Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960

Bouwvallen Betondorp tegen de grond

Uit: De waarheid, 12 september 1958

(Van onze verslaggever)

In Betondorp zijn de eerste twee huizen aan de Tuinbouwstraat, die wegens bouwvalligheid moesten worden ontruimd, gesloopt. Nog ongeveer 54 woningen aan de Oogststraat en omgeving zullen eveneens met de grond worden gelijkgemaakt.

Het betreft hier de gemeentewoningen, die in de eerste jaren na de eerste wereldoorlog zijn gebouwd en toen ten voorbeeld werden gesteld als de moderne betonbouw. Het grondmateriaal, zogenaamd koolbeton en een afvalproduct van de vuilverbranding, werd niet ontijzerd en blijkt nu volledig te zijn doorgeroest.

In de loop van de jaren heeft de gemeente wel geprobeerd de woningen wat bij te lappen, maar ze konden van een algehele verwoesting niet worden gered. De bewoners hebben inmiddels een betere woning gekregen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960

Het neerslaan van voorbijgangers

Het verdwijnen van de surveillerend straatagent en bijbehorende politieposthuizen baart op 2 maart 1960 een scribent van het Algemeen Handelsblad ernstige zorgen.

Het verdwijnen van de gewone straatsurveillance, de agent met zijn handen op de rug en zijn collega die statig met zijn fiets zijn ronde trapt, bezorgt ons soms angstdromen. Het is nu al zó, dat u in een stille buurt, zoals bijvoorbeeld Betondorp in Amsterdam-Oost […] met een minimum aan risico een eenzame voorbijganger kunt neerslaan. Want de auto-surveillance zal nooit en te nimmer die bescherming kunnen bieden, die de ouderwetse agent-op-elk-blok met zijn politiefluitje van een kwartje bood. […]

De gevolgen? Baldadigheid, losgeslagen jeugd. Ze hebben de kans van hun leven, want oom agent loopt niet meer om de hoek. De opgegroeide blegels, de souteneurs van de binnenstad, de relletjesmakers en de café-uitsmijters met de harde handen, zij hebben een vrijheid zie zij vroeger niet hadden. Er is minder messentrekkerij en er zijn minder vechtpartijen dan vroeger… die bij de politie bekend worden. Maar deze laatste zes woorden worden maar al te vaak weggelaten.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960 Geschiedenis 1961-1970

Valsheid in geschrifte

Uit De Tijd, 25 mei 1967

Boete (f250) voor kapelaan en penningmeester

AMSTERDAM, 25 mei – De rechtbank heeft de 41-jarige kapelaan W.F. van der K. uit Alkmaar wegens valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd, veroordeeld tot f 250,- boete subs. 25 dagen hechtenis. Tot dezelfde straf en voor hetzelfde feit werd de 41-jarige penningmeester van de katholieke vakantieschool “Licht en lucht”, J. van de H. uit Amsterdam veroordeeld.

De kapelaan was van 1958 tot 1963 in de “Christus Koning” parochie in Betondorp geestelijk adviseur en directeur van de vakantieschool geweest. In die periode had hij de exploitatierekeningen mede ondertekend, wetende dat daarin voorkomende gegevens niet juist waren. De penningmeester had uitgaven vermeld die niet waren gedaan en de opbrengst van collecten lager geboekt dan zijn waren geweest. Het oogmerk voor deze valse boekingen was geweest het verkrijgen van een grotere subsidie van de centrale bond van katholieke vakantiescholen en de gemeente Amsterdam. Dit bleek echter zinloos te zijn geweest. Tegen de kapelaan was een boete van f 200 plus twee maanden gevangenisstraf voorwaardelijk en tegen de penningmeester een boete van f 100 en een maand voorwaardelijk geëist.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960

Nieuw-Malthusiaanse Bond

De Nieuw-Mathusiaanse Bond bepleit in navolging van de econoom Malthus geboortebeperking, met name voor de armen, en is daarmee bij katholieken en protestanten niet geliefd in de jaren vijftig. Wel in Betondorp, waar op woendag 19 maart 1958 in het Meenthuis op de Brink een avond over geboortebeperking wordt gehouden. Spreekster is mevrouw A.G.E. Mantel-Wark, die een lezing met film geeft. De avond begint om 20 uur en is gratis.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940 Geschiedenis 1941-1950 Geschiedenis 1951-1960

Daems

Uit Mercurius; orgaan van de Vereeniging van Handelsbedienden Mercurius, 25 juli 1959

‘Informateur’ J.M. Daems jubileert

Ten oosten van Amsterdam, ingeklemd tussen de uitvalswegen Middenweg en Weesperzijde ligt een stadsdeel dat door zijn geïsoleerde ligging door de jaren heen zijn zelfstandig karakter heeft behouden. Het draagt de lelijke naam ‘Betondorp’ en dat komt omdat de gemeente Amsterdam er een aantal huizen heeft laten neerzetten (zo’n 35 jaar geleden) waarvan de muren geheel uit beton zijn opgetrokken. Om die grijze muurvlakken wat aan het oog te onttrekken heeft men er later klimop tegen laten groeien, maar dat moest al gauw weer worden verwijderd, omdat deze begroeiing funest bleek in te werken op het beton. Er staan in het Betondorp ook huizen met een vriendelijker aanzien, huizen met lichtrode daken en muren, gemetseld van oude en vertrouwde bakstenen. Dat zijn onder meer de huizen van de Algemene Woningbouw Vereniging. In een van de huizen, om precies te zijn in de Ploegstraat op nr. 69 (alle straatnamen in het Betondorp zijn aan het agrarische leven ontleend) woont ons lid J.M. Daems, bondsnummer 3187, toegetreden op 16 juli 1928 (maar hij was ook al eerder lid) en drager van het zilveren bondsinsigne.

Met het noemen van de naam ‘Algemene Woningbouw Vereniging’ komen wij tot de kern van de zaak, die we willen aanroeren. Want niet alleen dat onze vriend J.M. Daems woont in een van de huizen van de AWV, hij is er ook bij in dienst en op woensdag 15 juli 1959 was dat 25 jaar het geval.

‘Vijfentwintig jaar in dienst’, achter deze woorden kan een gewone zakelijke verhouding schuil gaan, maar dat kan niet worden gezegd van het dienstverband van Daems met de AWV. Dat blijkt wel uit enkele zinsneden van de brief waarmee men van de zijde van de AWV onze aandacht vestigde op zijn jubileum. Deze luidden:

‘Is vergroeid met de vereniging en is zeer gezien in alle buurten waar men hem kent. Voor alles gemeenschapsmens en idealist in hart en nieren.’

Een schoner kenschets kan men haast niet wensen. Uit deze zinsneden blijkt tevens, dat Daems een functie heeft in de buitendienst van de AWV. Het bijzondere van deze functie is dat ze moeilijk met een enkel woord is aan te duiden. Officieus heeft men Daems wel eens ‘informateur’ genoemd. Aanvankelijk was onze jubilerende collega werkzaam als incasseerder, maar toen in de loop van de jaren Daems, naast een goed en accuraat inner van de huren, ook een uitmuntend bemiddelaar in allerlei kwesties (meningsverschillen tussen huurders, onderhoudszaken, achterstand in de huurbetaling) bleek te zijn, werd hij van het incasseren vrijgesteld en geheel belast met deze taak van ‘onderhandelaar’, een taak, die zich in de jaren na de oorlog nog heeft uitgebreid door het bezoeken van die kandidaat-huurders wie door het huisvestingsbureau van de AWV wordt aangewezen, maar nog geen lid zijn van de vereniging. Daems zelf noemt zich de ‘Haarlemmerolie’ van de AWV. En als u weet dat Haarlemmerolie voor onze grootvaders en – moeders een huismiddel was tegen allerlei kwalen (van likdoorns tot darmstoornissen toe), dan zal u deze benaming ook wel duidelijk zijn.

Wij moeten nog even terug naar het Amsterdamse Betondorp. Dit stadsdeel (met zijn lage huisjes en een ‘brink’ inderdaad een dorp op zichzelf) is te allen tijde een sterk bolwerk geweest van de hoofdstedelijke socialistische beweging. Vóór de oorlog had de SDAP daar een stemmenpercentage van 63 pct. Vriend Daems heeft in het werk voor de ‘beweging’ een grote rol gespeeld in allerlei functies en heeft een schat van herinneringen aan de verkiezingsstrijd in vroeger jaren, toen men de verkiezingsleuzen nog in metergrote letters op het plaveisel kalkte en de politie-agenten in het dorp de stadsbussen deden omrijden omdat de letters nog nat waren.

Ook de Algemene Woningbouw Vereniging heeft sterke banden met de algemene arbeidersbeweging en het staat dus vast dat de werkuren en de vrije tijd bij vriend Daems vrijwel in elkaar overliepen (‘hij was alleen maar zaterdagsavonds thuis’, zegt zijn vrouw). Maar ook is het zeker dat hem dit veel vreugde en voldoening heeft verschaft.

Op het moment dat wij dit schrijven moet Daems nog gehuldigd worden (op donderdag 16 juli). Dat dan de hartelijkheid sterk zal overheersen is zeker, ja, men zal moeite moeten doen om zich te matigen, want van persoonsverheerlijking is collega Daems niet gediend. Dat heeft hij ons duidelijk laten blijken en wij hopen nu maar dat we erin geslaagd zijn dit artikeltje ook voor hem dragelijk leesbaar te maken.

Fr. J.U.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960

“Steunt geen communisten”

In de socialistische krant Vrije Volk van zaterdag 18 april 1953 staat een merkwaardig artikel, bedoeld voor de lezers van de Meerpost, die in die tijd ook in Betondorp wordt verspreid. We nemen het artikel, dat treffend de koude-oorslogssfeer tussen socialisten en communisten in die tijd belicht voor de aardigheid even helemaal over.

Volkshulpcomité bezig in Betondorp

In het in Watergraafsmeer verspreide buurtblad de Meerpost komt een door “het bestuur van het Volkscomité in Betondorp” ondertekende oproep voor, waarin W.M. Sinke, secretaris, en M. Klok, penningmeester opwekken het comité te steunen, omdat het besloten heeft het dorpje Serooskerke op Schouwen te adopteren en er schoonmaakartikelen heen te zenden. Men heeft zich daartoe in verbinding gesteld met het “Landelijk Volkshulpcomité”

Welnu, het Landelijk Volkshulpcomité is een communistische onderneming.

Wanneer dus, zoals het stuk in de Meerpost vermeldt, “binnenkort zich diverse personen bij u vervoegen om uw bijdrage in ontvangst te nemen,” dan weet men, als men geeft, aan wie men het doet en voor wie men propaganda maakt. Al staat dat er dan in de Meerpost niet bij!

Heel Amsterdam is op dat moment bezig geld in te zamelen voor de slachtoffers van de Watersnoodramp. Behalve de CPN is dat in Betondorp bijvoorbeeld de Zangvereniging Oost, die in het Meerhuis een gratis benefietconcert geeft voor de slachtoffers. Heel bijzonder is de actie van de Watergraafsmeerschool op het Huismanshof 11-13. De kinderen van de school hebben besloten van de zomer twee glaasjes ranja minder te drinken. De zo gewonnen 20 cent per leerling levert een prachtbedrag van 250 gulden op!

De actie hierboven van de P.v.d.A.-krant tegen de C.P.N. kan er ook mee te maken hebben dat C.P.N. Betondorp een van de eerste clubs is die met een geldinzameling beginnen. Zij doen dat al op 2 februari 1953 in het Wijkcentrum Betondorp. Een kwestie van kinnesinne dus…

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940 Geschiedenis 1951-1960

Pater Schoot gaat naar Chili

In november 1938 vindt in de katholieke noodkerk in Betondorp het afscheid plaats van pater Schoot, die per 2 december naar de missie in Chili zal vertrekken. De Tijd doet hier verslag van.

Pater Schoot M.S.F. neemt afscheid

Treffende plechtigheid in de parochie van de H. Familie

In het tot in het uiterste hoekje gevuld kerkgebouw van de H. Familie in het Betondorp heeft Zondag een treffende plechtigheid plaats gehad. Pater Schoot, die 2 December a.s. naar de missie in Chili vertrekt, heeft afscheid genomen van zijn zoo geliefde parochianen, waar hij ruim drie jaar met een echten missie-ijver heeft gearbeid.

Des morgens om half tien droeg de scheidende missionaris de plechtige Hoogmis op, waarbij hij werd geassisteerd door rector A.J. Vriens en pater F. van Kampenhout, resp. als Diaken en Sub-diaken. Na het Evangelie betrad pater Schot den preekstoel, om voor het laatst de parochianen van het Betondorp toe te spreken om hen te bedanken voor de volgzaamheid en de eendrachtige samenwerking. Het valt mij zwaar, aldus spr., om van u heen te gaan, maar het is de wil van hooger hand. Moogt gij mij in uwe gebeden blijven gedenken, opdat ik daardoor gesterkt zal worden om mijn zware taak naar behooren te vervullen, ter eere van God en tot heil van de zielen.

Des middags had in een der zalen van de burcht te receptie plaats. Vele parochianen en oud-parochianen waren samen gekomen om van pater Schoot persoonlijk afscheid te nemen. De heer J. Westerbeek, kerkmeester en voorzitter van het feestcomité, overhandigde uit naam van de geheele parochie een schitterende kelk, vervaardigd door den edelsmid Bob J.H. Anink. Het koor van de meisjescongregatie, waarvan pater Schoot directeur was, zong onder leiding van pater F. van Kampenhout den vertrekkenden missionaris het “Vaarwel o gouden Zonne” toe, waarna een der congreganisten de gevoelens van de afdeeling vertolkte. Pater Schoot bracht dank aan allen bij bijgedragen hadden tot dit mooie geschenk, want met dezen kelk wordt elken dag de gedachte aan de Betondorpers levendig gehouden.

Met dezelfde assistentie als des morgens celebreerde pater Schoot het plechtig lof, waaronder rector A.J. Vriens de afscheidspredikatie hield. Welk een heerlijke taak, aldus spr., gezonden te worden naar een land, waar duizenden zielen snakken naar geestelijk voedsel. In Chili zult gij uw missie-arbeid beginnen met nieuwen moed en zelfopoffering, maar wat gij voor de pastorie hebt gedaan, zullen wij nimmer vergeten. In die drie jaren hebt gij tientallen tot de kerk terug gebracht, terwijl gij voor velen niet alleen een priester, maar ook een goede raadsman waart. Moge een zegenrijke missie-oogst de belooning zijn, zoo besloot spr., voor het vele werk dat gij voor onze parochie gedaan hebt.

Terwijl een afscheidslied, waarvan pater Kampenhout de woorden gemaakt had werd gezongen, schreed de scheidende missionaris, zichtbaar ontroerd door de vele blijken van hartelijk medeleven, tusschen een haag van St. Jansknapen en Kruisvaarders de kerk uit. Het was een treffende plechtigheid, die op velen een diepen indruk maakte.

Schoot vertrekt inderdaad naar Chili en verblijft daar geruime tijd. Het laatste wat wij van hem terugvonden was een bericht dat hij in 1959 nog in Chili werkzaam was. Wat er daarna met pater Schoot gebeurde wisten wij niet meer te achterhalen en we houden ons van harte aanbevolen voor nadere inlichtingen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950 Geschiedenis 1951-1960

Pastoor Vriens start de Open Deur

In 1944 voelt de pastoor van Betondorp, pater Adrianus J. Vriens, zich opgesloten in Betondorp. Vriens is sinds 1936, samen met zijn assistent pater Fr. A. Kampenhout in het dorp benoemd met als vooruitzicht dat hij na de opstartperiode uitgezonden zal worden naar de missie. Maar vanwege de oorlog is dat al geruime tijd onmogelijk. Vriens klaagt zijn nood bij de bisschop van Haarlem, Johannes Petrus Huibers, die hem suggereert om als alternatief, missionair in Amsterdam te gaan optreden. Het idee laat Vriens niet los en leidt tot oprichting van een pastorie voor niet-katholieken, “Open Deur”, die zich in eerste instantie vestigt op de Heiligeweg en later ook op de Hoofdweg en op Linnaeushof 44.

Open Deur is een succes en de operatie wordt geleidt door zeven paters van de Congregatie van de Heilige Familie, waar het witte kerkje in Betondorp ook bij hoort. Er vinden conferenties met dominees plaats, er zijn allerlei cursussen, honderden mensen worden voorbereid voor het Heilig Doopsel en het spraakmakende boek van de gereformeerd theoloog Berkouwer wordt besproken, Conflict met Rome.

Het succes van Open Deur, dat ook in andere steden in Nederland wordt nagevolgd, maakt het verblijf in Nederland voor pater Vriens blijkbaar dragelijker, want hij blijft in totaal maar liefst 25 jaar aan de parochie in Betondorp verbonden en zal ook later Nederland niet meer verlaten. Vriens overlijdt uiteindelijk in 1979 op 83-jarige leeftijd. Pater Kampenhout wordt minder oud. Hij verwisselt al in 1957 op slechts 56-jarige leeftijd het tijdelijke met het eeuwige.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960

Het witte kerkje geconsacreerd

Uit de Volkskrant van 29 augustus 1952

H. Familiekerk geconsacreerd

Amsterdam, 28 Aug. – Nadat reeds Woensdagavond de bisschop van Haarlem, mgr. J.P. Huibers, die vandaag de nieuwe kerk, toegewijd aan de H. Familie, aan de Zaaiersweg heeft geconsacreerd, feestelijk door de katholieke georganiseerde jeugd en door de harmonie “Tuindorp Watergraafsmeer” was ingehaald en het kerkkoor hem in het nieuwe Godshuis hulde had toegezongen, heeft de bisschop hedenmorgen, omstuwd door tal van geestelijken en parochianen van Betondorp, met zinrijk ceremonieel de uitvoerige plechtigheid der kerkconsecratie verricht.

De liturgische handelingen vonden hun bekroning in het door mgr. Huibers opgedragen plechtige Misoffer, waarbij eveneens de parochieherder, pater A. Vriens M.S.F., assisteerde. In een korte toespraak lichtte de bisschop de betekenis der kerkconsecratie en de overbrenging der heiligen-relieken toe. Aan de gelovigen van de H. Familiekerk werd bij bisschoppelijk decreet één jaar aflaat verleend. Tijdens de ontvangst in de pastorie van de feestelijk bevlagde Betondorpparochie kwamen tallozen de geestelijkheid feliciteren met dit fraaie nieuwe kerkje.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960

Bedlegerigheid

Hoe krijg je iemand het bed uit, die weliswaar klachten heeft maar niet in bed hoort te blijven liggen? Dit was een vraagstuk waarmee de latere hoogleraar H.J. Dokter in het begin van zijn carriere geconfronteerd werd, toen hij in 1957 een praktijk overnam in Betondorp. In het NRC van 26 januari 1984 vertelt hij daarover.

Na mijn artsexamen en militaire dienst kreeg ik de gelegenheid een huispraktijk over te nemen, in 1957. Die huispraktijk lag in een wijk van Amsterdam die officieel Tuindorp-Watergraafsmeer heette. Dat is een project van sociale woningbouw uit de jaren twintig geweest waarin voor het eerst arbeiderswoningen werden gebouwd van beton; vandaar de officieuze naam “Betondorp”. Dat was een heel interessante buurt, ingesloten tussen sportparken, de Nieuwe Ooster Begraafplaats, Duivendrecht en Diemen. In dat “Betondorp” leefde ook toen ik er kwam nog heel sterk de socialistische zelfbewustwordingstendens van de arbeiders waarmee dat dorp destijds was gebouwd; de werken van Troelstra, Heijermans en dergelijke stonden daar in de kast en werden ook gelezen. De mensen die daar woonden hadden de strijd om het socialisme zelf gestreden en leefden erg bewust.

Meteen in het begin van die praktijk is iets gebeurd wat voor mijn ontwikkeling in de huisartsengeneeskunde kolossaal belangrijk is geweest; de confrontatie met een probleem dat nu ook nog voor veel jonge huisartsen die zich vestigen enorm belangrijk is. […] Want er zijn natuurlijk heel wat mensen met wie je een prima relatie kunt opbouwen, maar er zijn er ook die elke week op je spreekuur zitten en waarvan je dan moet vaststellen “daar kom ik nu nooit meer van af.” Dat zijn mensen die met alle mogelijke klachten bij je komen maar die je niet echt kunt helpen om de eenvoudige reden dat ze niet te helpen zijn.

Met dat dilemma, met de vraag “wat moet ik in vredesnaam dien met die mensen die maar komen klagen en waar ik me echt geen raad mee weet?” werd ik dus in het begin van mijn praktijk geconfronteerd. Daar had ik in mijn opleiding natuurlijk nooit iets over gehoord, en een van de karakteristieke verhalen die ik daar meegemaakt heb gaat over een vrouw van een jaar of zestig bij wie beide borsten waren geamputeerd wegens kanker. Ze was nog steeds onder behandeling van het Antoni van Leeuwenhoekhuis en had, misschien als gevolg van een nabestraling, ook een te lage functie van de schildklier. Die vrouw lag in bed, en als je daar eens goed naar keek kon je je afvragen “waarom ligt die vrouw eingelijk op bed?!” Dar was helemaal geen aanleiding toe. Ze was weliswaar niet gezond, maar ze was evenmin zo ziek dat ze de hele dag in bed moest liggen. Nu krijg je als huisarts in zo’n dorp natuurlijk al gauw een relatie met de wijkverpleegkundige en we waren het al gauw samen over eens dat die vrouw het bed uit moest.

Je ziet het voor je: een jonge dokter en een wijkverpleegster, ook net nieuw in de wijk, die denken ‘dat zullen wij eens even fijn voor mekaar krijgen’. Maar we zijn er compleet op stukgelopen. Die vrouw is zolang ze leefde elke maand per ambulance naar het Antoni van Leeuwenhoekhuis vervoerd en ik heb haar nooit anders dan in pyama gezien; het is ons allebei niet gelukt haar in de kleren te krijgen. Je stuit dan als dokter op een stuk machteloosheid van de geneeskunde… – nee, je stuit op een stuk macht van de patiënt waarop je, als die patiënt echt niet zelf wil, finaal stukloopt. Daar heb je als arts totaal geen antwoord op en op een gegeven moment moet je een modus vinden waarin je dat dan maar accepteert. Ik ging ten slotte alleen nog maar een of twee maal per maand bij haar op bezoek om het geheel leefbaar te houden.