Categorieën
Nieuws Nieuws en interviews

Natuurwandeling

Op zaterdag 8 oktober 2022 organiseert Sabine weer een natuurwandeling. Start is om 10.30 uur in de Zuiveltuin.

Categorieën
Nieuws Nieuws en interviews

Fotowedstrijd

Categorieën
Nieuws Nieuws en interviews

Buurtbivak

Categorieën
Geen categorie Interviews Nieuws en interviews

Interview met Frank Stork

Door Rogier Schravendeel

Op 23 september 2022 ontmoet ik Frank Stork in de ruimte van Stichting Veerkrachtig Betondorp. Hij is bezig etenswaren te sorteren. Later op de dag zal hij bij een aantal mensen ook daadwerkelijk eten langs gaan brengen. Ik stel hem een aantal vragen.

Hallo Frank, leuk dat ik je mag interviewen. Wil je vertellen waar en wanneer je geboren bent en hoe je jeugd was?

Ja dat is goed. Ik ben geboren op 28 november 1958 aan de Bredeweg in Oud-Watergraafsmeer. Het was een erg gezellig buurtje. Mijn ouders hadden een vriendenclubje dat nog uit de oorlog stamde, “de kliek” heette dat. Dat zat zo: mijn vader werkte bij de Nederlandse bank, iemand anders weer bij de belastingen en samen distribueerden ze eten onder de armen van de buurt. Mijn hele jeugd gingen wij om met “de kliek”. Op zondag en één of twee keer per week gingen we op bezoek bij tante Rietje, oom Jan en hoe ze allemaal maar heetten. Ik had een heel stel oom en tantes om me heen die op me letten.

Was je enig kind?

Nee, ik was de jongste. Ik had nog twee broers en een zus. Mijn oudste broer is in de oorlog geboren. Ik ging naar de Hogewegschool. Daar zit nu de Frankendaalschool. Mijn moeder speelde daar elk jaar Zwarte Piet. Daar had ik niets van in de gaten. Ze zei dan dat ze even bij een of andere oom of tante langsging, verkleedde zich snel en was dan Zwarte Piet. Later werd ze afgeschminkt en dan kwam ze weer terug van tante of oom. En ik had het allemaal totaal niet door.

Emmakerk, nu De Bron

We zaten bij de [Nederlands-Hervormde, red.] Emmakerk, tegenwoordig De Bron. Daar probeerden we als kinderen natuurlijk op alle mogelijke manieren onderuit te komen.

Vroeger stopte ik op zondag mijn dubbeltje onderweg vaak in de snoepautomaat. Deden jullie ook dat soort dingen?

Ja, wij probeerden het dubbeltje te wisselen. Dan kon je toch iets in het zakje toen, en de rest gooiden we ook in de snoepautomaat, de kauwgomballenautomaat op de Hogeweg.

Ging je ook naar verenigingen? Deed je aan sport?

Ja, er werd heel wat afgesport. Op vrijdag hadden we ijshockey, op zaterdag honkbal en op zondag ging je zelf voetballen of ging je naar Ajax. En in de Jaap Edenhal was een grote concertzaal. Daar kwamen internationaal beroemde sterren, zoals Status Quo, Lionel Richie & the Commodores, en zelfs Bob Marley.

Na de lagere school ging ik naar de HAVO op de Nobelweg. Maar ik heb nooit het diploma behaald. Ik ging al vroeg werken, bij de Makro op de Spaklerweg, op de afdeling boekhouding. Dat ging goed. Af en toe deed ik een cursus. Ik had een goed leven. Onder de Koningskerk zat in die tijd een discotheek, die min of meer van de kerk uitging. Daar gingen we dan woensdagavond, vrijdagavond en zaterdagavond naar toe. Op mijn 24e trouwde ik. We gingen toen op de Middenweg wonen.

Speelde het geloof bij jullie thuis een belangrijke rol?

Nou, ik weet nog wel dat mijn oudste broer verkering had met een meisje dat katholiek was. Dat moest hij uitmaken van mijn ouders. Maar verder speelde het geloof niet zo’n grote rol. Mijn vader ging al niet meer naar de kerk. Mijn moeder wel. Ze zat ook bij het Rehobothkoor.

Wat grappig, daar heb ik zelf ook nog op gezeten.

Mijn moeder was ook de allereerste vrijwilliger bij Tabitha, aan de Van ’t Hofflaan. Dan ging ze met die oudjes zingen. Later werd ze kinds en toen kwam ze zelf in Tabitha terecht. Ze had altijd aangegeven dat, mocht er iets met haar gebeuren, dat ze dan naar Tabitha wilde. We hebben dat toen voor haar kunnen regelen. Ze overleed ca. 2010. Mijn vader was al in 2007 overleden.

Na de Makro kreeg ik via mijn vader een zogenaamde ´jongerenbaan´ bij de Nederlandse Bank. Ik leefde een gewoon leven. Ik heb drie kinderen en ben twee keer gescheiden. In 2008 overkwam mij iets totaal onverwachts. Toen ik Tabitha verliet, waar ik net mijn moeder bezocht had en in de Cliëntenraad zat, kreeg ik een hartstilstand. Ik schijn op straat gevonden te zijn door een mannetje van Tabitha die altijd een sigaretje van me kreeg. Ik heb drie dagen in coma gelegen.

Wat een heftig verhaal. Gelukkig heb je het allemaal overleefd. Heb je er iets aan overgehouden?

Ik ben zelf wakker geworden uit mijn coma, en nog wel op de verjaardag van twee grootvaders van me, 15 juni. Ik was hele stukken uit mijn geheugen voorgoed kwijt. Om een lang verhaal kort te maken: ik ben toen afgekeurd. Uiteindelijk bleek het een bloedpropje te zijn geweest dat de boel verstopt had. Maar mijn leven lag wel helemaal overhoop. Daar ga je dan weer wat van maken.

Ik woon nu inmiddels op het Archimedesplantsoen en ik heb drie kinderen waar ik apetrots op ben. Twee werken er in de zorg en eentje is loodgieter. En ik ben actief geraakt in de Ouderen Advies Raad van Amsterdam Oost. Op een gegeven moment kwam het Stadsdeel er achter dat veel sociaal werk was weggevallen in de buurt en dat er sprake was van stille armoede. Mensen die wel de huur en gas en licht weten te betalen, maar thuis op een houtje bijten, dan hebben ze gewoon honger. Betondorp werd toen een focuswijk. Dat gaat zo ongeveer over de laatste tien jaar.

De Avonden

Nou kom ik nogal graag in De Avonden en toen ik ook via de Ouderen Advies Raad Oost steeds vaker hoorde van die stille armoede wilde ik graag helpen daar iets aan te doen. Organisaties kwamen in de coronatijd vaak bedelen bij De Avonden om eten om iets aan die stille armoede te doen. En zo ben ik Betondorp zo’n beetje ingerold. Ik besloot me bij Carleen de Lange aan te melden van Stichting Veerkrachtig Betondorp. Via de stichting help ik de mensen in Betondorp drie keer per week aan boodschappen en andere ondersteuning als dat nodig is. En als de mensen met een glimlach de deur uit gaan, maakt mij dat ook blij.

Kun je nog even iets vertellen over de Ouderen Advies Raad?

Ja, wij komen één keer in de maand op de eerste donderdag van de maand bij elkaar in het Stadsdeelkantoor aan het Oranje-Vrijstaatplein. Het is nogal een gemengd gezelschap en we hebben het over van alles en nog wat, maar dus met de focus op de mensen van 50 jaar en ouder. Er is ook een website waar je op kunt kijken. Daar staat trouwens ook het Grand Café Genieten op, dat ik jaren lang in een ruimte aan de voorkant van het Stadsdeelkantoor open mocht houden en waar ik ook veel mensen advies kon geven. Helaas is dat met de coronatijd gesloten geraakt en het zal niet meer open gaan, want het wordt nu door de ambtenaren gebruikt. De mensen vinden het vreselijk, maar het is nu eenmaal zo.

Frank, wil je nog een laatste woord zeggen aan de mensen van Betondorp?

De mensen moeten een beetje lief zijn voor elkaar. Laten we elkaar heel veel ondersteunen en samenwerken. Het is beter een langere tafel te maken dan een muur te bouwen. Armoede is vaak buiten de schuld van mensen. Help elkaar als je kan.

Frank, heel hartelijk dank je goede woorden en voor dit interview!

Categorieën
Interviews Nieuws en interviews

Interview met Cor Rijlaarsdam

Ik kom Cor tegen in de Elthetokerk in de Javastraat. Hij blijkt uit Betondorp afkomstig en we gaan buiten op een bankje zitten. Cor gooit mijn koffie om en maakt de bank schoon. Ik krijg een nieuwe koffie van hem en we beginnen het interview.

Cor maakt bank schoon

Cor, je hebt wel een hele bijzonder achternaam. Wat betekent die eigenlijk?

Ja, vroeger had ik er een eigen verklaring voor. Er zou dan ergens een dam, een ondiepte in een water zijn, waar je met je laarzen doorheen moest waden. Er was een dorpje in de buurt en daar zat dan weer een schoenmaker in, etc. Maar mijn zus die heeft het in Leiden uitgezocht; ze komt aan de balie en de man is na vijf minuten al terug met een lijvige scriptie in zijn hand. Het bleek dat iemand op die naam gepromoveerd was. Ergens nabij Zoetermeer was er een polder en als je van de polder in de boezemvaart er omheen moest komen met een boot, dan was er geen sluisje, maar er was een soort hefboomconstructie gemaakt en dan kon je ‘gereguleerd’ over de dam. Dat ‘gereguleerd over de dam’ veranderde op den duur in rijlaarsdam. Die naam raakte verspreid. Er zijn nog een paar boeren in Ouderkerk, Vinkeveen en Abcou die die naam nog dragen. Wat ik jammer vind is dat mijn voorouders ooit een keer naar de stad zijn getrokken.

Waar en wanneer ben je geboren, Cor?

Puch

In 1951 in het Burgerziekenhuis. Mijn ouders woonden toen in de Meerhuizenstraat in de Rivierenbuurt. In 1959 verhuisden we naar Betondorp, want de woning aan de Rivierenbuurt begon te klein te worden voor het gezin. Ik heb een jongere en een oudere zus. We woonden in de Tuinbouwstraat 120; dat is nu Tuinbouwstraat 164. Ik zat op de Watergraafsmeerschool op de Huismanshof. Ik vond school nooit leuk want ik had geen zin in leren. We hadden altijd wel een hoop lol samen. Na de lagere school ging ik naar het Van der Waalslyceum aan de Mauritskade. Mijn oudste zus ging naar het gymnasium.

Heb je die school wel afgemaakt?

Nee, die school heb ik inderdaad niet afgemaakt. Later heb ik wel de avond-HAVO gedaan. Maar toen interesseerde het mij niet. Het was de hippietijd, en ik had lang haar en een puch. Ik zat in die tijd ook bij de Socialistische Jeugd. We blowden en we gingen naar Paradiso. In 1972 ben ik toen naar de Sociale Academie gegaan, Karthuizer, in de Jordaan. Maar toen werd ik opeens heel erg ziek. Ik had chronische agressieve hepatitis. Ik kreeg koorts en hield niets meer binnen. Op een gegeven moment woog ik nog maar 56 kilo. Ik kwam weer een paar keer in het Burgerziekenhuis terecht.

Wat is chronische agressieve hepatitis eigenlijk? Ik had er nog nooit van gehoord. Hoe kom je daaraan?

Ja, ik heb wel eens gezegd dat het in die hippietijd uit India is gekomen. Laten we het daar maar op houden. Ik had dus die ziekte en kon niet zoveel. In 1974 ging ik bij de Cosmos werken. Eerst zat ik bij de Cosmic Paper. Dat was een krantje van Paradiso [Paradiso opende onder de naam Cosmic Relax Centre, red.]. Later werkte ik in de sauna. Ik viel ook overal in, de bibliotheek, het restaurant. Nog later werd ik schoonmaker. Uiteindelijk werd ik vanwege mijn ziekte in 1978 volledig afgekeurd. Daarna ging ik vrijwilligerswerk doen. Maar in 1977 ben ik dus moslim geworden. Dat kwam zo. In de Kosmos kwam ik zo’n beetje alle religies tegen, en ik heb dat onderzocht. Ik kwam in contact met de eenheid van God. Voordat ik me bekeerde heb ik ook een tijdje bij de Christengemeenschep gezeten, maar ik kon gewoon niets met die Drieëenheid.

Dus je hebt de islamitische geloofsbelijdenis afgelegd. Hoe kwam dat allemaal zo tot stand?

Ja, de getuigenis is: Ik getuig dat er geen God is dan Allah en Mohammed is zijn dienaar en boodschapper. [Cor spreekt de uitspraak ook in het Arabisch uit]. Dat zat zo. Er zaten twee Belgen in die Cosmos die naar Amerika waren gegaan en moslim waren geworden. Eentje kwam terug naar Amsterdam en daar ging ik mee om. God is de onderhouder van het licht van hemel en aarde. En in het huis van de gelovige is het licht. Dat staat ook in de Koran. Er ik ervoer dat licht dus in het huis van die Belg. Ik lig om half twaalf ’s nachts in mijn ben en ik zeg tegen mijn toenmalige Franse vriendin: Ik moet naar het licht. En diezelfde dag nog ben ik moslim geworden.

Ik heb in de Kosmostijd heel veel zoekende mensen gezien, die niet de consequenties van een godsdienst voor hun ego wilden aanvaarden. Voor mij zijn die consequenties de vijf zuilen van de islam.

Ben je ook op Haj geweest?

Ik ben in de jaren tachtig vier keer op Haj geweest en ben ook een keer een langere tijd in Saudi Arabië gebleven. Mijn islamitische naam is Abdulhaj, dat is Dienaar van de levende God. Ik zat in die tijd ook in Syrië, Jordanië etc. Mijn geestelijk leider in 1980 was Sheikh Nazim; ik zat toen in Syrië. Ik was in die tijd ook nog erg met politiek bezig, dat kwam nog vanuit mijn Socialistische Jeugd-periode denk ik, maar mijn geestelijk leider zei dat ik me niet met die politieke zaken moest bezighouden, hij zei dat ik wel met die aardse zaken bezig kon blijven, “but I can bring to the heavenly station.” In juni 1981 werd het steeds heter in Damascus en mijn ziekte begon weer op te spelen. Het eerste boek van Sheikh Nazim was gedrukt in Konya [Turkije, geestelijk centrum van mystieke islam/zij vinden dit enige vorm van islam] en ik ben toen met 25 exemplaren in het Engels terug naar Nederland gegaan. Het boek is toen verspreid via de Federation of Muslim Organisations in the Netherlands. Die zaten in Scheveningen.

Is dat ook die groep van de vroege vertaling van de Koran in het Nederlands?

(Lacht). Nee joh, dat is die van de Ahmadyia.

We verdiepen ons in geestelijke zaken en Cor vertelt dat hij heel erg blij is met zijn hoofddeksel, dat hij in Syrië speciaal heeft laten maken. We zitten inmiddels op een bankje op het Javaplein. Ik heb honger en Cor haalt zijn broodje uit het cellofaan en we delen dat. Het is een buitengewoon interessant gesprek en ik heb nog vele vragen.

[…] Hier breekt het interview af omdat ik door moet voor een ander interview met Frank Stork in Betondorp. Wordt vervolgd.

Categorieën
Nieuws Nieuws en interviews

Andy staat op straat

Andy Knijpinga van Stichting Maatwerk, over wie wij onlangs nog positief schreven, is op straat gezet en komt zijn locatie in de school op het Zuivelplein niet meer in. Niet helemaal duidelijk is wat de oorzaak daarvan is. In ieder geval is het gebouw voor hem gesloten en gebiedsmakelaar Fred Scheepmaker heeft hem verzocht geen pogingen meer te doen de ruimte, die hem door de vorige Stadsdeelvoorzitter Maarten Poorter was toebedeeld, te bezetten. Sterker nog, hem is vanwege het Stadsdeel dringend verzocht geen pogingen meer te doen om contact met dhr. Mahroui van Al Maarif te zoeken om de oude ruimte terug te krijgen, die nu vermoedelijk door deze Stichting gebruikt wordt.

Wij kunnen niet precies beoordelen wat de reden is geweest dat Andy niet meer toegelaten wordt door Al Maarif, maar het dringend verzoek van Fred Scheepmaker doet ons denken aan het dringend verzoek aan onszelf om niet door te gaan met de activiteiten ter voorbereiding van de viering van 100 jaar Betondorp, waaronder deze site. Wij hebben dit verzoek destijds in de wind geslagen. Wat het Stadsdeel betreft zijn we illegaal bezig. We hopen er maar het beste van. We leven tenslotte niet in een politiestaat. Voor Andy is de situatie een stuk lastiger omdat hij nu zijn ruimte daadwerkelijk kwijt blijkt te zijn. We zijn benieuwd naar de afspraken die hieraan ten grondslag liggen.

Tenslotte zagen we Andy vanmiddag bij De Avonden. Hij liet trots de trofee zien die hij had ontwikkeld ter bevordering van verbinding in Betondorp. We vinden Andy een fijne man en hopen nog veel van hem te horen. De kwestie rond zijn ontruiming fascineert ons en vooralsnog vragen we ons af of iemand die een ruimte ten gebruike heeft gekregen zo maar op straat gezet kan worden. ‘Ja, in Betondorp kan alles,’ horen we iemand zeggen. Maar het is de vraag of dit nu nog heel lang zo door moet gaan.

Categorieën
Interviews Nieuws en interviews

Interview met Rogier Schravendeel

Door Margrietha Reinders

“PPfff. He, he. Ik ben er! “ Hijgend en buiten adem valt Rogier neer op de stoel tegenover mij in café de Avonden. Zo ken ik hem: altijd onderweg naar een nieuw doel, steeds weer in gevecht met de klok. Rogier is een activist in hart en nieren, vechtend voor mensen in achterstandssituaties: kinderen en hun moeders in opvangkampen, vluchtelingen in uitzichtloze omstandigheden, mensen zonder papieren die geen kant op kunnen . Met verbeten moed der wanhoop zet Rogier zich voor hen in en probeert steun te verwerven om hen te helpen . Tegelijkertijd werkt hij als projectleider voor het Amsterdamse ingenieursbureau op de Amsterdamse Zuidas en begeeft zich in werelden die ver afstaan van de mensen aan de onderkant van de wereldsamenleving. Hoe is dit zo gekomen en waarom zitten wij nu op dit terrasje in Betondorp, bij het volk van Amsterdam? Waar iedereen je kent en niemand wordt overgeslagen ?

Rogier vertelt : ”Mijn vader, leraar Nederlands, kwam uit gereformeerd gezin in Delft dat meeging met de Vrijmaking in de Gereformeerde Kerk, maar maar hij had als jongetje van zeven veel moeite met die kerksplitsing. Hij mocht plotseling niet meer met zijn vriendjes spelen en zondags zaten ze in voortaan twee keer per dag in een gymzaaltje in plaats van in de grote kerk. Deze kerkscheuring veroorzaakte veel leed en trok hele families uit elkaar. Mijn vader keerde het geloof de rug toe en kreeg er een afkeer van: hij werd Spinoza-aanhanger, pacifist en lid van de PSP; zijn leven ging in het teken staan van het gevecht tegen onrecht en onderdrukking en het helpen van de zwakkeren. Dat maakte hem ook eenzaam, omdat hij zich op zijn beurt ook afgescheiden had van zijn ouderlijk milieu, dat hem lange tijd tot terugkeer bleef manen.

Op de lerarenopleiding in Den Haag ontmoette mijn vader mijn moeder, een meisje uit Rotterdam, van wie de hele familie net als die van mijn vader oorspronkelijk uit de Hoeksche Waard kwam. Zij trouwden in 1962, met name onder aandringen van mijn moeder, toch in de kerk – mijn vader werd er zelfs Nederlands Hervormd voor – en gingen wonen in Moordrecht, bij Gouda. Het eerste kindje van het gezin, Jeroen, werd dood geboren. Dat kwam in die tijd veel vaker voor dan nu en er was weinig aandacht voor, het werd door de medische instanties weggemoffeld, dat leed. Men dacht toen dat dat het beste was. Daarna kwam ikzelf, Rogier, een geliefd, aanbeden kind, mooi met lieve krullen. De oudste kleinzoon, maar toch niet de oudste zoon van het gezin. Merkwaardig feit is dat ik nog steeds regelmatig door mensen Jeroen genoemd wordt. Nooit een andere naam.”

Na Rogier werden nog twee broertjes geboren, allebei slechtziend vanwege een erfelijke aandoening. De aandacht verschoof van het kleine jongetje dat Rogier was naar de broertjes met hun handicap. Zo kreeg Rogier ongewild een missie om “de wereld te redden“ en voor kwetsbare mensen op te komen. Zijn ouders waren idealisten , die hun kinderen daarin meenamen, en hun wereldbeeld overdroegen op het kind dat Rogier was: een intelligent, talig jochie met een eigen gedachtenwereld. Maar ook een eenzaam kind dat zichzelf moest redden. Hij nam het vaak op voor de zwaksten en stond dan alleen, al kon hij zichzelf ten opzichte van de groep wel goed handhaven met zijn slimheid en vermogen om overeind te blijven in sociale situaties. In die tijd las hij het jeugdboek van Jaap ter Haar: “Parcival”, over een ridder van de ronde tafel, die het opnam tegen het kwaad. Dat werd zijn voorbeeld. Als Rogier vertelt over een bezoek aan de familie van een vriendje in een arm gezin barst hij in tranen uit. Hij voelt zich daar nog steeds machteloos over.

Langzaam vervreemdt Rogier van de rest van het gezin, dat in de jaren 70, een tijd van polarisatie, meegaat met de sociaal-radicale koers van de PvdA van Joop den Uijl. Ze verhuizenin 1974 naar Woudrichem, in het land van Heusden en Altena. Rogier is tien jaar en vindt het daar niet fijn , voelt zich ontworteld en in isolement, zeker als hij als enige leerling van het dorp naar het gymnasium in Gorkum moet. Er is bij hem een structureel gevoel ontstaan van vreemdelingschap, van nergens bij horen. De relatie met zijn ouders en broers wordt ook op de proef gesteld; er zijn veel ruzies thuis. Het is een ongelukkige tijd. Bij gebrek aan enig idee gaat hij aan de hand van een beroepskeuzetest in Wageningen Agrarische Sociologie van Niet-Westerse Gebieden studeren. Daar explodeert hij, experimenterend met drank en drugs. Op een gegeven moment stort hij in: hij krijgt angstaanvallen en draait door. Een switch naar een studie Nederlands in Amsterdam lost in eerste instantie weinig op. Hij ligt op bed en geeft de hele wereld de schuld van zijn ondergang, tot hij mede dankzij zijn goede vriend Gijs weer verantwoordelijkheid voor zijn leven neemt en een schoonmaakbaantje aandurft dat hem uiteindelijk redt.

Uiteindelijk zal hij met uitstekende cijfers afstuderen als Neerlandicus en krijgt zelfs een aanstelling als onderzoeker in opleiding, promotieonderzoek. Samen met vrienden heeft hij inmiddels het tijdschrift “De Groene Bijeneter” opgericht. Via dat tijdschrift leert hij Gertruud kennen, die gedichten en toneelstukken vertaalt uit het Russsisch, een zeer begaafde literator en prachtige vrouw. Hij raakt gebiologeerd door haar en volgt haar naar Rusland, dwars door het ijzeren gordijn. Ze komen samen terug en trouwen direct – in eerste instantie niet tot het genoegen van van zijn ouders. Rogier en Gertruud willen heel graag kinderen , maar dat mislukt: ze blijven ongewenst kinderloos, tot hun grote verdriet.

In die periode begint Rogier weer te bidden en toenadering tot God te zoeken. Hij herontdekt oude zeventiende-eeuwse christelijke schrijvers zoals Voetius en à Brakel, en ook bevindelijke schrijvers als Pleun Klein, die veel indruk op hem maakt. Dan wordt er bij Rogier kanker ontdekt: hij heeft nog 30 procent kans op overleven, zegt de dokter op een bepaald moment. Maar: hij geneest! Het daarop volgend proces leidt bij hem tot een diepe bekeringservaring. Hij ervaart een verzoening met God in Christus, waarbij God hem ook werkelijk aan zichzelf ontdekt. “Ik voelde mij opgetild als een hondje aan zijn nekvel”. Als hij erover vertelt, springen de tranen hem in de ogen. Hij zal daarna nooit meer dezelfde zijn. Voor zijn vrouw is dat niet altijd gemakkelijk.

”God bestaat echt” zegt hij. “God is niet de God van de woorden, van de ratio, maar een werkelijke God, groter dan de mens, hooguit te noemen als het overrompelende mysterie; een God Die in laatste instantie in geen taal te vangen is, maar de mens wel nabij wil zijn.” Overdonderd door zijn Godservaring vindt Rogier met vallen en opstaan zijn weg. “Ik ben toen iemand anders geworden” zegt hij. ”Ik moest vooral ontzettend veel afleren, en ik ben daar nog steeds mee bezig. Oordelen vooral, meningen hebben, je wapenen met slimme visies om je zin te krijgen. Het geloof is niet moeilijk. Jezus volgen. God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Maar dat kon bij mij alleen omdat ik door God zelf overwonnen werd. God is er, en Hij weet wat goed voor de wereld is. Dat is mijn basis vertrouwen. Ook als er veel slecht gaat. Als er mensen in een heel moeilijke situaties verkeren, wil ik me om hen bekommeren. Zoals om de kinderen in de IS kampen in Syrie. Je kunt ervoor kiezen om met hen begaan te zijn. Niet dat het gemakkelijk is.”

Rogier is sterk en gedreven, altijd bezig mensen uit de modder te trekken. Zijn ouders zijn nu trots op hem. Zo kwam hij ook in Betondorp als stagiair bij buurtdominee Margrietha. Hij overwoog een loopbaan als voorganger. Hoewel daar vanwege omstandigheden niets van terecht kwam, bleef hij Betondorp toch trouw. Onder andere door het opzetten van de website 100 jaar Betondorp. Hij wil mensen verbinden, tot hun recht laten komen. Soms loopt hij daarmee wel eens te hard! En raakt buiten adem. Dan moet hij een stap terug doen en weer naar Gods stem luisteren. Die trekt hem dan weer aan zijn oren.

Rogier bestelt nog een biertje bij SEM van de Avonden. Hij lust nog steeds graag een drankje en een lekker hapje. Niets menselijks is hem vreemd, en dat is maar goed ook!

Categorieën
Nieuws Nieuws en interviews

Knijpinga: voorstanden van horeca op de Brink

Zojuist kregen wij van Andy Knijpinga, oprichter van de Partij van de Dialoog en Stichting Maatwerk, het bericht dat hij zich achter het plan stelt om nieuwe horeca op de Brink te vestigen, is het in het Brinkhuis of is het elders. Bedankt Andy! we zijn benieuwd hoe dit verder gaat…!

Tevens meldde Andy dat er weer een nieuwe draaiwagentocht door de buurt op het programma staat. De datum wordt als het goed is op deze website nog bekend gemaakt.

Categorieën
Nieuws Nieuws en interviews

Wat doen we met het Brinkhuis? – 2

Op ons eerdere voorstel het Brinkhuis tot zijn volledig recht te laten komen door er een restaurant in te vestigen, kwamen diverse reacties binnen. Sommigen maakten zich zorgen over de huidige gebruikers van het Brinkhuis. Het is uiteraard niet de bedoeling om Dynamo en de gebruikers van het pand op straat te zetten. Hiervoor dient een andere ruimte gevonden te worden. Maar de gedachte om het Brinkhuis een andere bestemming te geven waardoor de Brink beter tot zijn recht gaat komen is prikkelend.

Een van de reacties die ik met jullie wil delen, is dat niet het Brinkhuis, maar juist de gevel waarin nu Serton Records, de kledingwinkel etc. in gevestigd zijn, het meest geschikt zijn voor horeca. Het Brinkhuis zelf zou zeer geschikt zijn voor een museum over Betondorp, gecombineerd met een VVV-achtige ambiance waarin zelfs een bibliotheek nieuwe stijl gevestigd zou kunnen worden, met gratis boeken en misschien zelfs wel een weggeefwinkel.

Waarschijnlijk is het bestemmingsplantechnisch niet mogelijk een niet-culturele bestemming aan het Brinkhuis te geven. Maar met enige creativiteit zouden plannen als hierboven – een combinatie van horeca en een museale functie – binnen de regels van het bestemmingsplan uitgewerkt kunnen worden. Voor de aardigheid hebben wij dit bestemmingsplan hierbij gevoegd. In eerste instantie zien wij niets dat vestiging van horeca in het Brinkhuis tegenhoudt. Graag hopen wij de komende maanden wat dieper op dit bestemmingsplan in te gaan.

Categorieën
Nieuws Nieuws en interviews

Betondorpse componisten – 2

Tot mijn verbazing ontdekte ik in het driedelig schoolgebouw aan het Zuivelplein tijdens Open Monumentendag twee componisten. De eerste werd al in een vorig artikel beschreven. Ik zou graag ook even aandacht willen besteden aan de tweede componist: Robin de Raaff.

Robin de Raaff is een hele andere componist dan La Loye die we in een vorig artikel beschreven. De Raaff is een klassiek componist. In 2002 wist hij tot de productie van zijn Piano Concerto No. 1 te komen, een concert voor piano en kamerorkest. In 2008 schreef hij zijn Violon Concerto 2. Het duurde even voordat de volgende concerten van de Raaff af waren: een onlangs verschenen Violon Concerto 2 “North Atlantic Light” en een Piano Concerto No. 2 “Circulus”. In de tussentijd schreef hij met name opera’s.

Wat zijn dat nu voor stukken die onze Betondorpse klassieke componist heeft geschreven? Luister hieronder eens.

De lezer begrijpt wel dat de schrijver van dit korte stukje totaal gefascineerd is door deze geluiden. Voor de aardigheid ook nog even een link naar een opera, RAAF genaamd.

Voor meer van dit fraais verwijzen we u naar de website van de componist, https://www.robinderaaff.com/.

Wie had dit in Betondorp verwacht…?