Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1961-1970

Voetbalvereniging Watergraafsmeer in ernstige moeilijkheden

Voetvereniging Watergraafsmeer (1911) onder voorzitterschap van Jo Jaspers zit in 1968 in ernstige moeilijkheden, aldus een artikel in de Sportkroniek. Waar de voetbalclub altijd voor 80% op jonge inwoners van Betondorp was aangewezen, zijn deze inmiddels bijna allemaal verdwenen. Er wonen bijna alleen nog maar bejaarden in Betondorp. De club, die uit 1912 dateert, is in een noodlijdende situatie terechtgekomen. Voor jeugdige voetballers uit de rest van Amsterdam Oost zijn de velden van voetbalclub Watergraafsmeer te ver. Die gaan naar OVVO, Zeeburgia of TOG.

In 1974 zal VV Watergraafsmeer – dat overigens niets te maken heeft met het Watergraafsmeer waar JOS later mee zal fuseren – samengaan met TDW Centrum (Training Doet Winnen) – dat zelf een fusie is van TDW (1928) en ’t Centrum (1939). De nieuwe naam wordt FC Amstelland. Dit FC Amstelland gaat in 2008 op zijn beurt weer een fusie aan met FC Amsterdam United en heet sindsdien FC Amsterdam. Het is maar dat u het weet.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1961-1970

Badhuis of Mormonenkerk

In de jaren zestig wordt steeds meer geklaagd over de staat van de voorzieningen. In de Waarheid van 14 maart 1969 wordt daar uitgebreid aandacht aan besteed. We nemen het artikel volledig over.

IN BETONDORP WONEN VEEL BEJAARDEN

Maar voorzieningen laten op zich wachten

(van een van onze verslaggevers)

De bevolking van Tuindorp Watergraafsmeer, ofwel Betondorp zoals het doorgaans wordt genoemd, bestaat voor het merendeel (circa 60 procent) uit bejaarden. Als men het dorp vanaf de Middenweg binnenrijdt is dat al te merken: er spelen minder kinderen op straat dan in de meeste andere volksbuurten en ook auto’s komt men minder vaak tegen. Er heerst een opmerkelijke rust en hier en daar ziet men een Betondorper van hoge leeftijd zijn wandelingetje maken. Grijs is dus niet alleen de kleur van de gevels van de uit beton opgetrokken woningen die in een groot deel van eht dorp staan, het is eveneens de kleur die van toepassing is op de bevolking.

Een dergelijke concentratie van bejaarden in één buurt schept de mogelijkheid voorzieningen te treffen, waarmede het de ouden van dagen mogelijk wordt gemaakt, zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Tot nu toe ontbreken deze voorzieningen echter, zelfs de meest elementaire. Het kost de bejaarde Betondorpers dan ook geen enkele moeite daar een boekje over open te doen. Het verzorgingspeil – zoals dat officieel wordt genoemd – voor de bejaarden in Betondorp staat op een laag pitje.

In een van de betonnen huisjes op de Brink, het plein dat de kern van het dorp vormt, woont het bejaarde echtpaar Terpstra. “Het is hier een rustige en fijne omgeving om in te wonen. Behalve op de zondagen als Ajax thuis speelt en het hele dorp vol staat met geparkeerde auto’s heerst hier een grote rust. De huizen zijn laag en er is ook nog genoeg frisse lucht. Maar op het gebied van bejaardenvoorzieningen is het in Betondorp droef gesteld”, aldus de heer Terpstra, die lid is van de actieve afdeling 8 van de bejaardenbond.

“Terwijl er in alle oudere huizen een badcel ontbreekt, voor zover de mensen die niet voor duur geld zelf hebben laten maken, is er in het hele dorp met zijn vele bejaarden geen badhuis. We zijn er nu al dertig jaar over bezig, maar tot nu toe is het op niets uitgelopen. Er was wel een mooie plaats waar een badhuis had kunnen staan, op de Zaaiersweg. Nu staat er op die plek een Mormonenkerk, terwijl er in heel Betondorp waarschijnlijk geen Mormoon woont. Maar er is nog een prachtige plaats waar een badhuis gebouwd zou kunnen worden, hier midden in het dorp.”

Dit zeggende wijst de heer Terpstra door het raam naar een oud en versleten gebouw, dat in kennelijke staat van verval verkeert en waar vroeger de openbare leeszaal en bibliotheek gehuisvest is geweest.

Het gebouw staat daar nu al lange tijd nutteloos en een badhuis is er nog aldoor niet gekomen. Als de heer Terpstra naar het badhuis wil moet hij geen en weer met de tram naar de Linnaeusstraat, wat voor deze bejaarde man – en zijn vele leeftijdsgenoten van om en nabij de tachtig – niet alleen een hele onderneming is maar hen ook nog op extra kosten jaagt.

Een ander grief van veel bewoners van Betondorp is het ontbreken van een permanente apotheek.

“Er is hier alleen maar een hulpapotheek, die enkele uren van de dag – ’s morgens van negen tot half elf en ’s middags van vier tot zes uur – geopend is. Daar kan je de ene dag het doktersrecept brengen om de volgende dag de medicijnen in ontvangst te nemen. Komt de dokter op vrijdag en je levert direct daarna het recept in, dan krijg je de medicijnen pas op maandag. Voor spoedgevallen moeten we helemaal naar Diemen”, zo vertelt de heer Terpstra hier en daar bijgevallen door zijn vrouw.

Beiden zijn zij van mening dat juist in een stadsdeel als Betondorp waar veel bejaarden wonen, met veel kans op zieken, een permanente apotheek een eerste vereiste is.

Ook het ontbreken van een wasserette in de buurt wordt als een groot gemis beschouwd. Toen er onlangs in Betondorp een winkel leeg kwam te staan groeide de hoop, dat er eem wasserette in zou komen. Immers juist de bejaarden kunnen zich de aanschaf van een wasautomaat niet permitteren en bovendien zou zo’n duur apparaat niet rendabel zijn voor de klein bejaardenhuizen. In plaats van de wasserette kwam echter een galanteriewinkel.

Onvoldoende comfort

Bij het ontbreken van deze elementaire voorzieningen komt ook nog dat de woningen zelf, die voor een belangrijk deel gemeentebezit zijn, involdoende op bejaarden afgesteld comfort bezitten.

“Natuurlijk zou ik graag een balconnetje of een waranda hebben,” zo vervolgt de heer Terpstra, maar daar doel ik nog niet eens op als ik spreek over comfort. Wel het feit dat er bijvoorbeeld geen speciale opbergruimte voor kolen is. In sommige huizen in Nieuw West gaan de kolen van buitenaf in speciaal daarvoor bestemde opslagplaatsen. Hier moet de kolenman door het hele huis om zijn vracht op zolder te storten. Als hij weer weg is moet mijn vrouw, die aan evenzichtstoornissen lijdt, dagenlang werken om het huis weer schoon te krijgen. Voor elk kitje kolen moet je naar boven.”

Zo was het voor de heer Terpstra tot voor kort ook nog. Hij kon er op den duur niet meer tegen op. Trots toont hij ons de gashaard, die hij zich een paar maanden geleden van het laatste opgespaarde geld heeft aangeschaft. Eigenlijk kon het er niet vanaf.

“Hoeveel bejaarden zijn er die dat niet kunnen doen? De meesten, en daar zijn er onder, die al jaren op een verzorgingslijst staan voor een verzorgingshuis, vanwege hun lichamelijke toestand. Zij moeten met hun kitjes kolen blijven sjouwen. Kan daar nu niet wat aan veranderen? Ik denk bijvoorbeeld aan een financiële bijdrage van de gemeente bij aanschaf van een gaskachel, zoals de CPN-raadsfractie heeft voorgesteld. Nog beter zou het aanleggen van een centrale verwarming in de gemeentewoningen zijn. Dat doen verschillende woningbouwverenigingen in andere stadsdelen trouwens al lang.

De bejaarden van Betondorp hebben nog wel meer verlangens. Een daarvan is het tot standbrengen van een verzorgingscentrum, dat de zelfstandig wonende bejaarden, waarvan velen hoogbejaard genoemd mogen worden, hulp, advies en bijstand verleent.

Van de kant van het gemeentebestuur heeft men toegezegd grotere aandacht aan de bejaarden in Amsterdam te zullen besteden. De voor bejaardenzorg verantwoordelijke wethouder Bootsma (AR-CHU), hoeft niet lang te zoeken, waar hij beginnen moet. De bejaarde bewoners van Watergraafsmeer zullen hem graag vertellen waar hij onmiddelijk mee kan beginnen.

Het Badhuis, waar hierover gesproken wordt, staat daadwerkelijk op het politiek programma. Aanleiding is een de uitkomst van een onderzoek dat in januari 1969 openbaar wordt en waaruit blijkt dat het inbouwen van douchecellen in de woningen in Betondorp een erg moeilijke en dure opgave zal zijn. Zoals bekend is het Badhuis er uiteindelijk niet gekomen en zijn de meeste (alle?) woningen bij renovatie uiteindelijk toch van een douchecel voorzien.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1961-1970

Betondorp tegen huurverhoging

De huurverhoging van 6% – “de zes procent van Schut”, zoals het communistische dagblad de Waarheid schrijft – die in 1969 dreigt voor veel bewoners in oude stadswijken doorgang te vinden, stuit op veel verzet. In Betondorp worden door drie enqueteurs 240 huurders bezocht die expliciet huurverhoging hebben geweigerd. Slechts 13 van de gevallen vindt de huur verhoging redelijk, aldus de heer L. Wildeman, voorzitter van de gezamenlijke huurdersverenigingen en -comité’s in Amsterdam in de krant van 13 april 1969

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1961-1970

Carrilon in Betondorp

Het gouden jubileum van de Nederlandse Klokkenspelvereniging in 1969 brengt wat teweeg, onder andere een toernee van een rondreizend carillon door de Amsterdamse buitenwijken. De reizende beijaard bestaat uit 35 klokken in drie octaven, die eigendom is van de firma Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel. Bespeler is Mr. Romke de Waard. Op dinsdag 17 juni 1969 staat het geheel dan ook om 19.15 uur op de Brink. Het carillonconcert duurt een half uur, waarna het geheel afreist naar Ransdorp, waar het volgende concert gegeven wordt.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1961-1970

Nee, het is mijn broer

Uit het Vrije Volk van 12 november 1969

Lijkbezorging destijds

Ik weet niet of in het Betondorp, Ploegstraat 57, nog steeds wekelijks mannen aan de deur komen om contributie te innen. Waarschijnlijk kost tegenwoordig het betalen van zo’n man meer dan de paar dubbeltjes die hij ophaalt. Ook is de welvaart zo toegenomen, dat meer mensen dan vroeger zich kunnen veroorloven per giro te betalen, of maandelijks, of jaarlijks.

Bij ons kwamen veel van die mannen aan de deur. Voor het dagblad ‘De Tribune’ moest elke week geld aan de ‘loper’ worden gegeven. En dan had je de contributies: de CPH, de IAH, de IRH, de VVVC, later VVSU. En tenslotte het ziekenfonds en de lijkverbranding […].

De man herinner ik me niet meer. Ik weet alleen dat hij kleiner van stuk was dan de ziekenfondsman. Hij bracht ons bovendien het blad van de ‘Arbeidersvereniging voor lijkverbranding’ met de toepasselijke naam ‘De Urn’. Hierin stond iedere keer hoeveel nieuwe leden er bijgekomen waren in een rubriek die meen ik ‘Ons groeiend staatje’ heette. Er hing een merkwaardige sfeer van blijmoedigheid om de hele vereniging. Dan was er de rubriek ‘Begraafplaatsenwee’ waarin kwaad werd gesproken van de concurrentie. Ik las die rubriek graag: in het grondwater rottende kisten, oneerbiedig op een hoop gesmeten knekels bij het ruimen van graven of het opheffen van een begraafplaats.

Ik geloofde toen aan lijkverbranding, zoals ik ook aan de CPH, de IAH, de IRH en de VVSU geloofde. Het was immers veel aardiger om als je dood was keurig verast te worden dan in de grond te liggen rotten en door de wormen te worden gegeten. Pas veel later begon ik iets in die wormen te zien. Het is toch eigenlijk lang niet gek, denk ik nu, om in de grond liggend, in de ‘vochtige aarde’ zoals de Russen dat noemen, met enig gras en bomen en de hemel boven je, langzaam tot humus te worden. Beter dan in een oven, met alle associaties van dien, tot as te worden gemaakt, die dan in zo’n urn op de schoorsteenmantel kan staan. Onze dokter Timmermans, had eens aan een patiënt gevraagd, toen hij zo’n urn zag staan: “Heeft u dat met voetballen gewonnen?” “Nee, het is mijn broer”, had de man volgens het verhaal geantwoord.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1961-1970

Tokkie versus Jacobse: Ajax naar Olympisch Stadion

Nu Ajax op Europees niveau zulke mooie resultaten laat zien, zoals deelname aan de Europese finale in 1969 – die overigens met 4-1 van AC Milan verloren wordt – gecombineerd met het groeiend autobezit van de gemiddelde Nederlander, wordt de parkeersituatie in Betondorp langzaam maar zeker onhoudbaar. Dit leidt er toe dat de heer Tokkie uit Kouterstraat 8 vragen stelt aan de heer Jacobse, voorzitter van de VVD-fractie. Wat gaat deze doen aan de overlast die de bewoners ondervinden? Jacobse antwoordt op 1 augustus 1970 in het Parool. Zijn oplossing is rigoreus.

De enige wezenlijke oplossing? Ajax met het begin van het nieuwe seizoen naar het Olympisch Stadion, de enige Amsterdamse accomodatie, die geschikt is voor voetbal op Europees topniveau en de daarbij behorende publieke belangstelling.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1961-1970

Weekblad Betondorp

Speciaal voor Betondorp verschijnt in november 1970 het eigen Weekblad Betondorp, een uitgave van de Amstellandpers die bijvoorbeeld ook De Nieuwe Diemer uitgeeft. In eerste instantie wordt het blad in een oplage van 5.500 exemplaren huis aan huis verspreid. Het lukte ons tot nu toe niet te achterhalen hoe lang dit weekblad in de lucht is geweest. Het laatste nummer dat het IISG in huis heeft is uit 1995. Misschien heeft iemand nog een oud nummer thuis liggen? Wij houden ons hiervoor van harte aanbevolen…!

Het Weekblad Betondorp zoals dat bij het IISG ligt heeft in ieder geval niets met Betondorp te maken. Het is een advertentieblad gericht op Diemen en Duivendrecht. Er komt geen één advertentie betreffende Betondorp voor en in slechts één artikeltje van een paar regels wordt het dorp genoemd, als meest bejaarden buurt van heel Amsterdam…

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940 Geschiedenis 1961-1970

Betondorp stemt socialistisch

Tot de jaren tachtig is Betondorp een socialistisch bolwerk. Regelmatig is een meerderheid van de stemmen socialistisch: voor S.D.A.P. (voor de oorlog) of voor de P.v.d.A. In 1935 stemt bijvoorbeeld 55% van de stemmers op de S.D.A.P. In 1962 is dat zelfs een beetje meer.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960 Geschiedenis 1961-1970 Geschiedenis 1971-1980

De Vluchthaven

In 1953 staat het schoolgebouw aan het Zuivelplein leeg en de gemeente laat een oog op het pand vallen in verband met de huisvesting van de Vluchthaven, een doorgangshuis voor jongens dat daarvoor op Frederiksplein 37 gevestigd is. De eerste jaren is er weinig nieuws over de Vluchthaven, waar jongens opgevangen worden die thuis of elders zijn vastgelopen, of die in afwachting van een rechtzaak voor kleine vergrijpen in voorarrest zitten. Het is een unieke instantie, tussen jeugdgevangenis en kindertehuis in. In 1973 breekt er echter – zoals ook op veel plekken elders in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg – een crisis uit bij de Vluchthaven.

Directe aanleiding is een rapport, bijna een soort zwartboek over de toestanden in het huis, dat uitgebracht wordt door de Belangenvereniging Minderjarigen en is geschreven door onder andere Erik van Ingen Schenau, ex-bewoner van de Vluchtheuvel en zelf werkzaam als groepsleider in een ander tehuis. De Vluchtheuvel, waar 30-40 jongens worden opgevangen in de leeftijd van 6-18 jaar, is nog beperkender dan een Huis van bewaring, aldus het rapport. De inkomsten van de jongens, waarvan een aantal verplicht is werkzaamheden te verrichten, is minder dan in de gevangenis. Ook is het tehuis vies: de dekens worden maar enkele keren per jaar verschoond. Niemand mag het huis verlaten zonder toestemming van de groepsleiding en er zijn diverse andere beperkende maatregelen, zoals het verbod onbeperkt naar buiten te bellen. Bovendien moet iedereen verplicht om 11 uur naar bed. Het toppunt is wel dat de Vluchthaven geen maatschappelijk werker in dienst heeft.

Het rapport over wantoestanden in de Vluchthaven zijn met name vanuit een specifiek progressief standpunt over de vrijheid waar jongeren onder andere recht op zouden hebben, schokkend, en de directie, zonder wiens medewerking het in de landelijke publiciteit gebrachte stuk tot stand is gekomen, weet in eerste instantie even niet hoe te reageren, met name omdat ze het stuk nog niet hebben gezien.

Progressieve delegatie

Aanbieding van het al in de media besproken rapport gaat niet zonder moeilijkheden. Na een bespreking tussen D66-raadslid E. van Antwerpen, enige journalisten en de aanklagende groep, trekt deze 20 man sterk naar Betondorp. Wanneer directeur Stienstra meldt een beperkt aantal leden van de delegatie kan ontvangen, ongetwijfeld ook vanwege de veiligheidssituatie, ontstaat een worsteling bij de deur. Uiteindelijk weet de hele beschuldigende delegatie binnen te komen. Inmiddels heeft de instelling de politie gebeld, maar die komt pas nadat het rapport onder toeziend oog van fotograferende journalisten is overhandigd. Van Antwerpen meldt in de Gemeenteraad kritische vragen te zullen gaan stellen.

J’accuse…

Enige dagen is de strategie bepaald en onderschrijft directeur Stienstra in ieder geval in de NRC de ondermaatsheid van de behuizing. Volgens hem heeft B & W van Amsterdam sinds 1966 niets meer aan onderhoud gedaan en is er sprake van ernstige verwaarlozing op dat gebied. Verder zal een overleg gaan plaatsvinden tussen negen Amsterdamse instanties die regelmatig moeilijke jongens in de Vluchthaven onder brengen, over het al dan niet terecht zijn van de beschuldigingen in het zwartboek. Zij hebben bij de betrokken wethouder aangegeven zich graag met de zaak te bemoeien.

De Amsterdamse KVP-wethouder van sociale zaken, A.P.J. van der Eijden, spreekt op zijn beurt de beweringen over de ernst van de situatie in de Vluchthaven en ook de aantijging van directeur Stienstra voor de televisiecamera tegen. Volgens de wethouder is er altijd voldoende geld beschikbaar gesteld. Bovendien wordt momenteel naar alternatieve behuizing gezocht. D66-raadslid Van Antwerpen stelt zijn kritische vragen, waarop ook het college van B&W antwoordt dat de toestanden in de Vluchthaven in tegenstelling tot wat in het rapport vermeld wordt niet middeleeuws zijn. De beurt is dan aan het Tweede Kamerlid van de PSP, van der Lek, om kritische vragen aan het kabinet te stellen over de Vluchthaven. Maar ook Staatssecretaris Glastra is van mening dat van een onleefbare situatie niets is gebleken. Wel zijn de slaapzalen in de Vluchtheuvel te dicht bevolkt en dient in dat kader de huisvestigingssituatie verbeterd te worden. Mogelijk dient het gebouw aan het Zuivelplein ook verlaten te worden.

Inmiddels breekt een crisis uit in de Vluchtheuvel zelf. Het meer progressief ingesteld deel, de pedagogische afdeling, maakt bekend niet langer onder directeur Stienstra te willen werken. De directeur krijgt zelfs tijdelijk kamerarrest onder bewaking van twee personeelsleden, zoals hieronder te zien in een foto uit het Vrije Volk van 6 april 1974.

Een onmiddellijke reactie van bestuur en directie is de aankondiging van overplaatsing van alle jongens naar andere instellingen, omdat zonder pedagogische afdeling het tehuis niet verantwoord voort kan bestaan. Het pedagogisch personeel bezet de volgende dag het pand en betrekt een groot aantal van de opgevangen jongens in de zaak, door hen intrek te laten nemen in het bezette deel van het pand. Aangekondigd wordt het pand net zo lang te bezetten tot ingegaan wordt op hun eisen. Zo wil het pedagogisch personeel dat de Vluchthaven gaat samenwerken met het Sociaal Agogisch Centrum. Daarbij vreest men bovendien dat de instelling gesloten zal worden en dat de jongens overgeplaats zullen worden naar de jeugdgevangenis in het Lloyd’s Hotel of zelfs naar Almere. Daarom wordt een spandoek opgehangen met de tekst “Liever een rel dan het Lloyd’s hotel”.

Ondanks poging tot bemiddeling van wethouder van der Eyden wil het bezettend comité van geen wijken weten en de bezetting duurt inmiddels een week. Het Parool neemt het inmiddels openlijk op voor de Vluchthaven en de directie daarvan. Volgens het Amsterdamse dagblad is de Vluchthaven juist uniek in zijn soort en moet de instelling zoals deze is zeker voor Amsterdam behouden blijven. Inmiddels zit directeur W. van der Halm van het Sociaal Agogisch Centrum ook niet stil en beveelt in de media aan dat het bestuur van de Vluchthaven zijn opdracht aan het bestuur van Amsterdam teruggeeft, zodat het Sociaal Agogisch Centrum als ad-interim bestuur de zaken over kan nemen.

En inderdaad slaagt van der Halm in zijn poging tot bemiddelen. De bezetting van de Vluchthaven wordt op dinsdag 19 februari 1974 beëindigd. Een dag tevoren is de laatste jongen uit het huis vertrokken. Van der Halm krijgt de opdracht om een maand lang coördinator te zijn bij een poging betere voorwaarden te scheppen voor de opvang van strafrechtelijke of sociaal moeilijke pupillen onder de 18 jaar. Enige weken later gaat het tehuis weer open. Afgesproken is dat het gebouw aan het Zuivelplein voor enige tonnen zal worden verbouwd. Stienstra wordt gehandhaafd als directeur en er zal een adjunct-directeur te ondersteuning van Stienstra worden benoemd.

Henk Lazonder

De rust lijkt weer te keren na het bemiddelend optreden van van der Halm, maar schijn bedriegt. Al in oktober 1974 blijkt opnieuw een conflict te zijn uitgebroken. Volgens directeur Stienstra meent het personeel te kunnen doen en laten wat men maar wil en moet daar vanuit zijn gevoelde verantwoordelijkheid voor de op te voeden jongens een einde aan komen. Zijn ingreep bestaat uit het verplaatsen van de meeste jongens naar andere tehuizen en het ontslaan van hoofdleider Henk Lazonder. Reactie van het personeel is massale ziekmelding en ook ontslagname. Stienstra licht in de media zijn beslissing toe. Ondanks de verbouwing van 5 ton, aldus de directeur, was het afgelopen half jaar niet mogelijk de jongens goed op te vangen.

“Dat liep helemaal vast door de chaos in huis,” aldus Stienstra. “De jongen mochten opstaan, eten en de deur uitgaan wanneer ze wilden. Dat betekent dat ze in hetzelfde straatje doorgaan als waarvoor al eens eerder ingegrepen is. Wij moeten ze juist een stuk regelmaat en gewoontevorming bijbrengen.”

Hoofdleider Lazonder, die ook door het Parool geïnterviewd wordt, is het totaal niet eens met deze visie. Het gaat juist om de individuele motivatie van de jongens en niet om het handhaven van orde. Lazonder vreest dat na zijn ontslag iemand van de lijn Stienstra zal worden aangenomen.

Dit gedoe zet zich nog enige tijd voort. Uiteindelijk kiest de Gemeente er voor de Vluchthaven te sluiten. Het personeel krijgt ontslag aangezegd per 1 april 1975. Het duo René Bruyn en Paul Bremer, die ook betrokken waren bij de sluiting van de Vluchthaven, krijgt namens de Amsterdamse Raad een doorstart te onderzoeken in de vorm van een JOC, een Jongeren Opvang Centrum, dat dan ingevoegd kan worden in de activiteiten van het Sociaal Agogisch Centrum.

De heren Bruyn en Bremer gaan voor een JOC

Nu is het echter het uiterst progressieve JAC (Jongeren Advies Centrum) dat op zijn achterste benen gaat staan. Zij geeft spontaan een ‘Groenboek’ uit, wat bij drie instanties wordt aangeboden. Een JOC, dat nooit! Hulpverlening is alleen mogelijk op basis van vrijwilligheid en vrijheid, die het JAC te bieden heeft. “Moet je mensen die aggressief zijn opsluiten? Wij vinden van niet,” aldus het JAC. “Zo’n straf is onwerkbaar en komt in het JOC weer terug.”

En zo slepen de jaren zeventig zich tot een einde. Het Jongeren Opvang Centrum zal er ondanks ernstige tegenstand van progressieve krachten toch komen en bestaat nog steeds vandaag de dag, alhoewel vanaf sinds 1985 niet langer in Betondorp. Wat er van directeur Stienstra geworden is, konden wij verder niet achterhalen. Wij hopen er maar het beste van.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940 Geschiedenis 1941-1950 Geschiedenis 1951-1960 Geschiedenis 1961-1970 Geschiedenis 1971-1980 Geschiedenis 1981-1990 Geschiedenis 1991-2000

Geschiedenis van de Heilige Familie Kerk in Amsterdam Oost (Betondorp)

Aanvankelijk was er geen kerk in de nieuwbouwwijk Betondorp. De Rooms Katholieken komen vanaf 1936 in de voormalige Roosenburghschool aan het Zuivelplein bijeen, in de Kerk van de Heilige van Nazareth, een initiatief van de Sint Petrus Banden parochie te Diemen.

Op 22 mei 1951 werd de eerste paal geheid en op 7 oktober van dat jaar werd de eerste steen gelegd door deken Boekhorst, met assistentie van de pastoors van Diemen en Duivendrecht.

Het jaar daarop werd de kerk op 15 juli in gebruik genomen en op 28 augustus 1952 is de kerk door de mgr J.P, Huibers, toenmalig bisschop van Haarlem, geconsacreerd.

De kerk is gebouwd in de stijl van de Delftse School, en ontworpen door H.A. van Oerle en J.J. Schrama.

Het witte kerkje

Oorspronkelijk was de kerk geheel wit (vandaar de bijnaam “het witte kerkje”), maar in 1962 werd het witsel verwijderd, waardoor de rode baksteen zichtbaar werd. In oktober 1965 werd er een nieuwe vleugel in gebruik genomen. Dit gemeenschapshuis heet D’Uytvlught, naar een buitenplaats die er vroeger vlakbij lag. Het reliëf boven de ingang is van de beeldhouwer C. Stouthamer.

De pastorie, aan de noordkant, fungeerde aanvankelijk als klooster voor zeven paters en broeders. In 2003 is deze kerk als parochiekerk gesloten en zijn de parochianen toegevoegd aan de Hofkerk (Martelaren van Gorkum, Linnaeushof). Sindsdien heeft een Kroatische kerk (Kroatisch Katholieke Missie) het pand enige tijd gebruikt.

Parochie van de Blessed Trinity.

De geschiedenis van de parochie van de Blessed Trinity gaat terug tot 19 november 1958. Pater H.W.A. Hendriks richtte samen met een paar leraren van het Sint Ignastius College en het Fons Vitae de Stichting Katholiek Orientatiecentrum Voor Vreemdelingen op. Al spoedig werden er eucharisatievieringen in de Engelse taal verzorgd op het Begijhof. Aanvankelijk was de populatie gelijkmatig verdeeld over verschillende nationaliteiten, totdat er een grote groep Ieren kwam. Ierse meisjes konden namelijk in hotels gaan werken. De volgende grote groep die bij de gemeenschap kwam waren meisjes uit de Filipijnen die in de verpleging of de textielindustrie kwamen te werken. Tot slot kwam er een grote groep Afrikanen, met name Nigerianen en Ghanezen. De parochie was uitgegroeid tot ongeveer 400 bezoekers per zondag en vooral op het Begijnhof leidde dat op dagen dat er veel toeristen waren tot veel verkeersdrukte op de Rozengracht. Sinds 1996 is de Parochie van de Blessed Trinity gehuisvest in de Heilige Familiekerk. Door de coronacrisis is het aantal gelovigen die op zondag naar de vieringen komen, natuurlijk flink teruggelopen. Nu de maatregelen (oktober 2021) wat worden versoepeld komen er weer zo’n 200 gelovigen naar de H. Mis op zondag.

In 2014 kreeg het gebouw van de Heilige Familiekerk het de status van gemeentelijk monument.

  1. PARISH OF THE BLESSED TRINITY

De kerk aan de Zaaiersweg was vroeger een parochiekerk met de naam “Kerk van de Heilige Familie”. Momenteel is het een Engelstalige migrantenparochie onder de naam “Parish of the Blessed Trinity” (Parochie van de Heilige Drie-eenheid). Een beknopte geschiedenis van deze katholieke gemeenschap is hierboven beschreven.

Op de foto ziet u het interieur van de kerk.

Centraal in de kerk is het altaar, waar de H. Mis wordt opgedragen. Wij zijn een Rooms Katholieke parochie en als zodanig onderdeel van het Bisdom Haarlem-Amsterdam. Bisschop Johannes Hendriks is onze bisschop.

Voor de katholieke Kerk is de Heilige Mis, of de Eucharistie zoals dit ook wordt genoemd, “de bron en het hoogtepunt van het kerkelijk leven.” Zo omschrijft de Kerk zelf de betekenis van de Eucharistie. In onze Blessed Trinity parochie is dit op een bijzondere manier waar. Wij zijn een parochie zonder territorium. Alle “normale” parochies (d.w.z. geen immigrantenparochies of ander parochies met een bijzondere doelgroep) hebben een bepaald gebied en de katholieken die wonen in dat gebied, behoren dan tot deze parochie. Bij ons kan iedere gelovige, waar hij ook woont, lid worden van de parochie. Daar de parochie speciaal is opgericht voor Engels sprekende migranten, zijn het vooral deze mensen die zich als parochiaan laten inschrijven. De meeste parochianen komen eens in de week, op zondagmorgen, samen voor het vieren van de Eucharistie. Deze Eucharistieviering is in het Engels en volgt verder de algemene richtlijnen voor de H. Mis zoals deze gelden voor alle Eucharistievieringen in de Katholieke Kerk.

De H. Mis is “de bron van het kerkelijk leven”, dat wil zeggen dat de gelovigen in de H. Mis de kracht en inspiratie opdoen  voor hun christelijk leven, voor het leven als navolgers van Christus. In de H. Mis worden de gelovigen geestelijk gevoed met Gods Woord dat wordt gelezen en verklaard, en door het Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus. De Katholieke Kerk gelooft dat Jezus Zich werkelijk geeft in het Sacrament van de Eucharistie en dat de viering van de H. Mis  het Offer van Christus op Calvarië tegenwoordig stelt.

De H. Mis ik ook “het hoogtepunt van het kerkelijk leven” omdat het op Sacramentele wijze viert wat de uiteindelijke bestemming is van de Kerk en van het leven van iedere gelovige: het Hemels gastmaal dat Jezus heeft beloofd aan Zijn volgelingen. De H. Mis is ook de hoogste lof die we aan God kunnen geven omdat het Offer  van Christus Zelf wordt tegenwoordig gesteld, het Offer dat de wereld met God verzoend.

Naast de viering van de Eucharistie zijn er natuurlijk tal van andere activiteiten: van geloofsonderricht tot het onderhoud van het kerkgebouw, van koorzang tot voorbereiding van de liturgie. En er zijn ook pastorale taken, die in de charitas en het bezoek aan zieke parochianen worden verwezenlijkt. De “focus” van de Blessed Trinity parochie ligt echter niet zozeer op de georganiseerde taken “naar buiten toe”  – die natuurlijk wel wezenlijk behoren tot de taken van een katholieke parochie – juist omdat we geen territorium hebben en het moeilijk is om dingen te organiseren buiten de zondag om. De parochianen hebben wel de zending om in hun dagelijks leven in praktijk te brengen wat hen op de zondag door het Woord van God wordt gezegd. De wekelijkse viering van de Eucharistie dient “het desem te zijn voor het brood van alledag.”

Voor meer informatie over onze parochie verwijs ik u graag naar onze website waar u veel kunt lezen over ons geloof en onze activiteiten: blessedtrinity.nl

Ik hoop dat de kennismaking met onze parochie voor allen duidelijkheid mag geven over wat we geloven en doen en dat het wellicht ook inspiratie mag schenken. Fr. Peter Klos, pastoor