Betondorp niet veel ouders vinden, die hun kinderen niet in D.O.C. hebben. Truida Bonnet, turnkampioene van Nederland, is groot geworden in D.O.C.; thans, nu zij in Friesland woont, is zij nog steeds erelid. Verder beschikt Tuindorp Watergraafsmeer over een muziekvereniging van deze naam, die bij deze gelegenheid luister bijzet aan plaatselijke evenementen en die op concoursen goede sier maakte. Tenslotte zijn er een mannenzangvereniging “Amsterdam-Oost”, een tuingroep “Rust en Vreugde”, een openbare leeszaal en een bridgeclub, terwijl aan het enige ontbrekende: een klaverjasclub, wordt gewerkt. Wij zal de vrije uren tellen, waardoor al deze verenigingen groot zijn geworden?

Ook op ander gebied hebben de Tuindorpers het nodige bereikt: door hun voortdurende actie, tezamen met de Watergraafsmeerders, verdwenen tenslotte de hatelijke spoorbomen aan de overgang 3de Oosterparkstraat bij de Tugelaweg.

Voorbeeldige gemeenschap in hongerwinter

Tot ver in de Watergraafsmeer is de naam bekend van dokter Wagenaar. Deze arts dankt zijn populariteit vooral aan zijn activiteit gedurende de hongerwinter Amsterdam getoond was gemeenschapszin kan bereiken. Voedsel en turven, uit het hele land bijeengebracht, werden door de bewoners nauwlettend beheerd. Toen de nood aan de man kwam, was de jeugd de eerste, die extra voedsel kreeg, daarna volgden de ouden van dagen. Grote gezinnen, hulpbehoevenden werden verzorgd en op de duur kreeg iedere dorpsbewoner op bepaalde tijden extra levensmiddelen. Vrouwen schilden dag in dag uit aardappelen en verzorgden groente. Er werden 158 kinderen naar Friesland en Drente uitgezonden.

Dokter Wagenaar heeft in de organisatie van al deze hulp een belangrijk deel voor zijn rekening gehad. Trouwens, de gehele werkzaamheid van de bevolking onder leiding van het noodcomité is een der belangwekkendste punten uit de geschiedenis van Betondorp. Een geschiedenis van een kwart eeuw, waaruit de komende dagen heel wat zal worden opgehaald, in buurtgesprekken, op het Hofje aan de Brink, in feestredevoeringen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Drie kinderen aan de dood ontsnapt

Uit de Telegraaf van 21 december 1950

Drie kinderen aan dood ontsnapt

Een agent van politie van het bureau Linnaeusstraat heeft in de afgelopen nacht door zijn oplettendheid en onmiddelijk ingrijpen drie gezinnen uit de Sikkelstraat in het Betondorp voor groot levensgevaar, nl. gasvergiftiging, behoed. Dank zij het optreden van de politieman bleven de gevolgen nu beperkt tot drie kinderen, die reeds bedwelmd in hun bedje lagen, maar die spoedig weer bijkwamen.

Even na tweeën surveilleerde de agent in de Sikkelstraat toen zijn blijkbaar goed ontwikkeld reukorgaan een gaslucht waarnam. Langs de huizen probeerde hij vast te stellen waar de lucht vandaan kwam. Tot hij voor een perceel kwam, waar de lucht nog sterker was. Hij rook aan het sleutelgat en constateerde dat het gas uit het huis drong.

Direct sloeg de politieman alarm. Hij belde de bewoners wakker. Verschrikt kwamen dezen kijken en zij merkten toen dat er een verstikkende gaslucht in hun huis hing. Ramen en deuren werden opengegooid. Ook in de twee naastgelegen woningen bleek gas te zijn binnengedrongen. Dr. Wagenaar, die vlakbij woont, verleende de eerste hulp. De drie kinderen die reeds bewusteloos waren geraakt, behoefden niet naar het ziekenhuis te worden gebracht.

Vermoedelijk door een breuk in de gasbuizen voor deze percelen was het gas door de fundering en de vloer in de woningen gedrongen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Burgemeester Wagenaar

Wagenaar

In verband met de vrees dat Betondorp bij een confrontatie tussen de inmiddels in Normandië gelande geallieerden en de Amsterdam verdedigende Duitse troepen van de belangrijkste voorzieningen en ook voedsel zal worden afgesneden, wordt in 1944 binnen Betondorp door een situationeel Noodcomité Tuindorp Watergraafsmeer overlegd over maatregelen om dat eventuele leed te verzachten. Er wordt onder andere gesproken over de noodzaak tot inrichten van een noodziekenhuis op het Zuivelplein, het treffen van bijzondere voedselvoorzieningen, het oprichten van een technische dienst voor onder andere dijkbescherming, een veterinaire dienst en een bewakingsdienst. Zo’n 500 Betondorpers geven zich bij het comité op om mee te helpen. De saamhorigheid is groot.

Voûte

Een en ander gaat in overleg met de Gemeente Amsterdam en de na de Februaristaking door het nationaalsocialistisch bewind aangewezen burgemeester Edward Voûte. Besloten wordt een vertegenwoordiger van de Gemeente aan te wijzen om de beschermingsactiviteiten zoals hierboven genoemd te leiden en verder vorm te geven. Hiertoe wordt arts J.H. Wagenaar, woonachtig op Middenweg 162, aangewezen, die ook al functioneert als voorzitter van het Noodcomité. De buurman van Wagenaar van Middenweg 160, J.F. Becker, wordt conform zijn positie in het Noodcomité als vervanger aangewezen.

Alhoewel de term ‘burgemeester’ voor Wagenaar niet genoemd wordt, wordt hij al gauw in zijn functie als plaatsvervangend vertegenwoordiger van Voûte ‘burgemeester van Betondorp’ genoemd. Wagenaar mag, indien het dorp door oorlogshandelingen geïsoleerd komt te liggen, namens Voûte de belangen van de bevolking behartigen bij het bezettend troependeel, leidinggeven aan de hulpverlening aan gewonden, de burgerlijke stand provisorisch bijhouden, begrafenissen regelen en zelfstandig hulp verlenen bij luchtaanvallen.

Al gauw wordt duidelijk dat de door de nationaalsocialisten gevreesde snelle doorbraak van de geallieerden (‘Dolle Dinsdag’) niet tot stand komt. Wel volgt op de aanstelling van Wagenaar de hongerwinter, waarin het Noodcomité door coördinerende werkzaamheden zich zeer nuttig weet te maken. Betondorp telt eind 1944 nog 1.200 kinderen, die weliswaar gevoed worden door de Gemeente Amsterdam, maar toch door honger dreigen om te komen. Wagenaar organiseert transporten van deze kinderen naar Friesland, waar hij relaties heeft.

Uit: Een jaar Noodcomité; zie link hieronder

Per 19 januari 1945 wordt Wagenaar weer eervol ontslagen van zijn waarnemend ‘burgemeester’-schap. Vanuit zijn voorzitterschap van het Noodcomité zet hij zijn werkzaamheden voort. Ook na de oorlog blijft arts Wagenaar nog geruime tijd betrokken bij sociale activiteiten in Betondorp. In 1946 verschijnt zijn boek Een jaar Noodcomité.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940 Geschiedenis 1941-1950 Geschiedenis 1951-1960 Geschiedenis 1961-1970 Geschiedenis 1971-1980 Geschiedenis 1981-1990 Geschiedenis 1991-2000

Geschiedenis van de Heilige Familie Kerk in Amsterdam Oost (Betondorp)

Aanvankelijk was er geen kerk in de nieuwbouwwijk Betondorp. De Rooms Katholieken komen vanaf 1936 in de voormalige Roosenburghschool aan het Zuivelplein bijeen, in de Kerk van de Heilige van Nazareth, een initiatief van de Sint Petrus Banden parochie te Diemen.

Op 22 mei 1951 werd de eerste paal geheid en op 7 oktober van dat jaar werd de eerste steen gelegd door deken Boekhorst, met assistentie van de pastoors van Diemen en Duivendrecht.

Het jaar daarop werd de kerk op 15 juli in gebruik genomen en op 28 augustus 1952 is de kerk door de mgr J.P, Huibers, toenmalig bisschop van Haarlem, geconsacreerd.

De kerk is gebouwd in de stijl van de Delftse School, en ontworpen door H.A. van Oerle en J.J. Schrama.

Het witte kerkje

Oorspronkelijk was de kerk geheel wit (vandaar de bijnaam “het witte kerkje”), maar in 1962 werd het witsel verwijderd, waardoor de rode baksteen zichtbaar werd. In oktober 1965 werd er een nieuwe vleugel in gebruik genomen. Dit gemeenschapshuis heet D’Uytvlught, naar een buitenplaats die er vroeger vlakbij lag. Het reliëf boven de ingang is van de beeldhouwer C. Stouthamer.

De pastorie, aan de noordkant, fungeerde aanvankelijk als klooster voor zeven paters en broeders. In 2003 is deze kerk als parochiekerk gesloten en zijn de parochianen toegevoegd aan de Hofkerk (Martelaren van Gorkum, Linnaeushof). Sindsdien heeft een Kroatische kerk (Kroatisch Katholieke Missie) het pand enige tijd gebruikt.

Parochie van de Blessed Trinity.

De geschiedenis van de parochie van de Blessed Trinity gaat terug tot 19 november 1958. Pater H.W.A. Hendriks richtte samen met een paar leraren van het Sint Ignastius College en het Fons Vitae de Stichting Katholiek Orientatiecentrum Voor Vreemdelingen op. Al spoedig werden er eucharisatievieringen in de Engelse taal verzorgd op het Begijhof. Aanvankelijk was de populatie gelijkmatig verdeeld over verschillende nationaliteiten, totdat er een grote groep Ieren kwam. Ierse meisjes konden namelijk in hotels gaan werken. De volgende grote groep die bij de gemeenschap kwam waren meisjes uit de Filipijnen die in de verpleging of de textielindustrie kwamen te werken. Tot slot kwam er een grote groep Afrikanen, met name Nigerianen en Ghanezen. De parochie was uitgegroeid tot ongeveer 400 bezoekers per zondag en vooral op het Begijnhof leidde dat op dagen dat er veel toeristen waren tot veel verkeersdrukte op de Rozengracht. Sinds 1996 is de Parochie van de Blessed Trinity gehuisvest in de Heilige Familiekerk. Door de coronacrisis is het aantal gelovigen die op zondag naar de vieringen komen, natuurlijk flink teruggelopen. Nu de maatregelen (oktober 2021) wat worden versoepeld komen er weer zo’n 200 gelovigen naar de H. Mis op zondag.

In 2014 kreeg het gebouw van de Heilige Familiekerk het de status van gemeentelijk monument.

  1. PARISH OF THE BLESSED TRINITY

De kerk aan de Zaaiersweg was vroeger een parochiekerk met de naam “Kerk van de Heilige Familie”. Momenteel is het een Engelstalige migrantenparochie onder de naam “Parish of the Blessed Trinity” (Parochie van de Heilige Drie-eenheid). Een beknopte geschiedenis van deze katholieke gemeenschap is hierboven beschreven.

Op de foto ziet u het interieur van de kerk.

Centraal in de kerk is het altaar, waar de H. Mis wordt opgedragen. Wij zijn een Rooms Katholieke parochie en als zodanig onderdeel van het Bisdom Haarlem-Amsterdam. Bisschop Johannes Hendriks is onze bisschop.

Voor de katholieke Kerk is de Heilige Mis, of de Eucharistie zoals dit ook wordt genoemd, “de bron en het hoogtepunt van het kerkelijk leven.” Zo omschrijft de Kerk zelf de betekenis van de Eucharistie. In onze Blessed Trinity parochie is dit op een bijzondere manier waar. Wij zijn een parochie zonder territorium. Alle “normale” parochies (d.w.z. geen immigrantenparochies of ander parochies met een bijzondere doelgroep) hebben een bepaald gebied en de katholieken die wonen in dat gebied, behoren dan tot deze parochie. Bij ons kan iedere gelovige, waar hij ook woont, lid worden van de parochie. Daar de parochie speciaal is opgericht voor Engels sprekende migranten, zijn het vooral deze mensen die zich als parochiaan laten inschrijven. De meeste parochianen komen eens in de week, op zondagmorgen, samen voor het vieren van de Eucharistie. Deze Eucharistieviering is in het Engels en volgt verder de algemene richtlijnen voor de H. Mis zoals deze gelden voor alle Eucharistievieringen in de Katholieke Kerk.

De H. Mis is “de bron van het kerkelijk leven”, dat wil zeggen dat de gelovigen in de H. Mis de kracht en inspiratie opdoen  voor hun christelijk leven, voor het leven als navolgers van Christus. In de H. Mis worden de gelovigen geestelijk gevoed met Gods Woord dat wordt gelezen en verklaard, en door het Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus. De Katholieke Kerk gelooft dat Jezus Zich werkelijk geeft in het Sacrament van de Eucharistie en dat de viering van de H. Mis  het Offer van Christus op Calvarië tegenwoordig stelt.

De H. Mis ik ook “het hoogtepunt van het kerkelijk leven” omdat het op Sacramentele wijze viert wat de uiteindelijke bestemming is van de Kerk en van het leven van iedere gelovige: het Hemels gastmaal dat Jezus heeft beloofd aan Zijn volgelingen. De H. Mis is ook de hoogste lof die we aan God kunnen geven omdat het Offer  van Christus Zelf wordt tegenwoordig gesteld, het Offer dat de wereld met God verzoend.

Naast de viering van de Eucharistie zijn er natuurlijk tal van andere activiteiten: van geloofsonderricht tot het onderhoud van het kerkgebouw, van koorzang tot voorbereiding van de liturgie. En er zijn ook pastorale taken, die in de charitas en het bezoek aan zieke parochianen worden verwezenlijkt. De “focus” van de Blessed Trinity parochie ligt echter niet zozeer op de georganiseerde taken “naar buiten toe”  – die natuurlijk wel wezenlijk behoren tot de taken van een katholieke parochie – juist omdat we geen territorium hebben en het moeilijk is om dingen te organiseren buiten de zondag om. De parochianen hebben wel de zending om in hun dagelijks leven in praktijk te brengen wat hen op de zondag door het Woord van God wordt gezegd. De wekelijkse viering van de Eucharistie dient “het desem te zijn voor het brood van alledag.”

Voor meer informatie over onze parochie verwijs ik u graag naar onze website waar u veel kunt lezen over ons geloof en onze activiteiten: blessedtrinity.nl

Ik hoop dat de kennismaking met onze parochie voor allen duidelijkheid mag geven over wat we geloven en doen en dat het wellicht ook inspiratie mag schenken. Fr. Peter Klos, pastoor

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940 Geschiedenis 1941-1950 Geschiedenis 1951-1960

Ronde van Betondorp

Voor de Tweede Wereldoorlog is al sprake van een wielerwedstrijd die de Ronde van Betondorp wordt genoemd, maar die vindt plaats op een baan. Eerst is dat een wielerbaantje bij de Duivendrechtse brug, dat echter gesloopt wordt, waarna de jeugdwedstrijd in 1936 op de speciaal daarvoor door de directie aangeboden VEKA-baan plaatsvindt.

Over eventuele tussenliggende rondes zijn we slecht geïnformeerd, maar in ieder geval op zondag 4 juni 1950 vindt vanaf 13.30 uur wederom de Ronde van Betondorp plaats, maar ditmaal voor volwassen wielrenners. Wielrenrondes door Amsterdamse wijken zijn populair die tijd. Tegelijk met de Ronde van Betondorp wordt op die zondag ook de Ronde van de Eilanden gereden.

De Ronde van Betondorp wordt dat jaar bij de amateurs (die 80 kilometer afleggen) door de Amsterdammer uit de Nieuwmarktbuurt, Hein (Henk) van Breenen (‘Tarzan’) gewonnen. De nieuwelingen leggen 60 kilometer af. Hier is de winnaar de Amsterdammer J. Zaharadnik. De wedstrijd wordt door De Germaan georganiseerd, en de opbrengst is bedoeld voor de speeltuinvereniging Amsterdam Oost.

Op zondag 3 juni 1951 vindt er weer een Ronde van Betondorp plaats, die als derde Ronde van Betondorp wordt aangekondigd. Deze keer begint de wedstrijd om 13.30 uur. Wielerclub De Germaan is weer de organisator en de opbrengst is weer voor speeltuinvereniging Amsterdam Oost. Ditmaal wint de Amsterdamse wielrenner Albert Donker bij de amateurs, die ditmaal 110 kilometer moeten rijden. Bij de nieuwelingen is de winnaar Daan de Groot.

Over een aangekondigde Ronde van Betondorp van 8 juni 1952 konden we geen verslag terug vinden. Mogelijk ging deze niet door. Volgende poging van De Germaan – uiteindelijk zal de wedstrijd georganiseerd worden door Wevo Supersport) is een wedstrijd op 18 juli 1953. Deze Ronde van Betondorp (80 kilometer) wordt voor beroepsrenners gewonnen door de Amsterdammer Henk Lakeman. De organisatie van de wedstrijd krijgt geen voldoende in een recensie in de Telegraaf. Er wordt gesproken over een nonchalante voorbereiding, die tot een te late start van de wedstrijd leidt. Hierdoor moet de wedstrijd uiteindelijk met 20 kilometer worden ingekort. Nog meer feilen somt het dagblad op:

Slecht uitzicht, een geluidsinstallatie, die de renners onvoldoende bereikte, weinig of geen controle langs het circuit vormden onoplosbare problemen voor de jury. Dit geheel werd omlijst door publiek, dat de afzetting negeerde en door vele loslopende honden. Organisatie in vacatiestiijl. […] De strijd van het handjevol profs – 19 kwamen aan de start – vormde een merkwaardig contrast met het bovenstaande. De bewoners van het Betondorp hebben genoten van levendige strijd met geslaagde uitlooppogingen en fraaie klassementsspurts.

Ook in 1954 staat er weer een Ronde van Betondorp op het programma, wederom te organiseren door De Germaan en op 9 mei dit keer. Uiteindelijk wordt de wedstrijd op 15 augustus 1954 gereden, met de opbrengst weer voor speeltuinvereniging Oost. Ditmaal wint sprinter Captein de straatronde.

Op 24 juli 1955 staat de volgende Ronde van Betondorp gepland. Er zijn nu zoveel wielerrondes in niet alleen Amsterdam maar in het hele land, dat de aandacht van de pers aan het verflauwen is. De wedstrijd begint aan het Onderlangs en gaat onder andere door de Ploegstraat en de Tuinbouwstraat; het rondje wordt 80 maal gereden en bedraagt ca. 90 kilometer. Winnaar is ditmaal de Amsterdammer Klebach.

Op 3 juni 1956 staat weer een Ronde van Betondorp op het programma, te organiseren door De Germaan, voor amateurs en nieuwelingen. Hier vonden wij geen verslag meer van terug. Ook van latere Rondes van Betondorp is niets meer terug te vinden in oude kranten, zodat het wel eens zou kunnen zijn dat de Ronde van 1955 de laatste is geweest.

Wel vindt er nog in de jaren zeventig een Ronde van Betondorp plaats, maar dat is dan een hardloopwedstrijd over 25 kilometer…

Categorieën
Geschiedenis 1941-1950

Viering 25-jarig bestaan Betondorp

In het Parool van 5 september 1949 wordt uitgebreid op luimige wijze – geïntroduceerd in de verslaggeving door het communistische blad De Waarheid – aandacht besteed aan de viering van 25 jaar Betondorp, het zogenaamde Betonfeest.

Betondorp […] Zaterdagmiddag kwarteeuwelijk bestaan begonnen te vieren. Optocht van alle in Tuindorp Watergraafsmeer aanwezige verenigingen. Werd lange stoet, want zijn er véél. Om paar te noemen: gymnastiekclub, E.H.B.O.-dito (opsommings-volgorde helemaal toevallig, clientele…!), klaverjasclub, zangvereniging, gaat u zo maar door. Stonden zich allemaal in warme zon op te stellen op Onderlangs. Kinders van Groen van Prinstererschool en Watergraafsmeerschool met prachtig-versierde fietsen en autopeds en andere kinderlijke vervoermiddelen. Duurde nog héle tijd voor stoet zich in beweging stelde. Voorop, toeterend en trommelend, muziekvereniging t.W.M. Zo ging het door versierde straten, waarin mensen zwaaiend en roepend naar familieleden in stoet in blij herkennen.

Op weg naar de Brink, waar wethouder In ’t Veld om 17 u. die Betondorpers toegesproken. En ’s avonds op diezelfde Brink: bal. Zo maar in open, warme zomeravond. En iedereen hopsen op meeslepende muziek van “Ons eigen band”, zijnde Zuidafrikaanse naam van Betondorps dansorkest.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Frits van Egters en de Egstraat

Beste mensen, de Ploegstraat en de Egstraat lopen in elkaar over en voor je het weet sta je aan de rand van het kerkhof. Wat ik me de hele tijd afvraag is of de naam van de hoofdpersoon van de avonden van Gerard Reve, Frits van Egters, misschien afkomstig is van de Egstraat. Ik kan het nergens vinden. Iemand een idee?

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Een kleine heldendaad

Neem een kijkje op de prachtige site genaamd Een kleine heldendaad, over meester Laurens Janszen van de Watergraafsmeerschool aan het Huismanshof, die in 1941 weigerde Joodse leerlingen bij hoofd van de school Kruimink aan te geven en daarom zijn functie verliest.

Alhoewel Kruimink wist wie de leerlingen van de school waren, kwam hij speciaal naar mij om te vragen of ik de namen van de Joodsche leerlingen van mijn klas had genoteerd. Ik antwoordde hem dat ik alleen Nederlandsche kinderen in mijn klas had en ik niet in staat was uit te maken wie van hen Joodsche kinderen waren. Daar kwamen natuurlijk woorden over met het gevolg dat Kruimink den Wethouder telefonisch opbelde en ik mij een half uur later op het Stadhuis bevond. 

Het gevolg is dat meester Janszen door de bewoners van Betondorp als held wordt vereerd. Net zo goed zullen de Joodse kinderen van de school worden verwijderd en grotendeels door de nationaal socialisten omgebracht. Meester Janszen wordt door de wethouder naar een andere school overgeplaatst. Direct na de oorlog komt meester Janszen weer terug op de Watergraafsmeerschool.