Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Geen luchtbanden voor Betondorp

Het is Buurtvereeniging Amsterdam-Oost die in het voorjaar van 1925 een adres indient bij de Gemeenteraad van Amsterdam waarin gepleit wordt voor een autobusverbinding met het nieuwe stadsgedeelte Betondorp. Op de vergadering van 24 juni 1925 wordt het adres behandeld. Door Doornbusch en Wijnkoop (CPH) wordt gepleit lijn A te doen doortrekken naar het Betondorp. Wethouder Wibaut (SDAP) heeft hier moeite mee, omdat al eerder geconstateerd was dat het doortrekken van deze lijn op ernstige bezwaren stuitte. De beslissing wordt op voorstel van Wijnkoop uitgesteld naar een volgende vergadering.

Deze vergadering vindt op woensdag 8 juli 1925 plaats. We citeren uit De Standaard van die dag.

Het Betondorp

Hierna komt aan de orde het adres van de Buurtver. Amsterdam-Oost inzake de verbinding van het landbouwkwartier met het overige gedeelte der stad met het voorstel van B. en W. om dit adres te stellen in hun handen ter afdoening en het voorstel-Doornbusch c.s. om autobuslijn A door te trekken tot het Betondorp en autobuslijn D tot het Thorbeckeplein.

De heer Dornbusch licht zijn voorstel nader toe en wijst er nogmaals – evenals in een vorige zitting – op, dat passagiers van lijn D, die thans tot het Amstelhotel leidt, gedwongen zijn ook nog een tram te nemen. En ook de trams zijn te duur. Niet voor een Raadslid; want deze heeft een vrijkaart. (Gelach). Spr. dring voorts aan op een 5-minutendienst voor de autobuslijn, inplaats van een 10-minutendienst.

De heer Van Meurs wijst er op, dat bewoners van de Pretorius- en Transvaalbuurt nu reeds klagen geen plaats in de autobus te kunnen krijgen. Wanneer de lijn nu nog naar het Betondorp wordt doorgetrokken, zal het nog erger worden. Wanneer voorts lijn D doorgetrokken wordt naar het Thorbeckeplein, zullen bewoners van de binnenstad de autobus gebruiken in plaats van de tram om zich in de stad te verplaatsen. Derhalve zullen de bewoners van het Betondorp geen plaats in de autobus krijgen. Wel zou Spr. gaarne een verbinding van het Betondorp met de binnenstad zien langs den Middenweg, in welke richting hij een vraag tot B. en W. richt met het verzoek deze mogelijkheid te overwegen. Ook dringt Spr. er op aan op lijn A tijdens de spitsuren meer wagens te laten rijden en de auto’s van luchtbanden te voorzien, voor zoover dit nog niet het geval is.

De heer Wijnkoop wijst er op, dat de lijnen in Amsterdam zeer kort zijn en in verschillende andere plaatsen zeer lang. Waarom dit verschil? Men mag althans de menschen niet dwingen ook nog van een tram gebruik te maken. En als men de lijnen wil verlengen, dan mag men toch zeker wel extra bussen inleggen.

Ook Spr. dringt aan op tariefsverlaging. De heer Baas sluit zich aan bij het door den heer Wijnkoop gesprokene. Spr. stemt toe, dat het verkeer wel eens moeilijkheden opleveren zou; zoo zou de doortrekking van lijn D groote bezwaren met zich brengen. Docht het vraagstuk moet nu toch eens opgelost worden. Dat een bewoner van de binnenstad van een autobus gebruik zou maken, ook indien hij niet in het Betondorp zijn moet, gelooft Spr. niet, omdat hij niet gaarne onnoodzakelijk “half ziek” zou willen zijn, zooals de heer Van Meurs zeide. Wel zou Spr. willen vragen of lijn D in het Betondorp niet een andere standplaats zou kunnen krijgen. […]

De heer Baas zet zijn rede voort. Hij zou gaarne de eindhalte van lijn D naar den Brink in het Betondorp verplaatst zien. Nu is deze geheel aan het eind. En lijn A zou Spr. gaarne op den anderen wagen naar het Betondorp geleid zien.

De heer Wibaut verklaart, dat de praktijk geleerd heeft, dat de exploitatie met luchtbanden ongeveer het dubbele kost. Toch zal de dienst luchtbanden geheel invoeren, daar de passagiers hierdoor meer gediend worden. B. en W. namen echter het standpunt in en zullen dat blijven doen, dat het autobusverkeer dienen moet tot aanvulling van het tramverkeer. Wanneer lijn A doorgetrokken wordt naar het Betondrop, zal de Transvaalbuurt nooit plaats kunnen krijgen.

De heer Doornbusch: Dan kunnen er toch later bussen ingelascht worden.

De heer Wibaut: Als u even wacht, mijnheer Doornbusch, dan komen wij er zoo straks aan. Aan deze tafel bezitten wij niet het talent alles tegelijk te zeggen. Wij kunnen slechts één voor één de zaken afhandelen. (Vrolijkheid).

Spr. wijst er vervolgens op, dat het voornemen aanwezig is een algemeene bussenreserve in te stellen, die op de spitsuren alle lijnen zal kunnen aanvullen.

Spr. is het met den heer Baas eens, dat de toegangen tot het Thorbeckeplein bezwaren opleveren voor het stationeeren van lijn D. Daarbij komt tevens het bezwaar van een veel moeilijker exploitatie. De Commissie van Bijstand zal eens gehoord moeten worden over het plan van den heer Van Meurs. Nu lijn D eenmaal is ingesteld, zal nader overwogen moeten worden of een andere lijn ook nog noodig is.

De heer Doornbusch, repliceerend, wijst er op, dat de bwoners van de Transvaalbuurt er ongetwijfeld mee geholpen zullen zijn indien op de spitsuren extra-bussen worden ingelascht. Doch hiermede is de adressante nog niet bevredigd.

Als het meerendeel der Raadsleden inmiddels in de koffiekamer verdwenen is en de voorzitter schelt, opdat zoo aanstonds tot stemming zal kunnen worden gegaan, zegt de heer Doornbusch: Ja, ik begrijp, dat de heeren het druk hebben over den uitslag der Verkiezingen. (Vroolijkheid).

De heer Abrahams: Daar zou ik m’n mond maar over houden als ik u was.

Stemmen: Dat is al heel ongelukkig gezegd.

De heer Doornbosch zet hierna zijn verdediging voort.

In stemming gebracht wordt het voorstel-Doornbusch c.s. om lijn A en lijn D door te trekken tot het Betondorp en het Thorbeckeplein verworpen met 32 tegen 5 stemmen. Het voorstel van B. en W. om het adres in hun handen ter afdoening te stellen wordt hierna z.h.st. aangenomen.

Het besluit van de raad stuit op misnoegen van de communisten, die geuit wordt in de Tribune van 13 juli 1925.

DE VERBINDING MET HET BETONDORP

De behandeling van het adres van de Buurtvereeniging “Amsterdam-Oost” in de jongste zittingen van den gemeenteraad heeft niet veel succes opgeleverd, wat weer te danken is aan de slappe houding van de sociaal-democraten. Dat de vertegenwoordigers der kapitalistische klasse er niets voor voelen om deze nieuwe arbeiderswijk een behoorlijke verbinding met de stad te geven, behoeft geen betoog. Maar de soc. democraten? Ware het adres voor de verkiezingen behandeld, dan hadden zij zeer waarschijnlijk er toe medegewerkt een betere verbinding tot stand te brengen.

Nu lieten zij deze taak over aan de communisten, die deze zaal niet alleen op practische doch op pincipieepe gronden hebben besproken.

Wat is het voor een zotte gedachte, dat de bussen de tram geen concurrentie mogen aandoen?

Maak de bussen eenige kilometers langer en de heele kwestie is opgelost. Dat was de redeneering van onze partijgenooten Doornbusch en Wijnkoop, die voorstelden lijn D naar het Thorbeckeplein te lijn A naar het Betondorp door te trekken.

Wibaut, de man van de centen, zei: “het kan niet” en de heele Raad zei ’t hem na! Wibaut maakte de Raad lekker met de toezegging, dat hij in overweging zal nemen het denkbeeld van v. Meurs, om een nieuwe lijn vanaf het Betondorp langs den Middenweg naar de Plantage te laten rijden, in de Commissie van Bijstand te bespreken. Zooveel woorden, zooveel slagen om de arm. Daargelaten nog of zoo’n nieuwe lijn eenige verbetering zal brengen, beteekent de toezegging van Wibaut niets anders dan dat de zaak voor langen tijd van de baan is en de betondorpers het eerste jaat nog van een goede verbinding verstoken blijven.

Onze stadsbestuurders vinden de verbinding vooralsnog voldoende. Voor deurwaarders, die de belastingcenten bij de betondorpers komen weghalen, is de verbinding immers goed genoeg?

En welke kopzorg heeft Wibaut anders?

Geen luchtbanden voor Betondorp dus, voorlopig.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Het Landbouwkwartier

In 1925 wordt Betondorp het Landbouwkwartier genoemd. Dit is bijvoorbeeld het geval in 1925, wanneer de Bond van Ambtenaren in dienst van de Nederlandsche Spoorwegen het heeft over het opnemen van het Landbouwkwartier in de loonkring van Amsterdam. Ook een lokaal advertentiekrantje uit 1925 spreekt over het Landbouwkwartier. Zelfs in vergaderingen van de Gemeenteraad van dat jaar komt de term voor. Wonderlijk is dat de term na 1925 volledig verdwenen is uit de media en niet meer voor Betondorp gebruikt wordt.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

De Volksuniversiteit te Betondorp

In 1929 opent de Volksuniversiteit Amsterdam een dependance in Betondorp, in het Vereenigingsgebouw op de Brink. De eerste drie lessen vinden plaats op resp. woensdag 9, 16 en 23 oktober 1929. De prijs voor deelname aan de lessen is 60 cent en spreker is Mr. M.J.A. Moltzer. Thema van de cursus is Socialisme, Religie en Religieus Socialisme.

Moltzer behoort net zoals Willem Banning en mevrouw Henriëtte Roland-Holst tot de Religieus Socialisten. Deze behoren op hun beurt meestal tot de S.D.A.P.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Vegetariërs aller landen, verenigt u

Yge Foppema op latere leeftijd
C.J. van Borrendam

Op 13 maart 1929 vindt in het Vereenigingsgebouw op de Brink een propaganda-avond plaats van de Nederlandsche Vegetariërsbond. Sprekers zijn bondsvrienden en bekende vegetariërs Yge Foppema (De ethische Vegetariër en het vivisectievraagstuk) en C.J. van Borrendam (Waarom vegetarisme?).

De opkomst op de avond valt echter erg tegen, zo wordt betreurd in de Vegetarische bode. Er is weinig belangstelling, hoewel enige leden hun best hebben gedaan in de wijk te werven.

In 1935 vinden we in de Vegetarische bode het bericht dat men voor twee weken op zoek is naar een propaganda-etalage in Betondorp. Of die zoektocht geslaagd is vertelt de geschiedenis verder niet.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Betondorp toch bij Diemen?

Zoals bekend hoort de Nederlands Hervormde kerk in de Watergraafsmeer nog steeds bij Diemen, wanneer annexatie van de polder door de Gemeente Amsterdam plaatsvindt. Op 1 november 1925 maakt de Nederlands Hervormde Watergraafsmeer zich los van Diemen en wordt een zelfstandige gemeente, met name met het oog op de inwoners van het nieuwe Betondorp.

De Nederlandsche Christen Vrouwen Bond heeft dat in 1928 nog niet meegekregen. Zij blijven Betondorp als een stukje Diemen zien. Op een vergadering van de Centrale Raad van deze bond op 20 november 1928 komt het onderwerp weer aan de orde. Uit het vergaderverslag uit de Christenvrouw van 1 december 1928:

Bij de rondvraag vertelt mevr. Ringeling van een onaangename ontmoeting in een electrischen trein, waar een vrouwencompartiment ontbreekt. De presidente heeft ook te klagen en zegt toe, dat de Bond zich tot de bevoegde autoriteiten zal wenden met de klacht.

Verder deelt Mevr. Ringeling mee, dat Diemen zelfstandig wordt. De afdeeling Amsterdam zou de beslissing omtrent het Betondorp nog een jaar wenschen uit te stellen. Mevr. Diepenhorst handhaaft haar meening in het rapport over Diemen, dat het Betondorp bij Diemen moet worden gevoegd.

Mevr.. Ringeling zegt toe deze kwestie nogmaals in haar bestuur te zullen brengen.

In januari 1929 wordt de discussie voortgezet aan de hand van een ingezonden brief van mevrouw Heukels van Amsterdam, waarvan we de inhoud helaas niet kennen.

Ook de katholieken in deze periode beschouwen Betondorp vanwege de kerkelijke achtergrond van de Watergraafsmeer als bij Diemen te behoren.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Mevrouw v.d. Berg

Uit De Proletarische Vrouw, 14-11-1928

Amsterdam. (Groep VI). Zaterdagmorgen, 27 October j.l., stierf één onzer leden, mevr. v.d. Berg. Woensdag 31 October werd zij begraven. Van de leden uit het Betondorp was een mooie krans met roode chrysanten op haar graf. Ongeveer 20 vrouwen kwamen ’s morgens getuigen van hun deelneming. Ze was één der velen, die het Socialisme vurig dienden, maar nooit op den voorgrond treden.

Rust zacht, Zuster!

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Het ontstaan van Hervormd Betondorp

Uit De gereformeerde kerk, jrg. 41 (25-10-1928)

DE RIJKSTRACTEMENTEN

Het is zeker een verblijdend feit, dat niettegenstaande de aandrang tot bezuiniging, de Regeering het voteeren van nieuwe Rijkstractementen niet geheel heeft stopgezet. De laatste jaren komen op elke nieuwe begrooting een paar nieuwe aanvragen voor. […]

De tweede aanvraag betreft Watergraafsmeer voor een tractement ad f 1500, welke als volgt wordt toegelicht:

“Te Watergraafsmeer is, na de annexatie bij de hoofdstad en daarmede verband houdende maatregelen van het gemeentebestuur van Amsterdam door de stichting van het “Betondorp” een nieuw uitgebreid bevolkingscentrum ontstaan. Voor 1 December 1925 behoorden de Hervormde bewoners van dit stadskwartier kerkelijk tot Diemen. Maar die gemeente kon bezwaarlijk meer door één predikant worden bediend. Wijl ook de kerkelijke gemeente Amsterdam hare zorgen niet over dit nieuwe bevolkingscentrum kon uitbreiden, is na dien datum de gemeente zelfstandig verklaard.”

Bijzonder is dat Hervormd Watergraafsmeer blijkbaar is ontstaan vanwege en ten behoeve van Betondorp. Vandaag de dag zijn de rollen omgekeerd en is het de voormalige Emmakerk, De Bron, die de zendende kerk is in Betondorp en sponsor van Betondorp Bloeit.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Sociaal leven 1924-1927

Hieronder enige berichten over vakbonden, bijeenkomsten, leesclubs, optochten en samenkomsten uit het Betondorp van 1924-1927.

In tegenstelling tot wat er vaak beweerd wordt, hebben er bij de bouw van Betondorp wel degelijk stakingen plaatsgevonden. De Nederlandsche Schildersgezellenbond meldt althans een aantal stakingen in 1924.

In oktober 1924 vindt de verkiezing plaats van het bondsbestuur van de Algemeene Nederlandschen Diamantbewerkersbond. In Betondorp word hiervoor een lokaal aan Veeteeltstraat 24-1 aangewezen, bij de heer I. Hartog.

Volgens het Weekblad van den Algemeene Nederlandschen Diamantbewerkersbond van januari 1925 wonen er in Betondorp veel diamantbewerkers.

Het Weekblad voor Israëlietische Huisgezinnen meldt in april 1925 dat er geruchten zijn dat men in Betondorp een vereniging wil stichten met als doel een bidlokaal op te richten om op Sabbath en de feestdagen bijeen te komen. Er worden hiertoe circulaires verspreid. Er komen op de bijeenkomst echter slechts 20 van de 100 opgeroepen personen opdagen. Een commissie wordt opgericht: W.N. Wertheim van Ploegstraat 62, I. van Kollem van Brinkstraat 19, H. Turfreijer van Veeteeltstraat 95, J. Muller van Veeteeltstraat 72 en M.E. Verduin te Diemen.

In mei 1925 rijdt de Algemeenen Nederlandschen Bond van Handels- en Kantoorbedienden met vier propaganda-auto’s door Betondorp, ter ere van hun jaarlijks congres.

Het Weekblad voor Israëlietische Huisgezinnen meldt in mei 1925 dat er een grote propagandabijeenkomst in Betondorp georganiseerd zal worden. Deze wordt in juni 1925 in Diemen gehouden.

In de Proletarische Vrouw van juli 1925 wordt Betondorp nadrukkelijk beschreven als een nieuw terrein voor propaganda.

De Nieuw-Malthusiaanse Bond (geboortebeperking) heeft in augustus 1925 een medewerkster in Betondorp aangesteld: mevrouw Scheepers-van Hattem op Graanstraat 38.

De Proletarische Vrouw (S.D.A.P.) begint in september 1925 een leesclub in Betondorp, op Ploegstraat 43.

Op vrijdag 13 november 1925 en op vrijdag 27 november 1925 wordt in de school aan het Onderlangs door de leidster van de Gem. Montessorischool een lezing gehouden over Montessori-leermiddelen, aldus een stukje in de Proletarische Vrouw.

Het revolutionair socialistisch blad Klassenstrijd klaagt in 1926 steen en been over de veel te hoge huurprijs voor de arbeiders in Betondorp.

Op 18 maart 1926 wordt er in Café Oost-Indië aan de Middenweg door de S.D.A.P. een Openbare Vrouwen Propagandavergadering gehouden met als thema: De Taak van de Vrouw in de Arbeidersbeweging. Medewerking wordt verleend door “De Stem des Volks” (groep Betondorp).

Op zondag 28 maart 1926 vindt in het concertgebouw een optreden van Kinderkoor de Kleine Stem plaats. Hiervoor wordt geadverteerd in het Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond. Kaarten zijn onder andere verkrijgbaar bij Cohen aan de Zaaiersweg 125.

Op 1 juni 1926 meldt het blad De wapens neder van de Internationale Anti-Militaristische Beweging in Nederland een tweetal meetings te zullen houden op de Brink in Betondorp; exacte data nader te bepalen. Men prijst de meetings aan als goede propagandagelegenheden.

In juni 1926 meldt het weekblad De arbeid van de Nationaal Arbeidssecretariaat een bedrag van fl. 3,55 uit Betondorp binnen te hebben gekregen als bijdrage voor mei 1926 voor de Internationale Roode Hulp. In juni 1926 is dat maar fl. 0,50.

Het Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond kondigt voor woensdag 23 juni 1926 een openluchtmeeting op de Brink aan van de Dageraad, met als spreker B. Spaans over “de Sociale beteekenis van het Atheïsme”.

Op woensdag 26 augustus 1926 houdt de Dageraad wederom een openluchtmeeting op de Brink, met als sprekers de heren H. de Wolf (Wat kiezen wij, hemel of aarde?) en J. Hoving (Heeft God de wereld geschapen en bestuurt Hij haar thans nog?).

In oktober 1926 houdt de Proletarische Vrouw een maand-actie in onder andere het Betondorp. Er worden bijna 100 brochures verkocht, 13 exemplaren van De Proletarische Vrouw, en twee nieuwe (S.D.A.P.-)partijleden gewonnen.

In november 1926 vindt de verkiezing plaats van het bondsbestuur van de Algemeene Nederlanschen Diamantbewerkersbond. In Betondorp word hiervoor een lokaal aan Karnstraat 1 aangewezen.

In november 1926 meldt het maandblad Nachaliël dat er een Joodse school in Betondorp zal komen. Deze zal in de Roozenburgschool komen.

In december 1926 is leidster van de leesclub (afdeling 6) van de Proletarische Vrouw in Betondorp propagandiste Voorzanger-Blitz van Brinkstraat 35.

In de Piusalmanak, jaarboek van katholiek Nederland, voor 1927 wordt gemeld dat Betondorp tot de parochie Diemen of Diemerbrug behoort.

In maart 1927 meldt Onze Strijd, orgaan van de Algemeenen Nederlandschen Bond van Handels- en Kantoorbedienden, in verband met de verkiezingen in Betondorp geplakt te hebben; dit zal vermoedelijk wel voor de S.D.A.P. zijn geweest.

In maart 1927 hebben de leden van de leesclub van de Proletarische Vrouw een uitje van de opgespaarde dubbeltjes: ze gaan naar het toneelstuk No. 17 van Herman Heijermans. Tijdens de leesclubbijeenkomsten leest men op het ogenblik Droomkoninkje, ook van Heijermans.

In april 1927 meldt De Christenvrouw; orgaan van den Nederlandschen Christelijken Vrouwen Bond, dat er op 7 maart 1927 in Diemen een Propaganda-avond is geweest. Uitgesproken wordt om ook iets voor de leden in Betondorp te willen doen.

Op 2 mei 1927 houdt de leesclub (groep 6) van de Proletarische Vrouw van Betondorp een openbare vergadering speciaal voor de vrouwen van Betondorp. Propagandiste L. Tilanus vertelde over het werk in de gemeenteraad; propagandiste van Gelderen-de Vries zorgde voor een prachtige declamatie. De propagandatochten zijn in volle gang en er worden 5-minuten speechjes gehouden. De propagandawagen gaat mee.

Op 4 augustus 1927 houdt de Internationale Anti-Militaristische Beweging in Nederland weer een meeting op de Brink, met als sprekers Mesman en Schuurman, en onderwerp: “Hoe bestrijden we afdoende oorlog en militarisme”. Toegang gratis.

Op woensdag 21 december 1927 vindt in Betondorp een vergadering plaats voor leden van de Vereeniging van Arbeiders-Radio-Amateurs (VARA) plaats. Besloten wordt tot stichting van een Centrum over te gaan. De samenstelling van het bestuur: M. Sluijser als voorzitter (Zaaiersweg 89), 1e Secretaris E.W. Lubsen (Veeteeltstraat 65 boven), Penningmeester K. Scherpenisse (Middenweg 254 boven), 2e Secretaris J.M. Daems (Weidestraat 38), bestuurder I.S. Arbeid (Middenweg 242 boven).

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Beton? De baksteenindustrie denkt er het zijne van

Uit Klei, orgaan der Vereeniging van Nederlandsche Baksteenfabrikanten, 15 mei 1925

ARME BELASTINGCENTEN

De bewoners van het betondorp Watergraafsmeer laten luide klaagliederen hooren over den onhoudbaren toestand van de door hen, tegen hooge huren, betrokken woningen. Naar we vernemen zijn de muren drijfnat en de schimmel zit één centimeter dik op de muren, het water loopt met stralen langs de ramen, zoo erg, dat zich geheele plassen in de kamers vormen. Dat zulks niet overdreven is, blijkt uit het feit, dat aan verschillende bewoners door den woningdienst andere woningen worden toegewezen: de mooie nieuwe voortreffelijke en niet te vergeten goedkoope betonwoningen kosten inmiddels handen geld aan reparatie.

Niettegenstaande dat door den woningdienst dit euvel wordt erkend, blijft Amsterdam doorgaan met proeven te nemen; nog schijnt niet te worden ingezien, dat de beton, hoe uitstekend materiaal dan ook, zich voor huizenbouw niet eigent.

Arme belastingcenten!

Vier maanden later drukt het blad Klei wederom een artikel af, waarin de treurige toestand der betonwoningen centraal staat. Dat artikel (15 september 1925) nemen we hieronder volledig over.

Intussen is wel algemeen bekend dat het beton niet altijd een even prettige bouwstof is gebleken in Betondorp. Het Tijdschrift voor volkshuisvesting schrijft daar in 1928 over:

Als bezwaar tegen het “betondorp” kan in het algemeen gelden, dat meestal geen zuivere betontechniek is toegepast, aangezien bijna steeds voor de baksteen naar een vervangend betonamteriaal werd gezocht (meestentijds minderwaardig aan baksteen), terwijl voor de overige gewone houten constructies voor vloeren, trappen enz. werden toegepast.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

‘Het lijkt Timboektoe wel’

Justin Godard (1871-1956)

De Franse minister van Sociale Zaken Justin Godard toonde aan wel heel weinig inzicht in de moderne architecteur te hebben, toen hij tijdens een rijtoer door de Amsterdamse hoofdstad in januari 1925, waarbij Betondorp werd aangedaan, opmerkte: “Het lijkt Timboektoe wel.”

De lezers weten misschien dat Timboektoe een woestijnstad in Noord-Afrika is, destijds gelegen aan de rand van het Frans imperium, aan de Niger in het huidige Mali.

Anecdote gevonden in Het bouwbedrijf, maandblad voor bouwkunde, techniek en handel, april 1925.