Categorieën
Geen categorie

Vieze soep van vissekoppen

Tante Marie

Wanneer in februari 1986 een aantal Kamerleden op bezoek is in Betondorp, en men de lunch in het buurthuis aan de Brink wil gaan gebruiken, worden ze onverwacht overvallen door activisten van een groot aantal actiecomité’s, die de lunch meenemen van de Kamerleden meenemen om die zelf te gaan opeten. De motivatie van de actievoerders is dat vooral ouderen te maken hebben met stijgende lasten en dat de landelijke politiek hier iets aan moet doen. Woordvoerder van de ouderen-activisten is de bekende Marie Altelaar – ook wel bekend staand als Tante Marie. Altelaar is in de jaren zeventig en tachtig actief in de vrouwenbeweging en de CPN en woordvoerster voor diverse huurdersverenigingen.

De eveneens aanwezige Amsterdamse wethouder Jan Schaeffer vertelt de geschokte Kamerleden dat ze de argumenten van de actiecomité’s maar beter serieus kunnen nemen! Als alternatief wordt de Kamerlieden ‘vieze soep van vissekoppen’. De actievoerders verlaten inmiddels met de gescoorde broodjes het pand.

Categorieën
Geen categorie

Laaiend Betondorp

Laaiend zijn de bewoners van Betondorp, volgens een artikel uit het Parool van 21 februari 1986. Zojuist is een groot deel van de renovaties uitgevoerd en nu wil het Gemeentelijk Energie Bedrijf de boel weer openbreken om de gasleidingen te verleggen. Ruud Smit uit de Hooistraat is duidelijk. Hij zal indien nodig zijn huis met een bijl verdedigen om te voorkomen dat het GEB zijn huis binnendringt.

Ook de resultaten van de renovatie zelf worden door diverse in het artikel aangehaalde bewoners bepaaldelijk niet gewaardeerd. Openspringende deuren, meer tocht dan ooit: men weet niet wat men mee moet maken. Terwijl het allemaal zo mooi had geklonken. En daar nog bij opgeteld de overlast die de renovatie met zich had meegebracht, inclusief de volledige vernieling van tuintjes.

Woordvoerder Dekker van het GEB heeft begrip voor de bewoners, maar hoopt toch tot een regeling te komen.

Categorieën
Geen categorie

Een villawijk voor de (oude) arbeider

Nadat in de jaren serieuze plannen zijn Betondorp in zijn geheel te slopen, komt uiteindelijk een renovatieplan tot stand, dat in zijn eerste fase in 1987 is afgerond. Deze renovatie brengt een verhoging van de huur mee die voor sommige bewoners moeilijk is te dragen. In de bibliotheek op de Brink wordt een tentoonstelling aan de renovering gewijd – geopend door Johan Cruijff en minister Nijpels – en de loftuitingen zijn niet van de lucht. Wel plaatst projectleider Friso Broeksma van Volkshuisvesting een kanttekening: “Het is maar de vraag of Betondorp er mee gediend is één groot bejaardentehuis te worden.” Het is de bedoeling dat na definitieve afronding van de renovatie ook nadrukkelijk ruimte gecreëerd is voor nieuwkomers, zoals jongeren en andere woningzoekenden. Deze nieuwkomers zullen echter niet gemakkelijk geaccepteerd worden door de bewoners van het dorp, zoals zal blijken.

Categorieën
Geen categorie

Het beschilderen der straten

Karel van het Reve herinnerde zich in 1989 nog dat 1926 of 1927 de meeste huizen van Betondorp in verkiezingstijd kartonnen bordjes hadden staan met de naam Gerhard daarop, de kandidaat voor de SDAP. De familie van het Reve was andersdenkend en steunde de communisten. In die tijd was er een heel bijzondere manier van het trekken van aandacht voor de eigen kandidaten. Het was namelijk in Betondorp niet toegestaan om aanplakbiljetten in te zetten of op muren te schilderen. Wat echter wonderlijk genoeg wel was toegestaan, was het beschilderen der straten, die dan ook door veel stemmers voor de voordeur uitbundig beschilderd werden met de naam van eigen partij en kandidaat, gebruik makend van sjablonen.

Categorieën
Geen categorie

Het Praathuis

Op Brinkstraat 123, waar tegenwoordig café Betondorp zit, zit in de jaren negentig het Praathuis. Het Praathuis komt voort uit een slijterij die eerder in het pand gezeten is. In 1984 besluiten de eigenaren daarvan de tent te gaan ombouwen tot in eerste instantie een koffiehuis: het Praathuis, genoemd naar de Fabeltjeskrant.

Het Praathuis, dat geëploiteerd wordt door de familie van der Meer, begint zich steeds meer tot een café te ontwikkelen, compleet met bar. De ruimte staat vol met artikelen op het gebied van elektronica die door Theo van der Meer gespaard zijn: schakelaars, schakelkasten en bordjes met hoogspanning er op. Het café wordt voor de helft door Betondorpers en voor de andere helft door mensen uit Diemen en Duivendrecht bezocht. Op de foto hieronder de trotse uitbaters aan de hand van een artikel in 1992 in het Parool.

Categorieën
Geen categorie

Bange bejaarden stemmen rechts

Tijdens de Raadsverkiezingen van maart 1990 stemt meer dan 13% van de bewoners van Betondorp op de Centrumdemocraten. De PvdA loopt daarentegen een groot verlies op. In een uitgebreid artikel in het Parool wordt op deze ontwikkeling ingegaan.

Allereerst komt Heiman Noot aan het woord. Hij is voorzitter van het Wijkopbouworgaan Watergraafsmeer en hij begrijpt niets van deze uitslag. De huren zijn laag in Betondorp en daarom worden er wel eens mensen geplaatst die niet zo goed mee kunnen komen. Maar het percentage buitenlanders in de buurt is met zeven procent in verhouding laag. Wat is toch de oorzaak van deze uitslag, opvolgend op de eerdere Tweede-Kamerverkiezingen waarbij 6,4 % van de stemmers in het dorp op Centrumpartij en Centrumdemocraten stemden? Blijkbaar had de door de deelraad gemaakte voorlichtingsfolder, die wees op de kwalijke kanten van racisme, weinig indruk op de bevolking gemaakt. “We hebben de mensen erop gewezen dat je wel gefrustreerd kunt zijn, maar dat een stem op extreem-rechts niets oplost,” aldus de welzijnswerker, die zich verbaast over het hardnekkige gedrag van de Betondorper.

Jan van der Vegt is op dat moment de vice-voorzitter van de Werkgroep Betondorp. Hij kent het dorp beter dan de welzijnsvoorzitter, want hij woont er al zestig jaar. Het dorp is al tijden aan het vergrijzen, zegt van der Vegt. De problemen in Betondorp zijn aanmerkelijk kleiner dan in wijken als de Indische Buurt en de Bijlmermeer, maar omdat Betondorp zo’n gesloten gemeenschap is lijken ze voor de bewoners duizendmaal groter. De sociale controle is zo drukkend dat afwijkend gedrag hier veel minder getolereerd wordt dan elders. De paar heroïneprostituees roepen het schrikbeeld op van een De Ruyterkade; enkele gekraakte panden het schrikbeeld van de krakersrellen in de Staatsliedenbuurt. Bij zich vestigende Surinamers krijgt men de Zeedijk voor ogen. In Betondorp weet iedereen alles van elkaar en dat wil men graag zo houden.

Ook Coos Brouwer, die door het Parool in café ’t Praathuis in de Brinkstraat geïnterviewd wordt en lid is van de plaatselijke werkgroep tegen discriminatie en racisme, heeft zo zijn ideeën over de achtergrond van het verontrustend stemgedrag van de Betondorper. Volgens hem heeft de deelraad Watergraafsmeer het contact verloren met Betondorp. De toon tegen de buitenlanders zou zijn gezet door de ouderenbond ANBO, die in 1985 handtekeningen had verzameld tegen de vestiging van een Portugees Socialistische Vereniging in een pand in Betondorp. Volgens de petitie zouden de Portugezen, aldus Brouwer, de Nederlandse vrouwen lastigvallen. Volgens Brouwer hebben dan ook vooral ouderen in Betondorp op de Centrumdemocraten gestemd. Overigens is het dorp nooit zo eensgezind socialistisch geweest, meldt de 66-jarige Brouwer. “Het is een taboe, maar er woonden destijds ook veel NSB’ers in het dorp. Op dagen als deze schaam ik me weer dat ik in Betondorp woon. Het is een blamage.”

Schokkend vinden diverse media ook dat het Tuindorp in 1990 juist een maar liefst twintig jaar durende renovatie heeft afgerond en er weer spic en span bij ligt. Er is dus geen absoluut geen sprake van verkrotting en verloedering. Hieronder een foto van burgemeester Ed van Thijn die de in mei 1990 de feestelijkheden opent ter afronding van de renovatie.

Categorieën
Geen categorie

Ein Attentat! Ein Attentat!

Een aardige annecdote van Gerard Reve beschrijft de communistische samenzweerderige sfeer in Betondorp in de jaren dertig, waar de familie van het Reve bij een geheime communistische cel is aangesloten die ten doel heeft ook in het dorp de revolutie tot stand te brengen. Het is oudejaarsavond en moeder van het Reve heeft oliebollen gebakken. Er is op dat moment een Duitse kameraad op bezoek. Moeder strooit per ongeluk over de oliebollen zuiveringszout in plaats van poedersuiker. De kameraad neemt een hap, schreeuwt “Ein Attentat! Ein Attentat!” en holt de tuin in. Moeder van het Reve moet er vreselijk om lachen en volgens Gerard Reve is de anecdote een schitterend portret van de door hem zo verafschuwde beweging.

Categorieën
Geen categorie

De Vluchthaven

In 1953 staat het schoolgebouw aan het Zuivelplein leeg en de gemeente laat een oog op het pand vallen in verband met de huisvesting van de Vluchthaven, een doorgangshuis voor jongens dat daarvoor op Frederiksplein 37 gevestigd is. De eerste jaren is er weinig nieuws over de Vluchthaven, waar jongens opgevangen worden die thuis of elders zijn vastgelopen, of die in afwachting van een rechtzaak voor kleine vergrijpen in voorarrest zitten. Het is een unieke instantie, tussen jeugdgevangenis en kindertehuis in. In 1973 breekt er echter – zoals ook op veel plekken elders in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg – een crisis uit bij de Vluchthaven.

Directe aanleiding is een rapport, bijna een soort zwartboek over de toestanden in het huis, dat uitgebracht wordt door de Belangenvereniging Minderjarigen en is geschreven door onder andere Erik van Ingen Schenau, ex-bewoner van de Vluchtheuvel en zelf werkzaam als groepsleider in een ander tehuis. De Vluchtheuvel, waar 30-40 jongens worden opgevangen in de leeftijd van 6-18 jaar, is nog beperkender dan een Huis van bewaring, aldus het rapport. De inkomsten van de jongens, waarvan een aantal verplicht is werkzaamheden te verrichten, is minder dan in de gevangenis. Ook is het tehuis vies: de dekens worden maar enkele keren per jaar verschoond. Niemand mag het huis verlaten zonder toestemming van de groepsleiding en er zijn diverse andere beperkende maatregelen, zoals het verbod onbeperkt naar buiten te bellen. Bovendien moet iedereen verplicht om 11 uur naar bed. Het toppunt is wel dat de Vluchthaven geen maatschappelijk werker in dienst heeft.

Het rapport over wantoestanden in de Vluchthaven zijn met name vanuit een specifiek progressief standpunt over de vrijheid waar jongeren onder andere recht op zouden hebben, schokkend, en de directie, zonder wiens medewerking het in de landelijke publiciteit gebrachte stuk tot stand is gekomen, weet in eerste instantie even niet hoe te reageren, met name omdat ze het stuk nog niet hebben gezien.

Progressieve delegatie

Aanbieding van het al in de media besproken rapport gaat niet zonder moeilijkheden. Na een bespreking tussen D66-raadslid E. van Antwerpen, enige journalisten en de aanklagende groep, trekt deze 20 man sterk naar Betondorp. Wanneer directeur Stienstra meldt een beperkt aantal leden van de delegatie kan ontvangen, ongetwijfeld ook vanwege de veiligheidssituatie, ontstaat een worsteling bij de deur. Uiteindelijk weet de hele beschuldigende delegatie binnen te komen. Inmiddels heeft de instelling de politie gebeld, maar die komt pas nadat het rapport onder toeziend oog van fotograferende journalisten is overhandigd. Van Antwerpen meldt in de Gemeenteraad kritische vragen te zullen gaan stellen.

J’accuse…

Enige dagen is de strategie bepaald en onderschrijft directeur Stienstra in ieder geval in de NRC de ondermaatsheid van de behuizing. Volgens hem heeft B & W van Amsterdam sinds 1966 niets meer aan onderhoud gedaan en is er sprake van ernstige verwaarlozing op dat gebied. Verder zal een overleg gaan plaatsvinden tussen negen Amsterdamse instanties die regelmatig moeilijke jongens in de Vluchthaven onder brengen, over het al dan niet terecht zijn van de beschuldigingen in het zwartboek. Zij hebben bij de betrokken wethouder aangegeven zich graag met de zaak te bemoeien.

De Amsterdamse KVP-wethouder van sociale zaken, A.P.J. van der Eijden, spreekt op zijn beurt de beweringen over de ernst van de situatie in de Vluchthaven en ook de aantijging van directeur Stienstra voor de televisiecamera tegen. Volgens de wethouder is er altijd voldoende geld beschikbaar gesteld. Bovendien wordt momenteel naar alternatieve behuizing gezocht. D66-raadslid Van Antwerpen stelt zijn kritische vragen, waarop ook het college van B&W antwoordt dat de toestanden in de Vluchthaven in tegenstelling tot wat in het rapport vermeld wordt niet middeleeuws zijn. De beurt is dan aan het Tweede Kamerlid van de PSP, van der Lek, om kritische vragen aan het kabinet te stellen over de Vluchthaven. Maar ook Staatssecretaris Glastra is van mening dat van een onleefbare situatie niets is gebleken. Wel zijn de slaapzalen in de Vluchtheuvel te dicht bevolkt en dient in dat kader de huisvestigingssituatie verbeterd te worden. Mogelijk dient het gebouw aan het Zuivelplein ook verlaten te worden.

Inmiddels breekt een crisis uit in de Vluchtheuvel zelf. Het meer progressief ingesteld deel, de pedagogische afdeling, maakt bekend niet langer onder directeur Stienstra te willen werken. De directeur krijgt zelfs tijdelijk kamerarrest onder bewaking van twee personeelsleden, zoals hieronder te zien in een foto uit het Vrije Volk van 6 april 1974.

Een onmiddellijke reactie van bestuur en directie is de aankondiging van overplaatsing van alle jongens naar andere instellingen, omdat zonder pedagogische afdeling het tehuis niet verantwoord voort kan bestaan. Het pedagogisch personeel bezet de volgende dag het pand en betrekt een groot aantal van de opgevangen jongens in de zaak, door hen intrek te laten nemen in het bezette deel van het pand. Aangekondigd wordt het pand net zo lang te bezetten tot ingegaan wordt op hun eisen. Zo wil het pedagogisch personeel dat de Vluchthaven gaat samenwerken met het Sociaal Agogisch Centrum. Daarbij vreest men bovendien dat de instelling gesloten zal worden en dat de jongens overgeplaats zullen worden naar de jeugdgevangenis in het Lloyd’s Hotel of zelfs naar Almere. Daarom wordt een spandoek opgehangen met de tekst “Liever een rel dan het Lloyd’s hotel”.

Ondanks poging tot bemiddeling van wethouder van der Eyden wil het bezettend comité van geen wijken weten en de bezetting duurt inmiddels een week. Het Parool neemt het inmiddels openlijk op voor de Vluchthaven en de directie daarvan. Volgens het Amsterdamse dagblad is de Vluchthaven juist uniek in zijn soort en moet de instelling zoals deze is zeker voor Amsterdam behouden blijven. Inmiddels zit directeur W. van der Halm van het Sociaal Agogisch Centrum ook niet stil en beveelt in de media aan dat het bestuur van de Vluchthaven zijn opdracht aan het bestuur van Amsterdam teruggeeft, zodat het Sociaal Agogisch Centrum als ad-interim bestuur de zaken over kan nemen.

En inderdaad slaagt van der Halm in zijn poging tot bemiddelen. De bezetting van de Vluchthaven wordt op dinsdag 19 februari 1974 beëindigd. Een dag tevoren is de laatste jongen uit het huis vertrokken. Van der Halm krijgt de opdracht om een maand lang coördinator te zijn bij een poging betere voorwaarden te scheppen voor de opvang van strafrechtelijke of sociaal moeilijke pupillen onder de 18 jaar. Enige weken later gaat het tehuis weer open. Afgesproken is dat het gebouw aan het Zuivelplein voor enige tonnen zal worden verbouwd. Stienstra wordt gehandhaafd als directeur en er zal een adjunct-directeur te ondersteuning van Stienstra worden benoemd.

Henk Lazonder

De rust lijkt weer te keren na het bemiddelend optreden van van der Halm, maar schijn bedriegt. Al in oktober 1974 blijkt opnieuw een conflict te zijn uitgebroken. Volgens directeur Stienstra meent het personeel te kunnen doen en laten wat men maar wil en moet daar vanuit zijn gevoelde verantwoordelijkheid voor de op te voeden jongens een einde aan komen. Zijn ingreep bestaat uit het verplaatsen van de meeste jongens naar andere tehuizen en het ontslaan van hoofdleider Henk Lazonder. Reactie van het personeel is massale ziekmelding en ook ontslagname. Stienstra licht in de media zijn beslissing toe. Ondanks de verbouwing van 5 ton, aldus de directeur, was het afgelopen half jaar niet mogelijk de jongens goed op te vangen.

“Dat liep helemaal vast door de chaos in huis,” aldus Stienstra. “De jongen mochten opstaan, eten en de deur uitgaan wanneer ze wilden. Dat betekent dat ze in hetzelfde straatje doorgaan als waarvoor al eens eerder ingegrepen is. Wij moeten ze juist een stuk regelmaat en gewoontevorming bijbrengen.”

Hoofdleider Lazonder, die ook door het Parool geïnterviewd wordt, is het totaal niet eens met deze visie. Het gaat juist om de individuele motivatie van de jongens en niet om het handhaven van orde. Lazonder vreest dat na zijn ontslag iemand van de lijn Stienstra zal worden aangenomen.

Dit gedoe zet zich nog enige tijd voort. Uiteindelijk kiest de Gemeente er voor de Vluchthaven te sluiten. Het personeel krijgt ontslag aangezegd per 1 april 1975. Het duo René Bruyn en Paul Bremer, die ook betrokken waren bij de sluiting van de Vluchthaven, krijgt namens de Amsterdamse Raad een doorstart te onderzoeken in de vorm van een JOC, een Jongeren Opvang Centrum, dat dan ingevoegd kan worden in de activiteiten van het Sociaal Agogisch Centrum.

De heren Bruyn en Bremer gaan voor een JOC

Nu is het echter het uiterst progressieve JAC (Jongeren Advies Centrum) dat op zijn achterste benen gaat staan. Zij geeft spontaan een ‘Groenboek’ uit, wat bij drie instanties wordt aangeboden. Een JOC, dat nooit! Hulpverlening is alleen mogelijk op basis van vrijwilligheid en vrijheid, die het JAC te bieden heeft. “Moet je mensen die aggressief zijn opsluiten? Wij vinden van niet,” aldus het JAC. “Zo’n straf is onwerkbaar en komt in het JOC weer terug.”

En zo slepen de jaren zeventig zich tot een einde. Het Jongeren Opvang Centrum zal er ondanks ernstige tegenstand van progressieve krachten toch komen en bestaat nog steeds vandaag de dag, alhoewel vanaf sinds 1985 niet langer in Betondorp. Wat er van directeur Stienstra geworden is, konden wij verder niet achterhalen. Wij hopen er maar het beste van.

Categorieën
Geen categorie

Hersttij van het Betondorp

Uit het Algemeen Handelsblad van 21 juni 1956

N.O.T.I.T.I.E.S. onder de Keizerskroon

Herfsttij van het Betondorp

In de juni-avond, met nog wat vriendelijk zonlicht aan de hemel, gingen wij door Betondorp. Tuindorp Watergraafsmeer, om het officieel te zeggen. Er was een man met een grote heggeschaar in de tuin, maar er was niet veel om bij te knippen… zelfs zijn eigen haren niet, die schaars waren en grijs. De ligusterheg stond nog even doods, als de winter haar had achtergelaten, met hier en daar een eenzame levende spruit erin opschietend.

Later, toen de laatste kleur uit de hemelkoepel wegtrok, gingen wij terug, langs de Middenweg. Er reden langs de begraafplaats paartjes op de fiets, de armen innig om elkaar geslagen. Het was de laatste avond van het voorjaar. De tijd vliegt sneller dan u denkt…

Het is niet waar, dat Betondorp nu enkel maar een dorp is met kubisvormige huisjes, van gestorte betonnen muren, met des zomers de wingerd liefelijk omrankend het huis des landmans. Er is een aanzienlijk aantal woningen, aan de Zaaiersweg, aan de Middenweg en zo in een tuit op de Brink toelopend, dat in gewone baksteenbouw is uitgevoerd. Maar de naam Betondorp is niet meer los te wrikken; hij blijft aan het tuindorp Watergraafsmeer klitten.

Demografisch is het tuindorp een merkwaardigheid. Zoals bijvoorbeeld ook Wenen en Enkhuizen dat zijn in een wereld met een snel toenemende bevolking. Enkhuizen, om dicht bij huis te blijven, telde in 1952 méér stemgerechtigden dan bij de jongste verkiezingen. Wenen is nagenoeg uniek onder de miljoenensteden van de wereld omdat zijn bevolking niet toeneemt. Onze oude Grieben Reisefüher van Wenen geeft aan, dat de stad bij de volkstelling in 1912 2.098.225 zielen telde. Men haalt nu amper de 1.800.000.

De Wienerstadt is ver van het Betondorp, maar een feit is, dat er zo omtrent 1924 acht scholen waren. Drie op het Zuivelplein, twee op de Huismanshof; twee houten hulpscholen stonden op de Duivendrechtselaan (aan de westkant, waar nu de nieuwe Gooiseweg wordt aangelegd) en werd nog een christelijke school in het dorp gebouwd. Dat waren er acht in het geheel.

En nu? Een bewoner van Betondorp heeft het ons voorgerekend: er zijn er nog twee in gebruik: een openbare en een christelijke school en de bezetting van de klassen is er geringer dan elders in de stad. Betondorp is oud geworden. De jonge gezinnen, die er zich in de jaren twintig verstigden, zijn er blijven wonen. De kinderen verlieten Betondorp, de ouders bleven de woningen – waaronder zeer veel eensgezinswoningen – trouw. Een der voormalige scholen is ingericht tot het hervormde wijklokaal de Meerboei, in twee andere scholen is “De Vluchthaven” gevestigd.

Ongeveer de helft van het tuindorp bestaat uit gemeentewoningen, de andere helft bestaat uit complexen van Eigen Haard en de Algemene Woningbouwvereniging, ongeveer gelijk verdeeld. Onze zegsman had achttien jaar op toewijzing van een woning door zijn vereniging (volgens rangnummer) moeten wachten. Hij heeft schoolgaande kinderen…

Verenigingen in het tuindorp klagen over het feit, dat ze geen jonge bestuursleden meer hebben. Ook het dorp zelf wordt oud. Althans de betonnen woningen, waarvan er sommige nu duchtig onderhanden moeten worden genomen. Wanneer het daarvoor nodig is, dat de bewoners tijdelijk elders moeten gaan wonen, hebben zij toch het recht na afloop van het herstel terug te keren. Zij doen dat dan ook, strijk en zet. Eenmaal Betondorper, altijd Betondorper. Maar de tijd vliegt sneller dan u denkt.

Categorieën
Geen categorie

Viering 25 jaar Betondorp

In het communistisch dagblad De Waarheid wordt op 1 september 1949 een artikel betreffende de eerste 25 jaar van Betondorp geplaatst, dat wij hier geheel overnemen.

Vlaggen op de Brink en in “het dorp”

Tuindorp Watergraafsmeer bestaat 25 jaar

(Van onze verslaggeefster)

Op de Brink. het beroemde plein van Tuindorp Watergraafsmeer, zullen de volgende week de vlaggen hoog in top waaien. Vijf en twintig jaar geleden duwden pioniers moeizaam handkarren met opgeladen meubelen door het zand van de onbestrate wegen om zich in het Tuindorp Watergraafsmeer te vestigen. De eerlijkheid, die geschiedschrijving vereist, gebiedt ons de rechten te erkennen van een minderheid, die verklaart reeds 27 jaren in Betondorp (wie spreekt van Tuindorp Watergraafsmeer?) te wonen, maar alles – die twee jaren zijn bij de prijs inbegrepen: ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum gaat Betondorp een week lang feestvieren. Zaterdagmiddag a.s., te half vier, worden de jubileumfeesten geopend met een muzikale rondtocht en de volgende Vrijdag eindigen zij met een concert van de mannenzangvereniging “Amsterdam-Oost. Daartussen vallen straatfeesten, cabaret- en toneeluitvoeringen, voorstellingen voor de jeugd en de ouden van dagen, étalagewedstrijden, dankdiensten in de kerken en een uitvoering van de Harmonievereniging “Watergraafsmeer”. De buurtverenigingen hebben gezamenlijk de voorbereiding tot de feestelijkheden getroffen.

Huizen met stromend water

In 1924 kwam het eerste complex gereed van de kleine duizend woningen, die de gemeente in dit uiterste Zuid-Oosten van de stad heeft laten neerzetten. Deze huizen waren van beton, bedoeld als proef. De woningen stonden nog niet lang, of er kwamen klachten over vochtigheid; deze klachten bleven gedurende 25 jaar consequent bestaan en werden de laatste jaren uitgebreid met de klacht, dat de gemeente al die tijd niets aan de woningen heeft laten doen. Van veel beter kwaliteit zijn de woningen, waarvan de bouwvereniging “Eigen Haard” en de “Algemene” er ieder 526 hebben laten neerzetten.

Maar hoe dan ook: welk een verbetering voor een aantal arbeidersgezinnen van hun behuizing op de Eilanden weg te trekken naar die lage huisjes met voor- en achtertuin. “Als ik er nog aan denk, hoe we gelachen hebben, toen de handkart, waarmee wij onze spullen overbrachten, om de haverklap in het zand bleef steken en dompte”, vertelt ons nu een van de oude garde, die destijds tot de volksverhuizers behoorde.

Ter leringhe ende vermaeck

Toen de timmerlieden, de metselaars, de schilders en stratenmakers hun werk hadden gedaan, gingen de bewoners zich beraden, wat er verder te doen stond om het aangename, dat reeds werd bereid door landelijke rust en bloementuintjes, uit te breiden en te verenigen met het nuttige van een cultureel leven. Om te beginnen wrochtte de vlijt van de ouders een speeltuinvereniging “Amsterdam-Oost” (met tuin, aan het Onderlangs). Niet veel jonger dan Betondorp zelf is de voetbalvereniging T.W.M. Deze letters betekenen: Tuindorp Watergraafsmeer. (T)och (W)eer (M)azzel zeiden leden en bestuurders tot elkaar, als de vereniging had geworsteld met moeilijkheden en was bovengebleven. Thans is de bloei van T.W.M. wel geconsolideerd: de vereniging, een tweede klasser, heeft zes elftallen lopen. Dan is er de gymnastiekvereniging D.O.C. U zult in Betondorp niet veel ouders vinden, die hun kinderen niet in D.O.C. hebben. Truida Bonnet, turnkampioene van Nederland, is groot geworden in D.O.C.; thans, nu zij in Friesland woont, is zij nog steeds erelid. Verder beschikt Tuindorp Watergraafsmeer over een muziekvereniging van deze naam, die bij deze gelegenheid luister bijzet aan plaatselijke evenementen en die op concoursen goede sier maakte. Tenslotte zijn er een mannenzangvereniging “Amsterdam-Oost”, een tuingroep “Rust en Vreugde”, een openbare leeszaal en een bridgeclub, terwijl aan het enige ontbrekende: een klaverjasclub, wordt gewerkt. Wij zal de vrije uren tellen, waardoor al deze verenigingen groot zijn geworden?

Ook op ander gebied hebben de Tuindorpers het nodige bereikt: door hun voortdurende actie, tezamen met de Watergraafsmeerders, verdwenen tenslotte de hatelijke spoorbomen aan de overgang 3de Oosterparkstraat bij de Tugelaweg.

Voorbeeldige gemeenschap in hongerwinter

Tot ver in de Watergraafsmeer is de naam bekend van dokter Wagenaar. Deze arts dankt zijn populariteit vooral aan zijn activiteit gedurende de hongerwinter Amsterdam getoond was gemeenschapszin kan bereiken. Voedsel en turven, uit het hele land bijeengebracht, werden door de bewoners nauwlettend beheerd. Toen de nood aan de man kwam, was de jeugd de eerste, die extra voedsel kreeg, daarna volgden de ouden van dagen. Grote gezinnen, hulpbehoevenden werden verzorgd en op de duur kreeg iedere dorpsbewoner op bepaalde tijden extra levensmiddelen. Vrouwen schilden dag in dag uit aardappelen en verzorgden groente. Er werden 158 kinderen naar Friesland en Drente uitgezonden.

Dokter Wagenaar heeft in de organisatie van al deze hulp een belangrijk deel voor zijn rekening gehad. Trouwens, de gehele werkzaamheid van de bevolking onder leiding van het noodcomité is een der belangwekkendste punten uit de geschiedenis van Betondorp. Een geschiedenis van een kwart eeuw, waaruit de komende dagen heel wat zal worden opgehaald, in buurtgesprekken, op het Hofje aan de Brink, in feestredevoeringen.