Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960 Geschiedenis 1961-1970 Geschiedenis 1971-1980

De Vluchthaven

In 1953 staat het schoolgebouw aan het Zuivelplein leeg en de gemeente laat een oog op het pand vallen in verband met de huisvesting van de Vluchthaven, een doorgangshuis voor jongens dat daarvoor op Frederiksplein 37 gevestigd is. De eerste jaren is er weinig nieuws over de Vluchthaven, waar jongens opgevangen worden die thuis of elders zijn vastgelopen, of die in afwachting van een rechtzaak voor kleine vergrijpen in voorarrest zitten. Het is een unieke instantie, tussen jeugdgevangenis en kindertehuis in. In 1973 breekt er echter – zoals ook op veel plekken elders in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg – een crisis uit bij de Vluchthaven.

Directe aanleiding is een rapport, bijna een soort zwartboek over de toestanden in het huis, dat uitgebracht wordt door de Belangenvereniging Minderjarigen en is geschreven door onder andere Erik van Ingen Schenau, ex-bewoner van de Vluchtheuvel en zelf werkzaam als groepsleider in een ander tehuis. De Vluchtheuvel, waar 30-40 jongens worden opgevangen in de leeftijd van 6-18 jaar, is nog beperkender dan een Huis van bewaring, aldus het rapport. De inkomsten van de jongens, waarvan een aantal verplicht is werkzaamheden te verrichten, is minder dan in de gevangenis. Ook is het tehuis vies: de dekens worden maar enkele keren per jaar verschoond. Niemand mag het huis verlaten zonder toestemming van de groepsleiding en er zijn diverse andere beperkende maatregelen, zoals het verbod onbeperkt naar buiten te bellen. Bovendien moet iedereen verplicht om 11 uur naar bed. Het toppunt is wel dat de Vluchthaven geen maatschappelijk werker in dienst heeft.

Het rapport over wantoestanden in de Vluchthaven zijn met name vanuit een specifiek progressief standpunt over de vrijheid waar jongeren onder andere recht op zouden hebben, schokkend, en de directie, zonder wiens medewerking het in de landelijke publiciteit gebrachte stuk tot stand is gekomen, weet in eerste instantie even niet hoe te reageren, met name omdat ze het stuk nog niet hebben gezien.

Progressieve delegatie

Aanbieding van het al in de media besproken rapport gaat niet zonder moeilijkheden. Na een bespreking tussen D66-raadslid E. van Antwerpen, enige journalisten en de aanklagende groep, trekt deze 20 man sterk naar Betondorp. Wanneer directeur Stienstra meldt een beperkt aantal leden van de delegatie kan ontvangen, ongetwijfeld ook vanwege de veiligheidssituatie, ontstaat een worsteling bij de deur. Uiteindelijk weet de hele beschuldigende delegatie binnen te komen. Inmiddels heeft de instelling de politie gebeld, maar die komt pas nadat het rapport onder toeziend oog van fotograferende journalisten is overhandigd. Van Antwerpen meldt in de Gemeenteraad kritische vragen te zullen gaan stellen.

J’accuse…

Enige dagen is de strategie bepaald en onderschrijft directeur Stienstra in ieder geval in de NRC de ondermaatsheid van de behuizing. Volgens hem heeft B & W van Amsterdam sinds 1966 niets meer aan onderhoud gedaan en is er sprake van ernstige verwaarlozing op dat gebied. Verder zal een overleg gaan plaatsvinden tussen negen Amsterdamse instanties die regelmatig moeilijke jongens in de Vluchthaven onder brengen, over het al dan niet terecht zijn van de beschuldigingen in het zwartboek. Zij hebben bij de betrokken wethouder aangegeven zich graag met de zaak te bemoeien.

De Amsterdamse KVP-wethouder van sociale zaken, A.P.J. van der Eijden, spreekt op zijn beurt de beweringen over de ernst van de situatie in de Vluchthaven en ook de aantijging van directeur Stienstra voor de televisiecamera tegen. Volgens de wethouder is er altijd voldoende geld beschikbaar gesteld. Bovendien wordt momenteel naar alternatieve behuizing gezocht. D66-raadslid Van Antwerpen stelt zijn kritische vragen, waarop ook het college van B&W antwoordt dat de toestanden in de Vluchthaven in tegenstelling tot wat in het rapport vermeld wordt niet middeleeuws zijn. De beurt is dan aan het Tweede Kamerlid van de PSP, van der Lek, om kritische vragen aan het kabinet te stellen over de Vluchthaven. Maar ook Staatssecretaris Glastra is van mening dat van een onleefbare situatie niets is gebleken. Wel zijn de slaapzalen in de Vluchtheuvel te dicht bevolkt en dient in dat kader de huisvestigingssituatie verbeterd te worden. Mogelijk dient het gebouw aan het Zuivelplein ook verlaten te worden.

Inmiddels breekt een crisis uit in de Vluchtheuvel zelf. Het meer progressief ingesteld deel, de pedagogische afdeling, maakt bekend niet langer onder directeur Stienstra te willen werken. De directeur krijgt zelfs tijdelijk kamerarrest onder bewaking van twee personeelsleden, zoals hieronder te zien in een foto uit het Vrije Volk van 6 april 1974.

Een onmiddellijke reactie van bestuur en directie is de aankondiging van overplaatsing van alle jongens naar andere instellingen, omdat zonder pedagogische afdeling het tehuis niet verantwoord voort kan bestaan. Het pedagogisch personeel bezet de volgende dag het pand en betrekt een groot aantal van de opgevangen jongens in de zaak, door hen intrek te laten nemen in het bezette deel van het pand. Aangekondigd wordt het pand net zo lang te bezetten tot ingegaan wordt op hun eisen. Zo wil het pedagogisch personeel dat de Vluchthaven gaat samenwerken met het Sociaal Agogisch Centrum. Daarbij vreest men bovendien dat de instelling gesloten zal worden en dat de jongens overgeplaats zullen worden naar de jeugdgevangenis in het Lloyd’s Hotel of zelfs naar Almere. Daarom wordt een spandoek opgehangen met de tekst “Liever een rel dan het Lloyd’s hotel”.

Ondanks poging tot bemiddeling van wethouder van der Eyden wil het bezettend comité van geen wijken weten en de bezetting duurt inmiddels een week. Het Parool neemt het inmiddels openlijk op voor de Vluchthaven en de directie daarvan. Volgens het Amsterdamse dagblad is de Vluchthaven juist uniek in zijn soort en moet de instelling zoals deze is zeker voor Amsterdam behouden blijven. Inmiddels zit directeur W. van der Halm van het Sociaal Agogisch Centrum ook niet stil en beveelt in de media aan dat het bestuur van de Vluchthaven zijn opdracht aan het bestuur van Amsterdam teruggeeft, zodat het Sociaal Agogisch Centrum als ad-interim bestuur de zaken over kan nemen.

En inderdaad slaagt van der Halm in zijn poging tot bemiddelen. De bezetting van de Vluchthaven wordt op dinsdag 19 februari 1974 beëindigd. Een dag tevoren is de laatste jongen uit het huis vertrokken. Van der Halm krijgt de opdracht om een maand lang coördinator te zijn bij een poging betere voorwaarden te scheppen voor de opvang van strafrechtelijke of sociaal moeilijke pupillen onder de 18 jaar. Enige weken later gaat het tehuis weer open. Afgesproken is dat het gebouw aan het Zuivelplein voor enige tonnen zal worden verbouwd. Stienstra wordt gehandhaafd als directeur en er zal een adjunct-directeur te ondersteuning van Stienstra worden benoemd.

Henk Lazonder

De rust lijkt weer te keren na het bemiddelend optreden van van der Halm, maar schijn bedriegt. Al in oktober 1974 blijkt opnieuw een conflict te zijn uitgebroken. Volgens directeur Stienstra meent het personeel te kunnen doen en laten wat men maar wil en moet daar vanuit zijn gevoelde verantwoordelijkheid voor de op te voeden jongens een einde aan komen. Zijn ingreep bestaat uit het verplaatsen van de meeste jongens naar andere tehuizen en het ontslaan van hoofdleider Henk Lazonder. Reactie van het personeel is massale ziekmelding en ook ontslagname. Stienstra licht in de media zijn beslissing toe. Ondanks de verbouwing van 5 ton, aldus de directeur, was het afgelopen half jaar niet mogelijk de jongens goed op te vangen.

“Dat liep helemaal vast door de chaos in huis,” aldus Stienstra. “De jongen mochten opstaan, eten en de deur uitgaan wanneer ze wilden. Dat betekent dat ze in hetzelfde straatje doorgaan als waarvoor al eens eerder ingegrepen is. Wij moeten ze juist een stuk regelmaat en gewoontevorming bijbrengen.”

Hoofdleider Lazonder, die ook door het Parool geïnterviewd wordt, is het totaal niet eens met deze visie. Het gaat juist om de individuele motivatie van de jongens en niet om het handhaven van orde. Lazonder vreest dat na zijn ontslag iemand van de lijn Stienstra zal worden aangenomen.

Dit gedoe zet zich nog enige tijd voort. Uiteindelijk kiest de Gemeente er voor de Vluchthaven te sluiten. Het personeel krijgt ontslag aangezegd per 1 april 1975. Het duo René Bruyn en Paul Bremer, die ook betrokken waren bij de sluiting van de Vluchthaven, krijgt namens de Amsterdamse Raad een doorstart te onderzoeken in de vorm van een JOC, een Jongeren Opvang Centrum, dat dan ingevoegd kan worden in de activiteiten van het Sociaal Agogisch Centrum.

De heren Bruyn en Bremer gaan voor een JOC

Nu is het echter het uiterst progressieve JAC (Jongeren Advies Centrum) dat op zijn achterste benen gaat staan. Zij geeft spontaan een ‘Groenboek’ uit, wat bij drie instanties wordt aangeboden. Een JOC, dat nooit! Hulpverlening is alleen mogelijk op basis van vrijwilligheid en vrijheid, die het JAC te bieden heeft. “Moet je mensen die aggressief zijn opsluiten? Wij vinden van niet,” aldus het JAC. “Zo’n straf is onwerkbaar en komt in het JOC weer terug.”

En zo slepen de jaren zeventig zich tot een einde. Het Jongeren Opvang Centrum zal er ondanks ernstige tegenstand van progressieve krachten toch komen en bestaat nog steeds vandaag de dag, alhoewel vanaf sinds 1985 niet langer in Betondorp. Wat er van directeur Stienstra geworden is, konden wij verder niet achterhalen. Wij hopen er maar het beste van.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960

Hersttij van het Betondorp

Uit het Algemeen Handelsblad van 21 juni 1956

N.O.T.I.T.I.E.S. onder de Keizerskroon

Herfsttij van het Betondorp

In de juni-avond, met nog wat vriendelijk zonlicht aan de hemel, gingen wij door Betondorp. Tuindorp Watergraafsmeer, om het officieel te zeggen. Er was een man met een grote heggeschaar in de tuin, maar er was niet veel om bij te knippen… zelfs zijn eigen haren niet, die schaars waren en grijs. De ligusterheg stond nog even doods, als de winter haar had achtergelaten, met hier en daar een eenzame levende spruit erin opschietend.

Later, toen de laatste kleur uit de hemelkoepel wegtrok, gingen wij terug, langs de Middenweg. Er reden langs de begraafplaats paartjes op de fiets, de armen innig om elkaar geslagen. Het was de laatste avond van het voorjaar. De tijd vliegt sneller dan u denkt…

Het is niet waar, dat Betondorp nu enkel maar een dorp is met kubisvormige huisjes, van gestorte betonnen muren, met des zomers de wingerd liefelijk omrankend het huis des landmans. Er is een aanzienlijk aantal woningen, aan de Zaaiersweg, aan de Middenweg en zo in een tuit op de Brink toelopend, dat in gewone baksteenbouw is uitgevoerd. Maar de naam Betondorp is niet meer los te wrikken; hij blijft aan het tuindorp Watergraafsmeer klitten.

Demografisch is het tuindorp een merkwaardigheid. Zoals bijvoorbeeld ook Wenen en Enkhuizen dat zijn in een wereld met een snel toenemende bevolking. Enkhuizen, om dicht bij huis te blijven, telde in 1952 méér stemgerechtigden dan bij de jongste verkiezingen. Wenen is nagenoeg uniek onder de miljoenensteden van de wereld omdat zijn bevolking niet toeneemt. Onze oude Grieben Reisefüher van Wenen geeft aan, dat de stad bij de volkstelling in 1912 2.098.225 zielen telde. Men haalt nu amper de 1.800.000.

De Wienerstadt is ver van het Betondorp, maar een feit is, dat er zo omtrent 1924 acht scholen waren. Drie op het Zuivelplein, twee op de Huismanshof; twee houten hulpscholen stonden op de Duivendrechtselaan (aan de westkant, waar nu de nieuwe Gooiseweg wordt aangelegd) en werd nog een christelijke school in het dorp gebouwd. Dat waren er acht in het geheel.

En nu? Een bewoner van Betondorp heeft het ons voorgerekend: er zijn er nog twee in gebruik: een openbare en een christelijke school en de bezetting van de klassen is er geringer dan elders in de stad. Betondorp is oud geworden. De jonge gezinnen, die er zich in de jaren twintig verstigden, zijn er blijven wonen. De kinderen verlieten Betondorp, de ouders bleven de woningen – waaronder zeer veel eensgezinswoningen – trouw. Een der voormalige scholen is ingericht tot het hervormde wijklokaal de Meerboei, in twee andere scholen is “De Vluchthaven” gevestigd.

Ongeveer de helft van het tuindorp bestaat uit gemeentewoningen, de andere helft bestaat uit complexen van Eigen Haard en de Algemene Woningbouwvereniging, ongeveer gelijk verdeeld. Onze zegsman had achttien jaar op toewijzing van een woning door zijn vereniging (volgens rangnummer) moeten wachten. Hij heeft schoolgaande kinderen…

Verenigingen in het tuindorp klagen over het feit, dat ze geen jonge bestuursleden meer hebben. Ook het dorp zelf wordt oud. Althans de betonnen woningen, waarvan er sommige nu duchtig onderhanden moeten worden genomen. Wanneer het daarvoor nodig is, dat de bewoners tijdelijk elders moeten gaan wonen, hebben zij toch het recht na afloop van het herstel terug te keren. Zij doen dat dan ook, strijk en zet. Eenmaal Betondorper, altijd Betondorper. Maar de tijd vliegt sneller dan u denkt.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Viering 25 jaar Betondorp

In het communistisch dagblad De Waarheid wordt op 1 september 1949 een artikel betreffende de eerste 25 jaar van Betondorp geplaatst, dat wij hier geheel overnemen.

Vlaggen op de Brink en in “het dorp”

Tuindorp Watergraafsmeer bestaat 25 jaar

(Van onze verslaggeefster)

Op de Brink. het beroemde plein van Tuindorp Watergraafsmeer, zullen de volgende week de vlaggen hoog in top waaien. Vijf en twintig jaar geleden duwden pioniers moeizaam handkarren met opgeladen meubelen door het zand van de onbestrate wegen om zich in het Tuindorp Watergraafsmeer te vestigen. De eerlijkheid, die geschiedschrijving vereist, gebiedt ons de rechten te erkennen van een minderheid, die verklaart reeds 27 jaren in Betondorp (wie spreekt van Tuindorp Watergraafsmeer?) te wonen, maar alles – die twee jaren zijn bij de prijs inbegrepen: ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum gaat Betondorp een week lang feestvieren. Zaterdagmiddag a.s., te half vier, worden de jubileumfeesten geopend met een muzikale rondtocht en de volgende Vrijdag eindigen zij met een concert van de mannenzangvereniging “Amsterdam-Oost. Daartussen vallen straatfeesten, cabaret- en toneeluitvoeringen, voorstellingen voor de jeugd en de ouden van dagen, étalagewedstrijden, dankdiensten in de kerken en een uitvoering van de Harmonievereniging “Watergraafsmeer”. De buurtverenigingen hebben gezamenlijk de voorbereiding tot de feestelijkheden getroffen.

Huizen met stromend water

In 1924 kwam het eerste complex gereed van de kleine duizend woningen, die de gemeente in dit uiterste Zuid-Oosten van de stad heeft laten neerzetten. Deze huizen waren van beton, bedoeld als proef. De woningen stonden nog niet lang, of er kwamen klachten over vochtigheid; deze klachten bleven gedurende 25 jaar consequent bestaan en werden de laatste jaren uitgebreid met de klacht, dat de gemeente al die tijd niets aan de woningen heeft laten doen. Van veel beter kwaliteit zijn de woningen, waarvan de bouwvereniging “Eigen Haard” en de “Algemene” er ieder 526 hebben laten neerzetten.

Maar hoe dan ook: welk een verbetering voor een aantal arbeidersgezinnen van hun behuizing op de Eilanden weg te trekken naar die lage huisjes met voor- en achtertuin. “Als ik er nog aan denk, hoe we gelachen hebben, toen de handkart, waarmee wij onze spullen overbrachten, om de haverklap in het zand bleef steken en dompte”, vertelt ons nu een van de oude garde, die destijds tot de volksverhuizers behoorde.

Ter leringhe ende vermaeck

Toen de timmerlieden, de metselaars, de schilders en stratenmakers hun werk hadden gedaan, gingen de bewoners zich beraden, wat er verder te doen stond om het aangename, dat reeds werd bereid door landelijke rust en bloementuintjes, uit te breiden en te verenigen met het nuttige van een cultureel leven. Om te beginnen wrochtte de vlijt van de ouders een speeltuinvereniging “Amsterdam-Oost” (met tuin, aan het Onderlangs). Niet veel jonger dan Betondorp zelf is de voetbalvereniging T.W.M. Deze letters betekenen: Tuindorp Watergraafsmeer. (T)och (W)eer (M)azzel zeiden leden en bestuurders tot elkaar, als de vereniging had geworsteld met moeilijkheden en was bovengebleven. Thans is de bloei van T.W.M. wel geconsolideerd: de vereniging, een tweede klasser, heeft zes elftallen lopen. Dan is er de gymnastiekvereniging D.O.C. U zult in Betondorp niet veel ouders vinden, die hun kinderen niet in D.O.C. hebben. Truida Bonnet, turnkampioene van Nederland, is groot geworden in D.O.C.; thans, nu zij in Friesland woont, is zij nog steeds erelid. Verder beschikt Tuindorp Watergraafsmeer over een muziekvereniging van deze naam, die bij deze gelegenheid luister bijzet aan plaatselijke evenementen en die op concoursen goede sier maakte. Tenslotte zijn er een mannenzangvereniging “Amsterdam-Oost”, een tuingroep “Rust en Vreugde”, een openbare leeszaal en een bridgeclub, terwijl aan het enige ontbrekende: een klaverjasclub, wordt gewerkt. Wij zal de vrije uren tellen, waardoor al deze verenigingen groot zijn geworden?

Ook op ander gebied hebben de Tuindorpers het nodige bereikt: door hun voortdurende actie, tezamen met de Watergraafsmeerders, verdwenen tenslotte de hatelijke spoorbomen aan de overgang 3de Oosterparkstraat bij de Tugelaweg.

Voorbeeldige gemeenschap in hongerwinter

Tot ver in de Watergraafsmeer is de naam bekend van dokter Wagenaar. Deze arts dankt zijn populariteit vooral aan zijn activiteit gedurende de hongerwinter Amsterdam getoond was gemeenschapszin kan bereiken. Voedsel en turven, uit het hele land bijeengebracht, werden door de bewoners nauwlettend beheerd. Toen de nood aan de man kwam, was de jeugd de eerste, die extra voedsel kreeg, daarna volgden de ouden van dagen. Grote gezinnen, hulpbehoevenden werden verzorgd en op de duur kreeg iedere dorpsbewoner op bepaalde tijden extra levensmiddelen. Vrouwen schilden dag in dag uit aardappelen en verzorgden groente. Er werden 158 kinderen naar Friesland en Drente uitgezonden.

Dokter Wagenaar heeft in de organisatie van al deze hulp een belangrijk deel voor zijn rekening gehad. Trouwens, de gehele werkzaamheid van de bevolking onder leiding van het noodcomité is een der belangwekkendste punten uit de geschiedenis van Betondorp. Een geschiedenis van een kwart eeuw, waaruit de komende dagen heel wat zal worden opgehaald, in buurtgesprekken, op het Hofje aan de Brink, in feestredevoeringen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Drie kinderen aan de dood ontsnapt

Uit de Telegraaf van 21 december 1950

Drie kinderen aan dood ontsnapt

Een agent van politie van het bureau Linnaeusstraat heeft in de afgelopen nacht door zijn oplettendheid en onmiddelijk ingrijpen drie gezinnen uit de Sikkelstraat in het Betondorp voor groot levensgevaar, nl. gasvergiftiging, behoed. Dank zij het optreden van de politieman bleven de gevolgen nu beperkt tot drie kinderen, die reeds bedwelmd in hun bedje lagen, maar die spoedig weer bijkwamen.

Even na tweeën surveilleerde de agent in de Sikkelstraat toen zijn blijkbaar goed ontwikkeld reukorgaan een gaslucht waarnam. Langs de huizen probeerde hij vast te stellen waar de lucht vandaan kwam. Tot hij voor een perceel kwam, waar de lucht nog sterker was. Hij rook aan het sleutelgat en constateerde dat het gas uit het huis drong.

Direct sloeg de politieman alarm. Hij belde de bewoners wakker. Verschrikt kwamen dezen kijken en zij merkten toen dat er een verstikkende gaslucht in hun huis hing. Ramen en deuren werden opengegooid. Ook in de twee naastgelegen woningen bleek gas te zijn binnengedrongen. Dr. Wagenaar, die vlakbij woont, verleende de eerste hulp. De drie kinderen die reeds bewusteloos waren geraakt, behoefden niet naar het ziekenhuis te worden gebracht.

Vermoedelijk door een breuk in de gasbuizen voor deze percelen was het gas door de fundering en de vloer in de woningen gedrongen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960

Ouden van dagen of bejaarden?

Uit Het Parool, 6 maart 1953

Liever bejaarden dan ouden van dagen

Aan het Onderlangs 36 in Betondorp hing Donderdag de vlag uit. De driekleur vertolkte de blijdschap van afdeling acht van de “Algemene Bond van Ouden van Dagen”, omdat zij eindelijk een eigen ontspanningslokaal heeft.

Dokter J.H. Wagenaar, die het lokaal officieel opende, liet de feestende oudjes met een zwaar probleem zitten. “Ik vind ouden van dagen zo’n vreselijk woord”, zei hij. Probeer daar eens iets anders voor te vinden.” Overigens deed dokter Wagenaar nog iets anders dan vraagstukken opwerpen. Hij gaf voorzitter H.A. Schröder een recept, goed voor één schaakspel.

“Wij komen in onze tweede jeugd”, juichte een feestredenaar. Wij zitten nu bij dezelfde platen, waar de juffrouw op school ons zulk prachtverhalen over kon vertellen.”

Een half jaar lang heeft het bestuur, dat op 26 Juli achter de tafel is gaan zitten, met B. en W. onderhandeld, voor het heet-begeerde lokaal ter beschikking van de “bejaarden” (zoals men zich voortaan liever hoort betitelen) kwam. Tóen begonnen de moeilijkheden pas. Het bestuur zat in een kale ruimte. “Maar wij hebben handige jongens in onze propagandacommissie”, riep voorzitter Schröeder. Het bewijs levert de zaal: tafeltjes, stoelen, een servies, enz.

Eén vraag rest spionier. Hóe gaat de bond nu voortaan heten? “Algemene Bond van Bejaarden”?

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Burgemeester Wagenaar

Wagenaar

In verband met de vrees dat Betondorp bij een confrontatie tussen de inmiddels in Normandië gelande geallieerden en de Amsterdam verdedigende Duitse troepen van de belangrijkste voorzieningen en ook voedsel zal worden afgesneden, wordt in 1944 binnen Betondorp door een situationeel Noodcomité Tuindorp Watergraafsmeer overlegd over maatregelen om dat eventuele leed te verzachten. Er wordt onder andere gesproken over de noodzaak tot inrichten van een noodziekenhuis op het Zuivelplein, het treffen van bijzondere voedselvoorzieningen, het oprichten van een technische dienst voor onder andere dijkbescherming, een veterinaire dienst en een bewakingsdienst. Zo’n 500 Betondorpers geven zich bij het comité op om mee te helpen. De saamhorigheid is groot.

Voûte

Een en ander gaat in overleg met de Gemeente Amsterdam en de na de Februaristaking door het nationaalsocialistisch bewind aangewezen burgemeester Edward Voûte. Besloten wordt een vertegenwoordiger van de Gemeente aan te wijzen om de beschermingsactiviteiten zoals hierboven genoemd te leiden en verder vorm te geven. Hiertoe wordt arts J.H. Wagenaar, woonachtig op Middenweg 162, aangewezen, die ook al functioneert als voorzitter van het Noodcomité. De buurman van Wagenaar van Middenweg 160, J.F. Becker, wordt conform zijn positie in het Noodcomité als vervanger aangewezen.

Alhoewel de term ‘burgemeester’ voor Wagenaar niet genoemd wordt, wordt hij al gauw in zijn functie als plaatsvervangend vertegenwoordiger van Voûte ‘burgemeester van Betondorp’ genoemd. Wagenaar mag, indien het dorp door oorlogshandelingen geïsoleerd komt te liggen, namens Voûte de belangen van de bevolking behartigen bij het bezettend troependeel, leidinggeven aan de hulpverlening aan gewonden, de burgerlijke stand provisorisch bijhouden, begrafenissen regelen en zelfstandig hulp verlenen bij luchtaanvallen.

Al gauw wordt duidelijk dat de door de nationaalsocialisten gevreesde snelle doorbraak van de geallieerden (‘Dolle Dinsdag’) niet tot stand komt. Wel volgt op de aanstelling van Wagenaar de hongerwinter, waarin het Noodcomité door coördinerende werkzaamheden zich zeer nuttig weet te maken. Betondorp telt eind 1944 nog 1.200 kinderen, die weliswaar gevoed worden door de Gemeente Amsterdam, maar toch door honger dreigen om te komen. Wagenaar organiseert transporten van deze kinderen naar Friesland, waar hij relaties heeft.

Uit: Een jaar Noodcomité; zie link hieronder

Per 19 januari 1945 wordt Wagenaar weer eervol ontslagen van zijn waarnemend ‘burgemeester’-schap. Vanuit zijn voorzitterschap van het Noodcomité zet hij zijn werkzaamheden voort. Ook na de oorlog blijft arts Wagenaar nog geruime tijd betrokken bij sociale activiteiten in Betondorp. In 1946 verschijnt zijn boek Een jaar Noodcomité.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1991-2000

Druipnatte man op fiets

Op vrijdag 8 januari 1993 kijkt een Betondorper zijn ogen uit, wanneer hij een door en door natte man op een fiets met een noodvaart langs ziet fietsen. De man ziet er uit of hij in het water is gevallen, en dat klopt ook wel, want het betreft hier één van de drie gedetineerden die zojuist uit de Bijlmerbajes is gevlucht. De man spoedt zich vanaf toren De Schans via de Wenckebachweg naar de Weespertrekvaart, springt daar ondanks winterse omstandigheden in en zwemt naar de overkant. In Betondorp steelt hij een fiets en vervolgt zijn weg met spoed, een verbijsterende Betondorper achter latend die de politie belt.

De politie komt tevergeefs, maar wel met zo’n snelheid dat ze een stevige botsing teweegbrengt en de achtervolging verder moet staken. Het verhaal vertelt verder niet of de man in een later stadium nog aangehouden werd. Hieronder een foto uit het Parool van de klassieke uitbraak.

Categorieën
Geschiedenis 1991-2000

Vergrijzing zet door

De vergrijzing in Betondorp zet in de jaren negentig onverminderd door. Steeds meer bejaarden en steeds minder jonge mensen met kinderen wonen in het dorp. Dat betekent dat op de laatste basisschool van Betondorp, de Watergraafsmeerschool op het Huismanshof, in 1993 nog maar 60 kinderen heeft. In totaal wonen nog 90 kinderen in Betondorp.

Dat betekent dat ook deze school moet worden opgeheven, volgens wethouder van onderwijs van Oost Watergraafsmeer, K. van Elk. Het minimum aantal leerlingen dat een basisschool in Amsterdam volgens de normering moet hebben, is 189. De school moet dus sluiten. Ouders spreken in de landelijke media hun verontwaardiging uit en verkondigen te zullen verhuizen. De vergrijzing van Betondorp zal daarmee niet minder worden.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1981-1990

Henk Raaff maakt documentaire

De onderste steen, zo heet de documentaire die Henk Raaff, ook afkomstig uit Betondorp, in 1985 van het dorp maakt. Raaff spreekt met allerlei bewoners en vroegere bewoners en bezingt de lof van Betondorp. De documentaire is te bekijken bij de VPRO.

Categorieën
Biografieën Geschiedenis

Meijer Sluijser

Meijer Sluijser (1901-1973) was een zoon van de socialistische venter en diamantslijper Mozes Sluijer en Sara Verdooner en trouwde in 1926 met Henrietta Blog. Meijer groeide op in de oude Jodenbuurt. Zowel zijn vader en moeder als zijn broer Mozes (venter) als zijn zus Margaretha (confectiewerker; ze woonde op de Ruyschstraat) werden door de nationaalsocialisten vermoord.

Meijer, die de MULO had gedaan, liet zich zien 1926 als tolk bij internationale socialistische bijeenkomsten, en werd in 1929 redacteur bij het sociaaldemocratische dagblad Het Volk, waar hij zowel tegen het communisme, het fascisme en het nazisme te keer ging. Na de inval van de Duitsers weet Meijer op 15 mei 1940 met vrouw en kinderen (zoon Mels en dochter Marijke) naar Engeland te ontkomen, waar hij chef wordt van de Radioluisterdienst van de Nederlandse regering en de naam Radio Oranje bedenkt.

Meijer Sluijser spreekt namens Radio Oranje

Na de oorlog keert Sluijser terug naar Nederland, wordt journalist bij het Vrije Volk en de Groene Amsterdammer en schrijft zijn beroemde herinneringen aan de Jodenbuurt: Voordat ik het vergeet (1957), Als de dag van gisteren… (1958), Hun lach klinkt van zover (1959) en Er groeit gras in de Weesperstraat (1962). Sluijser is al vanaf 1926 VARA-lid en woont na zijn huwelijk in dat jaar met zijn vrouw op Zaaiersweg 89 beneden tot mei 1932. Daarna verhuist het gezin naar Amsteldijk 104 huis. Meijer, die na de dood van zijn eerste vrouw nog twee keer trouwde, overleed in 1973 in Bussum.