Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Geen luchtbanden voor Betondorp

Het is Buurtvereeniging Amsterdam-Oost die in het voorjaar van 1925 een adres indient bij de Gemeenteraad van Amsterdam waarin gepleit wordt voor een autobusverbinding met het nieuwe stadsgedeelte Betondorp. Op de vergadering van 24 juni 1925 wordt het adres behandeld. Door Doornbusch en Wijnkoop (CPH) wordt gepleit lijn A te doen doortrekken naar het Betondorp. Wethouder Wibaut (SDAP) heeft hier moeite mee, omdat al eerder geconstateerd was dat het doortrekken van deze lijn op ernstige bezwaren stuitte. De beslissing wordt op voorstel van Wijnkoop uitgesteld naar een volgende vergadering.

Deze vergadering vindt op woensdag 8 juli 1925 plaats. We citeren uit De Standaard van die dag.

Het Betondorp

Hierna komt aan de orde het adres van de Buurtver. Amsterdam-Oost inzake de verbinding van het landbouwkwartier met het overige gedeelte der stad met het voorstel van B. en W. om dit adres te stellen in hun handen ter afdoening en het voorstel-Doornbusch c.s. om autobuslijn A door te trekken tot het Betondorp en autobuslijn D tot het Thorbeckeplein.

De heer Dornbusch licht zijn voorstel nader toe en wijst er nogmaals – evenals in een vorige zitting – op, dat passagiers van lijn D, die thans tot het Amstelhotel leidt, gedwongen zijn ook nog een tram te nemen. En ook de trams zijn te duur. Niet voor een Raadslid; want deze heeft een vrijkaart. (Gelach). Spr. dring voorts aan op een 5-minutendienst voor de autobuslijn, inplaats van een 10-minutendienst.

De heer Van Meurs wijst er op, dat bewoners van de Pretorius- en Transvaalbuurt nu reeds klagen geen plaats in de autobus te kunnen krijgen. Wanneer de lijn nu nog naar het Betondorp wordt doorgetrokken, zal het nog erger worden. Wanneer voorts lijn D doorgetrokken wordt naar het Thorbeckeplein, zullen bewoners van de binnenstad de autobus gebruiken in plaats van de tram om zich in de stad te verplaatsen. Derhalve zullen de bewoners van het Betondorp geen plaats in de autobus krijgen. Wel zou Spr. gaarne een verbinding van het Betondorp met de binnenstad zien langs den Middenweg, in welke richting hij een vraag tot B. en W. richt met het verzoek deze mogelijkheid te overwegen. Ook dringt Spr. er op aan op lijn A tijdens de spitsuren meer wagens te laten rijden en de auto’s van luchtbanden te voorzien, voor zoover dit nog niet het geval is.

De heer Wijnkoop wijst er op, dat de lijnen in Amsterdam zeer kort zijn en in verschillende andere plaatsen zeer lang. Waarom dit verschil? Men mag althans de menschen niet dwingen ook nog van een tram gebruik te maken. En als men de lijnen wil verlengen, dan mag men toch zeker wel extra bussen inleggen.

Ook Spr. dringt aan op tariefsverlaging. De heer Baas sluit zich aan bij het door den heer Wijnkoop gesprokene. Spr. stemt toe, dat het verkeer wel eens moeilijkheden opleveren zou; zoo zou de doortrekking van lijn D groote bezwaren met zich brengen. Docht het vraagstuk moet nu toch eens opgelost worden. Dat een bewoner van de binnenstad van een autobus gebruik zou maken, ook indien hij niet in het Betondorp zijn moet, gelooft Spr. niet, omdat hij niet gaarne onnoodzakelijk “half ziek” zou willen zijn, zooals de heer Van Meurs zeide. Wel zou Spr. willen vragen of lijn D in het Betondorp niet een andere standplaats zou kunnen krijgen. […]

De heer Baas zet zijn rede voort. Hij zou gaarne de eindhalte van lijn D naar den Brink in het Betondorp verplaatst zien. Nu is deze geheel aan het eind. En lijn A zou Spr. gaarne op den anderen wagen naar het Betondorp geleid zien.

De heer Wibaut verklaart, dat de praktijk geleerd heeft, dat de exploitatie met luchtbanden ongeveer het dubbele kost. Toch zal de dienst luchtbanden geheel invoeren, daar de passagiers hierdoor meer gediend worden. B. en W. namen echter het standpunt in en zullen dat blijven doen, dat het autobusverkeer dienen moet tot aanvulling van het tramverkeer. Wanneer lijn A doorgetrokken wordt naar het Betondrop, zal de Transvaalbuurt nooit plaats kunnen krijgen.

De heer Doornbusch: Dan kunnen er toch later bussen ingelascht worden.

De heer Wibaut: Als u even wacht, mijnheer Doornbusch, dan komen wij er zoo straks aan. Aan deze tafel bezitten wij niet het talent alles tegelijk te zeggen. Wij kunnen slechts één voor één de zaken afhandelen. (Vrolijkheid).

Spr. wijst er vervolgens op, dat het voornemen aanwezig is een algemeene bussenreserve in te stellen, die op de spitsuren alle lijnen zal kunnen aanvullen.

Spr. is het met den heer Baas eens, dat de toegangen tot het Thorbeckeplein bezwaren opleveren voor het stationeeren van lijn D. Daarbij komt tevens het bezwaar van een veel moeilijker exploitatie. De Commissie van Bijstand zal eens gehoord moeten worden over het plan van den heer Van Meurs. Nu lijn D eenmaal is ingesteld, zal nader overwogen moeten worden of een andere lijn ook nog noodig is.

De heer Doornbusch, repliceerend, wijst er op, dat de bwoners van de Transvaalbuurt er ongetwijfeld mee geholpen zullen zijn indien op de spitsuren extra-bussen worden ingelascht. Doch hiermede is de adressante nog niet bevredigd.

Als het meerendeel der Raadsleden inmiddels in de koffiekamer verdwenen is en de voorzitter schelt, opdat zoo aanstonds tot stemming zal kunnen worden gegaan, zegt de heer Doornbusch: Ja, ik begrijp, dat de heeren het druk hebben over den uitslag der Verkiezingen. (Vroolijkheid).

De heer Abrahams: Daar zou ik m’n mond maar over houden als ik u was.

Stemmen: Dat is al heel ongelukkig gezegd.

De heer Doornbosch zet hierna zijn verdediging voort.

In stemming gebracht wordt het voorstel-Doornbusch c.s. om lijn A en lijn D door te trekken tot het Betondorp en het Thorbeckeplein verworpen met 32 tegen 5 stemmen. Het voorstel van B. en W. om het adres in hun handen ter afdoening te stellen wordt hierna z.h.st. aangenomen.

Het besluit van de raad stuit op misnoegen van de communisten, die geuit wordt in de Tribune van 13 juli 1925.

DE VERBINDING MET HET BETONDORP

De behandeling van het adres van de Buurtvereeniging “Amsterdam-Oost” in de jongste zittingen van den gemeenteraad heeft niet veel succes opgeleverd, wat weer te danken is aan de slappe houding van de sociaal-democraten. Dat de vertegenwoordigers der kapitalistische klasse er niets voor voelen om deze nieuwe arbeiderswijk een behoorlijke verbinding met de stad te geven, behoeft geen betoog. Maar de soc. democraten? Ware het adres voor de verkiezingen behandeld, dan hadden zij zeer waarschijnlijk er toe medegewerkt een betere verbinding tot stand te brengen.

Nu lieten zij deze taak over aan de communisten, die deze zaal niet alleen op practische doch op pincipieepe gronden hebben besproken.

Wat is het voor een zotte gedachte, dat de bussen de tram geen concurrentie mogen aandoen?

Maak de bussen eenige kilometers langer en de heele kwestie is opgelost. Dat was de redeneering van onze partijgenooten Doornbusch en Wijnkoop, die voorstelden lijn D naar het Thorbeckeplein te lijn A naar het Betondorp door te trekken.

Wibaut, de man van de centen, zei: “het kan niet” en de heele Raad zei ’t hem na! Wibaut maakte de Raad lekker met de toezegging, dat hij in overweging zal nemen het denkbeeld van v. Meurs, om een nieuwe lijn vanaf het Betondorp langs den Middenweg naar de Plantage te laten rijden, in de Commissie van Bijstand te bespreken. Zooveel woorden, zooveel slagen om de arm. Daargelaten nog of zoo’n nieuwe lijn eenige verbetering zal brengen, beteekent de toezegging van Wibaut niets anders dan dat de zaak voor langen tijd van de baan is en de betondorpers het eerste jaat nog van een goede verbinding verstoken blijven.

Onze stadsbestuurders vinden de verbinding vooralsnog voldoende. Voor deurwaarders, die de belastingcenten bij de betondorpers komen weghalen, is de verbinding immers goed genoeg?

En welke kopzorg heeft Wibaut anders?

Geen luchtbanden voor Betondorp dus, voorlopig.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Het Landbouwkwartier

In 1925 wordt Betondorp het Landbouwkwartier genoemd. Dit is bijvoorbeeld het geval in 1925, wanneer de Bond van Ambtenaren in dienst van de Nederlandsche Spoorwegen het heeft over het opnemen van het Landbouwkwartier in de loonkring van Amsterdam. Ook een lokaal advertentiekrantje uit 1925 spreekt over het Landbouwkwartier. Zelfs in vergaderingen van de Gemeenteraad van dat jaar komt de term voor. Wonderlijk is dat de term na 1925 volledig verdwenen is uit de media en niet meer voor Betondorp gebruikt wordt.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940

Pacifisten hinderen ds. v.d. Heide

Uit de Nieuwe Schiedamsche Courant van 30 november 1932

Albert van der Heide (1872-1953), de ‘rode dominee’

ONTWAPENAARS IN ACTIE.

Pacifisten hinderen ds. v.d. Heide

Men herinnert zich, hoe eenigen tijd geleden het soc. dem. Tweede Kamerlid ds. A. v.d. Heide door dienstweigeraars, die de hymne “Breekt de zwaarden over de knie” aanhieven, van een spreekgestoelte werd verdreven. De vredelievende elementen hebben het blijkbaar stevig op den vrijzinnigen predikant gemunt en verstoren nu zelfs de godsdienstoefeningen, waarin hij optreedt.

Zondagmorgen vervulde ds. v.d. Heide een spreekbeurt voor vrijzinnig protestanten in Watergraafsmeer [en wel in Betondorp, redactie] . Men deelde nu aan de soc. dem. pers mee, dat deze godsdienstige bijeenkomst op hoogst onbehoorlijke wijze is verstoord door een twintigtal anti-militaristische voorstanders van de persoonlijke dienstweigering, die zich tot taak schijnen te hebben gesteld ds. van der Heider, waar hij als spreker of predikant optreedt, lastig te vallen.

Tijdens de preek van ds. v.d. Heide, begon plotseling een aantal jongelingen in spreekkoor kabaal te maken. Hierdoor ontstond een groote consternatie en een deel van de aanwezigen reageerde op die ordeverstoring o.a. door op in de koor geroepen vraag: Waar behooren de dienstweigeraard? te antwoorden: “In de gevangenis” en “In Veenhuizen”.

Inmiddels werd politiehulp ingeroepen en toen een paar agenten verschenen, verlieten ongeveer twintig personen vrijwillig de zaal. De politie schijnt tegen geen der ordeverstoorders proces-verbaal te hebben opgemaakt, maar bleef toezicht houden.

Ds. v.d. Heide vervolgde toen zijn toespraak, maar toen hij constateerde dat de rust was teruggekeerd stonden opnieuw twee lieden op die iets schreeuwden.

Toen dit tweetal verwijderd was, kon de soc. dem. predikant rustig doorspreken. Inmiddels schijnen de vredelievende dienstweigeraars ook al pacifisten van een eigenaardig soort te zijn!

In De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen. is in de uitgave van 24 december 1932 een nabeschouwing op het gebeuren te vinden.

Ds. A. v.d. Heide en de dienstweigeraars

Zooals bekend, werd eenige weken geleden in een godsdienstige samenkomst in het Betondorp te Amsterdam door een aantal geestverwanten geprotesteerd tegen Ds. v.d. Heide, wegens de aangenomen houding tegenover de dienstweigeraars in de strafgevangenis te Scheveningen. Van dit gebeurde werd, behalve in de revolutionaire pers, ook bekendheid gegeven in “Het Algem. Handelsblad” en “Het Volk”. Terwijl echter het Handelsblad zonder eenig commentaar een bloote vermelding der feiten gaf, plaatste “Het Volk” van diezelfde gegevens scheeve en onware berichten. “Het Volk” sprak van “verstoring op hoogst onbehoorlijke wijze”, van herrie schoppen”, “kabaal” enz.

Eenigen tijd later verschenen echter berichten in het buurtorgaan “Ons Weekblad” waarin op juiste wijze een relaas werd gegeven van het gebeurde, ook met vermelding van de geuite woorden door onze geestverwanten, gevolgd door een verklaring, waarom een dergelijke wijze van protesteeren werd toegepast. Uit het relaas bleek ook, dat het protest op waardige wijze had plaats gevonden.

Intusschen bleek echter, dat “Het Volk” door zijn scheeve voorstelling nog steun had gevonden in een partijgenoote, L. v.d. B. uit Stompetoren, die het ook voor Ds. v.d. Heide opnam en de afstraffing van de dienstweigeraars goedkeurde onder het motto: de dienstweigeraars hadden de bevelen van de bewakers niet opgevolgd.

Terwijl het hier toch blijkt dat “Het Volk” steeds openstaat voor berichtgeving en beoordeeling van totaal onkundigen, die van het geheele geval niets begrijpen en dan naar aanleiding van gestook in “Het Volk” naar de pen grijpen, was het onmogelijk eenige polemiek in hetzelfde arbeidersorgaan te voeren. Wij laten hier het geweigerde ingezonden stuk volgen, alsook het antwoord van de redactie van “Het Volk”.

Het ingezonden stuk luidde als volgt:

“In het avondblad van 3 dezer vind in onder het opschrift “Herriemakende dienstweigeraars” een stukje, waarin Mevr. v.d. W.-d. B toegeeft, dat er indertijd gevangen dienstweigeraars door bewakers geslagen zijn, in welke zaak ook Ds. v.d. Heide betrokken was. Aan het slot zegt zij: Ds. v.d. H. heeft gelijk in deze zaak, nadat zij eerst heeft doen uitkomen, dat de geslagen dienstweigeraars opstandig geweest waren. Moet ik hieruit nu opmaken dat verzet tegen aangedaan onrecht niet goed is, dat het niet alleen volgens de wet strafbaar is, maar ook volgens sociaal-democratische moraal?

Ik weet het niet meer, want onlangs zei “Wakker” voor de Vara-microfoon tegen “Tropenduit” dat wij verzet moeten kweeken. Maar zelfs als we het verzet moeten smoren of in andere banen moeten leiden, blijft het dan niet laf om weerlooze gevangenen te slaan?”

Het antwoord van de redactie van “Het Volk” luidde alsvolgt:

“Uiteraard is de bedoeling, dat de herriemakers niet anders dan met eenig geweld tot de orde konden worden gebracht. Er bestaat dus geen aanleiding het hierbij teruggaande op te nemen.”

Hieruit blijkt dus duidelijk, welke houding het zich noemende arbeidersblad aanneemt tegenover een zoo belangrijke kwestie als het dienstweigeringsvraagstuk, waar toch de geheele samenleving, wetens of onwetens, belang bij heeft.

De sociaal-democratische beweging steunt de pogingen van een afgevaardigde in de Tweede Kamer, die als bijbaantje dominee en regent van een gevangenis is, om de dienstweigeraars te nekkenn. De sociaal-democratische pers stelt zijn kolommen ter beschikking om allerlei onware beschuldigingen en onwaarheden te vermelden, maar weigert een polemiek te openen met de dienstweigeraars, die aan den lijve de behandeling, uitgevoerd onder toezicht van Ds. v.d. Heide, hebben ondervonden, benevens met personen, die aanwezig zijn geweest bij de uitingen van protest. De sociaal-democratische pers zwijgt en blijft zwijgen, ondanks berichten in “Ons Weekblad”, welk blad toch niet het streven van de dienstweigeraars voorstaat.

Wij hebben ons verplicht gevoeld in het belang van de dienstweigeraars en van de geheel anti-militaristische beweging bekendheid te geven aan de feiten, betrekking hebbende op het protest.

Wij zullen voortgaan het masker af te rukken van het zoogenaamd anti-militaristisch gedoe van de sociaal-democratische beweging, waardoor instituten worden opgericht als de Nat. Vredescentrale.

Ons parool blijft: overal waar zulks mogelijk blijft, de aandacht te vestigen op de dienstweigeraars, onder de leuze: de dienstweigeraars moeten vrij.

Dankend voor de verleende plaatsruimte. Namens het Comité van protest tegen Ds. v.d. Heide.

L.S.

Helaas wisten wij noch de locatie in Betondorp van de hierboven beschreven protesten te vinden (mogelijk in het Verenigingsgebouw?) noch Ons Weekblad te achterhalen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940

De Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij

Stan Poppe ca. 1922

De Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij (RSAP) is een fusie uit 1935 van de Revolutionair-Socialistische Partij (RSP) en de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP). De partij heeft een eigen blad: De nieuwe fakkel. De lijn van de partij is anti-stalinistisch en internationaal socialistisch in de lijn van Trotski: wel voor communisme, maar niet binnen natiegrenzen, zoals bijvoorbeeld in de Sovietunie.

Nelis Kitsz

Bij de propagandatocht na samenvoeging van beide partijen wordt ook Betondorp aangedaan. Op 20 juni 1935 spreken Nelis (Cornelis) Kitsz en Stan (Constant Johan Hendrik) Poppe in het Meerhuis op de Brink. Stan Poppe (1899-1991) had veel voor de partij opgegeven. Hij was belastingambtenaar en verloor zijn baan toen hij een principiële keuze maakte toen het lidmaatschap van de OSP voor ambtenaren werd verboden. Poppe overleefde de oorlog, werd weer belastingambtenaar, bemoeide zich niet meer met actieve politiek maar bleef wel schrijven in het internationaal socialistische blad Spartacus.

Henk Sneevliet

Cornelis Kitsz overleefde de oorlog ook. Hij was metselaar en was lid van het anarchistisch vakverbond NAS en brak samen met Henk Sneevliet in 1927 met de door de Soviet Unie gedomineerde CPN en de Communistische Internationale. Kitsz trok zich tijdens de oorlog volledig terug uit de politiek. Na de oorlog was hij hoofdbestuurder en voorzitter van de Federatie Amsterdam van de Algemene Bond van Ouden van Dagen en daarin zeer actief, door onder andere tot op hoge leeftijd het land door te trekken en ouderen aan te sporen zich te organiseren.

Ondanks de avond in Betondorp – de partij colporteert ook in het dorp – zou de partij weinig succes hebben bij de Nederlandse verkiezingen. Bij de Amsterdamse Gemeenteraadsverkiezingen van 1935 behaalde de RSAP 3% van de stemmen (SDAP 33% van de stemmen), maar raakte de enige kamerzetel – van voorman Henk Sneevliet (RSP) – in 1937 kwijt. In 1939 behaalde de partij in Amsterdam nog 2% van de stemmen en Henk Sneevliet nam toen plaats in de Gemeenteraad, waaruit hij in juli 1940 zou worden verwijderd op last van de bezetter. Sneevliet zou in de oorlog in het verzet gaan en werd in 1942 door de nationaalsocialisten gefusilleerd.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940

Wat leert ons Spanje?

Dinsdagavond 24 november 1936 vindt in het Meerhuis in Betondorp een vergadering plaats van de Internationale Anti Militaristische Beweging samen met de Vrije S.V. Betondorp. De avond begint om 8 uur en spreker is de bekende activist Jo de Haas. Thema van de avond is: “Wat leert ons Spanje?” In dat land is zojuist burgeroorlog uitgebroken. De toegangsprijs voor de avond is 15 cent; voor werkelozen 5 cent.

De avond is een groot succes, volgens De arbeider, socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, die op 28 november 1936 een verslag schrijft, dat we hieronder integraal overnemen.

Jo de Haas, propagandist voor het vrije socialisme, gefusilleerd op 10 april 1945

De actie in Betondorp

De Openbare Vergaering belegd door de Vrije S.V. Betondorp in combinatie met de I.A.M.V afd. A’dam is prachtig geslaagd. Spreker was Jo de Haas, met als onderwerp de gebeurtenissen in Spanje.

Met volle aandacht volgde men den spreker z’n twee volle urenbetoog voor ’t “Anti-militarisme”. Er waren enkele debaters, die door H. goed en logisch werden beantwoord. Er was nog deklamatie door mej. Zurendonk en er waren circa 100 mensen aanwezig, wat voor Betondorp als goed geslaagd mag heten.

Met al en al, een zeer mooie en leerzame vergadering. De mensen daar kunnen met tevredenheid op hun werk terugzien. En nu voorwaarts naar een nieuwe vergadering.

Marius

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940

Koemi Orie

Het Joodsch Socialistisch Verbond Poale Zion heeft als doelstelling Joden over te halen naar Palestina te reizen om dat land te gaan opbouwen. Daartoe houdt de afdeling Amsterdam op maandag 20 februari 1939 een propaganda-avond in het Meerhuis op de Brink. Sprekers zijn J. van Blitz en J. Wins. De avond begint om 20.30 uur. Leden in Betondorp wordt verzocht bekenden in de buurt op te wekken deze vergadering bij te wonen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940

Kolonie 150

Begin 1940 is de oorlog nabij, maar nog niet begonnen. Het Joodsch Socialistisch Verbond Poale Zion is druk bezig met propaganda voeren in Amsterdam voor het Joods Nationale Huis in Palestina. Lopende actie is het bij elkaar sparen van gelden voor kolonie 150, een Joodse kolonie in Palestina die onder primitieve omstandigheden van de grond probeert te komen. Daartoe wordt een grote huisbezoekactie voorbereid bij alle Joodse gezinnen in de Transvaalbuurt, Betondorp en de Smaragdpleinomgeving, tegenwoordig Diamantbuurt.

Blijkbaar zijn dit de buurten waar het meest enthousiasme voor de doelstellingen van Poale Zion bestaat: Joods én socialistisch, en meestal niet meer religieus. In de meer religieuze Joodse kringen is in deze periode veel minder belangstelling voor het vertrekken naar wat nu Israël heet. Hun doelstelling is vooral om integratie en assimilatie van het Joodse bevolkingsdeel van Amsterdam tegen te gaan – een proces dat bij de Joodse socialisten al een aardig eind halfwege is – en vanuit soevereiniteit in eigen kring de kudde bij elkaar te houden. We schrijven maart 1940 en de schaduwen van de oorlog hangen al enige tijd boven het land.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940

Bestelt uw kolen

Uit: Proletarische vrouw, blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, 8-5-1940
Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Nieuwe velden

Uit: Sport in beeld/De revue der sporten, 21 juli 1941

Nieuwe velden in Oud-Watergraafsmeer

Tusschen Oosterbegraafplaats, Betondorp en Weesperzijde is een prachtig sportpark in wording. De opzet is schitterend, met beplantingen, fiets- en wandelpaden om de elf voetbalvelden geen, met waterpartijtjes en wat dies meer zij, precies zooals de aanleg van de roeibaan en omgeving, ’t hockey-stadion, de velden van de Twentsche Bank te Amstelveen enz. Het ligt zeer gunstig langs de oude Kruislaan en ’t feit, dat men nu toch een dien kant van Oud-Watergraafsmeer, bij de groote entree van Amsterdam uit de richting Gooi, sportvelden in platsoenen gelegen aantreft, valt zeer toe te juichen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1941-1950

Kapelaan Menken versus de Nieuwe Orde

In het illegale Vrij Nederland van 24 oktober 1942 trof ik het volgende artikel aan over kapelaan Menken.

Felle geeseling der Nieuwe Orde

Kapelaan Menken heeft in de kerk van de Heilige Familie op het Zuivelplein in het z.g. Betondorp rake dingen durven zeggen.

“Er is zelden een tijd geweest”, aldus kapelaan Menken, “waarin de kerk van Christus zoo venijnig, zoo satanisch, zoo geniepig ontrecht, geknecht en geringeloord werd als thans. Er komen soms Katholieken bij mij, die vragen: ‘Waarvoor? Waarom laat Christus dit alle toe? Waarom verdelgt hij deze belagers van Zijn Kerk niet van den aardbodem?’ En ik begrijp deze vraag. Zelf zijn wij soms ook geneigd deze vraag te stellen. Doch laten wij dan nimmer vergeten, dat de kerk moet lijden en vervolging ondergaan om te kunnen overwinnen.”

Over de zedenverwildering sprekend zeide kapelaan Menken: “Ja, zoover is het gekomen, dat ook Katholieken zich laten meeslepen door den stroom van zedenverwildering, de de ‘Nieuwe Orde’ over ons Vaderland heeft gebracht.”

Volk en Vaderland van 18 september, dat van deze preek melding maakt, zegt, dat menschen als deze kapelaan strenge straffen verdienen. Maar, zoo zegt het blad. “beter is arbeidstherapie: harde eerlijke gezonde arbeid onder strenge en rechtvaardige leiding”.

Gelukkig overleeft kapelaan Menken ondanks zijn moedige en uitdagende houding de oorlog. Dat brengt ons bij een anecdote uit het Directeurenblad van de Heilige Familie, het derde nummer van 1947.

Ik verhaal u eerst het voorbeeld van een pastoor. Het is niet lang geleden gebeurd in Betondorp te A’dam. Daar was een arme gestorven. De pastoor ging praten over een H. Mis en een kerkelijke begrafenis. Men antwoordde hem, dat men dat niet betalen kon. Toen zei de pastoor: “daar hoeft ook niet voor betaald te worden. Dat kost u niets. U kunt het niet bekostigen, ik zal voor alles zorgen zonder dat U onkosten hebt.” De arme kreeg een keurige begrafenis. Dit trof andersdenkenden en communisten zo, dat ze geld bij elkaar brachten, opdat voor den overledene maandelijks nog een H. Mis zou worden opgedragen.

Het lijkt me lang niet uitgesloten dat tussen het moedig spreken van kapelaan Menken en deze goede daad der communisten een duidelijk verband bestaat…