Een mens kan veel doen om in Betondorp te kunnen wonen. De 49-jarige Reina W. is uitgekeken op haar 48-jarige man Laurens van Eikelenborg, hartpatiënt. Zij begint een relatie met de 44-jarige schilder Govert S. en trekt al spoedig bij hem in, te Amsterdam Noord. Haar woning in Betondorp laat ze met Laurens achter.
Govert, Laurens en Reina
Al spoedig begint Reina terug te verlangen naar haar woning in Betondorp, waar Laurens nu moederziel alleen in woont. De woning in Amsterdam Noord is veel te klein. Het liefst zou Reina samen met Govert in de woning van Laurens wonen. Daarom stuurt ze Govert in de nacht van 20 op 21 november 1975 naar Betondorp. “Maak die kerel toch dood,” zou ze gezegd hebben, “dan zijn we van hem af en komt zijn woning vrij voor ons.”
Zo trekt Govert in de nacht van donderdag op vrijdag naar Betondorp. Hij is niet alleen. Ook de zoon van Laurens en Reina, Gerard, zit in het complot. Die heeft een vriend, Bart, meegenomen, zodat ze met zijn drieën met een door Reina ter beschikking gestelde huissleutel het pand aan de Egstraat in stilte via de voordeur binnen weten te komen. Laurens ligt te slapen in zijn bed.
Govert begint nu met daartoe meegenomen Japanse vechtstokken op Laurens in te slaan. Het is de bedoeling dat Gerard en Bart na bewusteloosheid van het slachtoffer de werkzaamheden met een mes en een vleesvork aansluitend zullen voltooien. Laurens begint echter na de eerste aanval te schreeuwen als een speenvarken. Het trio weet niet anders te doen dan op de vlucht te slaan. Laurens is door een aantal slagen toegetakeld en meldt zich kortstondig bij het ziekenhuis, dat hij echter snel weer verlaat om de woning te gaan bewaken. Hij is als de dood dat de onverlaten, die immers een sleutel hebben, terugkeren en de woning voor Govert en Reina in bezit zullen nemen.
Wanneer de zaak enige maanden later voor de rechter komt, ontkent Govert dat hij Laurens had willen doden. Hij zou hem slechts een lesje hebben willen leren. Ook Reina verkondigt van niets te weten. Volgens haar ging het om een eenvoudige verzekeringskwestie die opgelost moest worden. De officier eist twee jaar cel en TBR voor Govert. Tegen Reina wordt, vanwege haar gedeeltelijke invaliditeit, slechts een half jaar voorwaardelijk geëist. Dat heeft ongetwijfeld ook te maken met het feit dat Reina zich weer verzoend heeft met Laurens. Een mens doet toch maar alles om in Betondorp te mogen wonen…
Helaas konden wij het vonnis in deze zaak niet meer in oude kranten terugvinden…
De verkrotting slaat in de jaren zeventig toe in Betondorp en bovendien zijn de woningen niet meer van deze tijd. Mevrouw Albers schrijft er op 4 februari 1977 een ingezonden brief over in het Parool.
Gemeentewoningen
Vele gemeentewoningen in het Betondorp laten wat woongenot betreft, veel te wensen, vooral in de Graanstraat en de Schovenstraat. De gebreken zijn te veel om op te noemen: geen sanitair behalve de noodzakelijke closetpot, geen badcel, geen vaste wastafel.
De kleine keukentjes, waar amper een koelkast en wasautomaat geplaatst kan worden, doen niet alleen dienst om te koken, maar ook om je te wassen, want in de wijde omtrek is geen badhuis te bekennen. Om de haverklap hebben de bejaarde bewoners werklui over de vloer om de allernoodzakelijkste gebreken te verhelpen, zoals lekkages, scheuren, plafondreparaties, enz. Maar er is geen eer aan te behalen, een krot is een krot.
Dat voor deze huizen nog huurverhoging wordt geëist is een schande en vele bewoners voelen zich gediscrimineerd ten opzichte van de bewoners van maatschappijwoningen, waar door renovatie alle gerief is aangebracht, o.a. centrale verwarming. Zijn bewoners van gemeentewoningen minder?
Volgens staatssecretaris Schaefer hebben gewone mensen recht op woongenot en zeer zeker op een douche. Hopelijk wordt daar nu eindelijk eens ernstig aandacht aan besteeds.
De heer en mevrouw Voges, aka Pa Pinkelman en Tante Pollewop
Wanneer in 1976 de befaamde naoorlogse Bomans-strip over Pa Pinkelman tot een musical wordt omgebouwd, komt de uit Betondorp afkomstige tekenaar van de strip, Carol Voges, tot een verbijsterend inzicht, wanneer hij bij een zoektocht door het huis een foto tegenkomt van zijn ouders rond 1947. “Ik schrok me rot. Daar stonden Pa Pinkelman en Tante Pollewop. Opeens realiseerde ik me, dat ik dertig jaar geleden onbewust m’n ouders heb getekend. Mijn vader leeft niet meer. Mijn moeder heb ik ’t verteld; ze was er eigenlijk ontzettend trots op.”
Pa Pinkelman en Tante Pollewop zijn dus in feite uit Betondorp afkomstig.
Op dinsdagavond 7 december 1978 speelt Johan Cruijff in het Amsterdamse Ajax-station tegenover Betondorp zijn afscheidswedstrijd. De 31-jarige voetballer, die na Ajax successen vierde bij FC Barcelona, wil er mee stoppen en de fans hopen op een mooie pot voetbal waarin de Nederlandse topvoetballer een hoofdrol speelt. De vriendschappelijke wedstrijd tegen Bayern Munchen wordt echter met 0-8 verloren. Overigens blijkt deze wedstrijd al spoedig geen afscheidswedstrijd geweest te zijn in de ware zin des woords. Al in mei 1979 herstart Cruijff zijn voetballoopbaan in de Verenigde Staten. Zijn allerlaatste wedstrijd speelt hij in 1985 met Feyenoord in Saudi Arabië tegen Al Ahli uit Jeddah: een 2-2 gelijkspel.
In 1979 is de bouwkundige toestand van Betondorp slecht. Sinds halvewege de jaren zestig zijn er steeds groter wordende problemen gaan optreden, die met name gebaseerd zijn op scheurvorming in het beton. De verslechtering van de fysieke toestand van de gebouwen in Betondorp leidt er onder andere toe dat de bibliotheek op de Brink er al jaren dichtgetimmerd bij staat.
Er gaan steeds meer geluiden op dat Betondorp gesloopt moet worden, en vervangen door nieuwe woningbouw. PvdA-raadslid Dienaar trekt bij de Amsterdamse gemeenteraad aan de bel. Is het inderdaad waar dat Betondorp gesloopt zal worden, of behoort restauratie ook tot de mogelijkheden. Dat zal echter veel geld kosten. De PvdA-er wil duidelijkheid van de raad.
In 1980 wordt er hard onderhandeld door Jan Schaeffer, de Amsterdamse wethouder, en Minister Blokland van Huisvesting en Ruimtelijke Ordening. De renovatie van Betondorp kost geld, erg veel geld, en het Rijk draagt bij. Voorwaarde is wel dat de huren in Betondorp omhoog gaan, gebaseerd op een redelijke marktwaarde. Jan Schaeffer op zijn beurt probeert er zoveel mogelijk voor de Amsterdamse huurders uit te halen.
Men wordt het uiteindelijk eens op een richtlijn per 1 juli 1983 voor de gerenoveerde Betondorpse woningen van fl. 271-314 voor woningen met gemiddeld 2,2 verblijfseenheden, en fl. 423 voor woningen met gemiddeld 4,5 verblijfseenheden. Daarbij komt nog de 6 % huurverhoging die in 1980 zal worden geheven. Daarmee stijgen de huren aanmerkelijk en moet de gemiddelde Betondorper de broekriem gaan aantrekken. Het is crisis, ook in Betondorp.
Op 2 april 1980 wordt postagentschap en sigarenwinkel op de Landbouwstraat, in beheer van Jan Jansen, bezocht door een grote groep mensen: Tohir R. en zes vrouwen. Deze personen zijn afkomstig uit Lelystad en zigeuner. Terwijl de winkelier afgeleid wordt door de rest van het gezelschap, sluipt een der vrouwen naar de kluis, weet deze te openen en gaat er met 56.000 gulden vandoor, waaronder 22.000 gulden privé-kapitaal van Jansen. Er volgt nog een korte schermutseling, waarbij de sigarenwinkelier zijn geld probeert terug te krijgen, maar de groep is snel buiten en ontsnapt. Een achtervolging samen met een nabije slager heeft kent geen resultaat. Wanneer Tohir R. later door de politie wordt aangehouden, is niets meer van de buit terug te vinden.
In deze tijd is de rechter mild. Dochter Luba, 18 jaar, die het geld uit het kluisje haalde, krijgt een straf van 16 weken tuchtschool, precies de periode van voorarrest, zodat zij direct weer vrijkomt. De overige dieven krijgen lagere straffen, zodat ook zij vanwege het voorarrest direct op vrije voeten komen. Het geld is en blijft verdwenen.
In 1953 staat het schoolgebouw aan het Zuivelplein leeg en de gemeente laat een oog op het pand vallen in verband met de huisvesting van de Vluchthaven, een doorgangshuis voor jongens dat daarvoor op Frederiksplein 37 gevestigd is. De eerste jaren is er weinig nieuws over de Vluchthaven, waar jongens opgevangen worden die thuis of elders zijn vastgelopen, of die in afwachting van een rechtzaak voor kleine vergrijpen in voorarrest zitten. Het is een unieke instantie, tussen jeugdgevangenis en kindertehuis in. In 1973 breekt er echter – zoals ook op veel plekken elders in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg – een crisis uit bij de Vluchthaven.
Directe aanleiding is een rapport, bijna een soort zwartboek over de toestanden in het huis, dat uitgebracht wordt door de Belangenvereniging Minderjarigen en is geschreven door onder andere Erik van Ingen Schenau, ex-bewoner van de Vluchtheuvel en zelf werkzaam als groepsleider in een ander tehuis. De Vluchtheuvel, waar 30-40 jongens worden opgevangen in de leeftijd van 6-18 jaar, is nog beperkender dan een Huis van bewaring, aldus het rapport. De inkomsten van de jongens, waarvan een aantal verplicht is werkzaamheden te verrichten, is minder dan in de gevangenis. Ook is het tehuis vies: de dekens worden maar enkele keren per jaar verschoond. Niemand mag het huis verlaten zonder toestemming van de groepsleiding en er zijn diverse andere beperkende maatregelen, zoals het verbod onbeperkt naar buiten te bellen. Bovendien moet iedereen verplicht om 11 uur naar bed. Het toppunt is wel dat de Vluchthaven geen maatschappelijk werker in dienst heeft.
Het rapport over wantoestanden in de Vluchthaven zijn met name vanuit een specifiek progressief standpunt over de vrijheid waar jongeren onder andere recht op zouden hebben, schokkend, en de directie, zonder wiens medewerking het in de landelijke publiciteit gebrachte stuk tot stand is gekomen, weet in eerste instantie even niet hoe te reageren, met name omdat ze het stuk nog niet hebben gezien.
Progressieve delegatie
Aanbieding van het al in de media besproken rapport gaat niet zonder moeilijkheden. Na een bespreking tussen D66-raadslid E. van Antwerpen, enige journalisten en de aanklagende groep, trekt deze 20 man sterk naar Betondorp. Wanneer directeur Stienstra meldt een beperkt aantal leden van de delegatie kan ontvangen, ongetwijfeld ook vanwege de veiligheidssituatie, ontstaat een worsteling bij de deur. Uiteindelijk weet de hele beschuldigende delegatie binnen te komen. Inmiddels heeft de instelling de politie gebeld, maar die komt pas nadat het rapport onder toeziend oog van fotograferende journalisten is overhandigd. Van Antwerpen meldt in de Gemeenteraad kritische vragen te zullen gaan stellen.
J’accuse…
Enige dagen is de strategie bepaald en onderschrijft directeur Stienstra in ieder geval in de NRC de ondermaatsheid van de behuizing. Volgens hem heeft B & W van Amsterdam sinds 1966 niets meer aan onderhoud gedaan en is er sprake van ernstige verwaarlozing op dat gebied. Verder zal een overleg gaan plaatsvinden tussen negen Amsterdamse instanties die regelmatig moeilijke jongens in de Vluchthaven onder brengen, over het al dan niet terecht zijn van de beschuldigingen in het zwartboek. Zij hebben bij de betrokken wethouder aangegeven zich graag met de zaak te bemoeien.
De Amsterdamse KVP-wethouder van sociale zaken, A.P.J. van der Eijden, spreekt op zijn beurt de beweringen over de ernst van de situatie in de Vluchthaven en ook de aantijging van directeur Stienstra voor de televisiecamera tegen. Volgens de wethouder is er altijd voldoende geld beschikbaar gesteld. Bovendien wordt momenteel naar alternatieve behuizing gezocht. D66-raadslid Van Antwerpen stelt zijn kritische vragen, waarop ook het college van B&W antwoordt dat de toestanden in de Vluchthaven in tegenstelling tot wat in het rapport vermeld wordt niet middeleeuws zijn. De beurt is dan aan het Tweede Kamerlid van de PSP, van der Lek, om kritische vragen aan het kabinet te stellen over de Vluchthaven. Maar ook Staatssecretaris Glastra is van mening dat van een onleefbare situatie niets is gebleken. Wel zijn de slaapzalen in de Vluchtheuvel te dicht bevolkt en dient in dat kader de huisvestigingssituatie verbeterd te worden. Mogelijk dient het gebouw aan het Zuivelplein ook verlaten te worden.
Inmiddels breekt een crisis uit in de Vluchtheuvel zelf. Het meer progressief ingesteld deel, de pedagogische afdeling, maakt bekend niet langer onder directeur Stienstra te willen werken. De directeur krijgt zelfs tijdelijk kamerarrest onder bewaking van twee personeelsleden, zoals hieronder te zien in een foto uit het Vrije Volk van 6 april 1974.
Een onmiddellijke reactie van bestuur en directie is de aankondiging van overplaatsing van alle jongens naar andere instellingen, omdat zonder pedagogische afdeling het tehuis niet verantwoord voort kan bestaan. Het pedagogisch personeel bezet de volgende dag het pand en betrekt een groot aantal van de opgevangen jongens in de zaak, door hen intrek te laten nemen in het bezette deel van het pand. Aangekondigd wordt het pand net zo lang te bezetten tot ingegaan wordt op hun eisen. Zo wil het pedagogisch personeel dat de Vluchthaven gaat samenwerken met het Sociaal Agogisch Centrum. Daarbij vreest men bovendien dat de instelling gesloten zal worden en dat de jongens overgeplaats zullen worden naar de jeugdgevangenis in het Lloyd’s Hotel of zelfs naar Almere. Daarom wordt een spandoek opgehangen met de tekst “Liever een rel dan het Lloyd’s hotel”.
Ondanks poging tot bemiddeling van wethouder van der Eyden wil het bezettend comité van geen wijken weten en de bezetting duurt inmiddels een week. Het Parool neemt het inmiddels openlijk op voor de Vluchthaven en de directie daarvan. Volgens het Amsterdamse dagblad is de Vluchthaven juist uniek in zijn soort en moet de instelling zoals deze is zeker voor Amsterdam behouden blijven. Inmiddels zit directeur W. van der Halm van het Sociaal Agogisch Centrum ook niet stil en beveelt in de media aan dat het bestuur van de Vluchthaven zijn opdracht aan het bestuur van Amsterdam teruggeeft, zodat het Sociaal Agogisch Centrum als ad-interim bestuur de zaken over kan nemen.
En inderdaad slaagt van der Halm in zijn poging tot bemiddelen. De bezetting van de Vluchthaven wordt op dinsdag 19 februari 1974 beëindigd. Een dag tevoren is de laatste jongen uit het huis vertrokken. Van der Halm krijgt de opdracht om een maand lang coördinator te zijn bij een poging betere voorwaarden te scheppen voor de opvang van strafrechtelijke of sociaal moeilijke pupillen onder de 18 jaar. Enige weken later gaat het tehuis weer open. Afgesproken is dat het gebouw aan het Zuivelplein voor enige tonnen zal worden verbouwd. Stienstra wordt gehandhaafd als directeur en er zal een adjunct-directeur te ondersteuning van Stienstra worden benoemd.
Henk Lazonder
De rust lijkt weer te keren na het bemiddelend optreden van van der Halm, maar schijn bedriegt. Al in oktober 1974 blijkt opnieuw een conflict te zijn uitgebroken. Volgens directeur Stienstra meent het personeel te kunnen doen en laten wat men maar wil en moet daar vanuit zijn gevoelde verantwoordelijkheid voor de op te voeden jongens een einde aan komen. Zijn ingreep bestaat uit het verplaatsen van de meeste jongens naar andere tehuizen en het ontslaan van hoofdleider Henk Lazonder. Reactie van het personeel is massale ziekmelding en ook ontslagname. Stienstra licht in de media zijn beslissing toe. Ondanks de verbouwing van 5 ton, aldus de directeur, was het afgelopen half jaar niet mogelijk de jongens goed op te vangen.
“Dat liep helemaal vast door de chaos in huis,” aldus Stienstra. “De jongen mochten opstaan, eten en de deur uitgaan wanneer ze wilden. Dat betekent dat ze in hetzelfde straatje doorgaan als waarvoor al eens eerder ingegrepen is. Wij moeten ze juist een stuk regelmaat en gewoontevorming bijbrengen.”
Hoofdleider Lazonder, die ook door het Parool geïnterviewd wordt, is het totaal niet eens met deze visie. Het gaat juist om de individuele motivatie van de jongens en niet om het handhaven van orde. Lazonder vreest dat na zijn ontslag iemand van de lijn Stienstra zal worden aangenomen.
Dit gedoe zet zich nog enige tijd voort. Uiteindelijk kiest de Gemeente er voor de Vluchthaven te sluiten. Het personeel krijgt ontslag aangezegd per 1 april 1975. Het duo René Bruyn en Paul Bremer, die ook betrokken waren bij de sluiting van de Vluchthaven, krijgt namens de Amsterdamse Raad een doorstart te onderzoeken in de vorm van een JOC, een Jongeren Opvang Centrum, dat dan ingevoegd kan worden in de activiteiten van het Sociaal Agogisch Centrum.
De heren Bruyn en Bremer gaan voor een JOC
Nu is het echter het uiterst progressieve JAC (Jongeren Advies Centrum) dat op zijn achterste benen gaat staan. Zij geeft spontaan een ‘Groenboek’ uit, wat bij drie instanties wordt aangeboden. Een JOC, dat nooit! Hulpverlening is alleen mogelijk op basis van vrijwilligheid en vrijheid, die het JAC te bieden heeft. “Moet je mensen die aggressief zijn opsluiten? Wij vinden van niet,” aldus het JAC. “Zo’n straf is onwerkbaar en komt in het JOC weer terug.”
En zo slepen de jaren zeventig zich tot een einde. Het Jongeren Opvang Centrum zal er ondanks ernstige tegenstand van progressieve krachten toch komen en bestaat nog steeds vandaag de dag, alhoewel vanaf sinds 1985 niet langer in Betondorp. Wat er van directeur Stienstra geworden is, konden wij verder niet achterhalen. Wij hopen er maar het beste van.
Aanvankelijk was er geen kerk in de nieuwbouwwijk Betondorp. De Rooms Katholieken komen vanaf 1936 in de voormalige Roosenburghschool aan het Zuivelplein bijeen, in de Kerk van de Heilige van Nazareth, een initiatief van de Sint Petrus Banden parochie te Diemen.
Op 22 mei 1951 werd de eerste paal geheid en op 7 oktober van dat jaar werd de eerste steen gelegd door deken Boekhorst, met assistentie van de pastoors van Diemen en Duivendrecht.
Het jaar daarop werd de kerk op 15 juli in gebruik genomen en op 28 augustus 1952 is de kerk door de mgr J.P, Huibers, toenmalig bisschop van Haarlem, geconsacreerd.
De kerk is gebouwd in de stijl van de Delftse School, en ontworpen door H.A. van Oerle en J.J. Schrama.
Het witte kerkje
Oorspronkelijk was de kerk geheel wit (vandaar de bijnaam “het witte kerkje”), maar in 1962 werd het witsel verwijderd, waardoor de rode baksteen zichtbaar werd. In oktober 1965 werd er een nieuwe vleugel in gebruik genomen. Dit gemeenschapshuis heet D’Uytvlught, naar een buitenplaats die er vroeger vlakbij lag. Het reliëf boven de ingang is van de beeldhouwer C. Stouthamer.
De pastorie, aan de noordkant, fungeerde aanvankelijk als klooster voor zeven paters en broeders. In 2003 is deze kerk als parochiekerk gesloten en zijn de parochianen toegevoegd aan de Hofkerk (Martelaren van Gorkum, Linnaeushof). Sindsdien heeft een Kroatische kerk (Kroatisch Katholieke Missie) het pand enige tijd gebruikt.
Parochie van de Blessed Trinity.
De geschiedenis van de parochie van de Blessed Trinity gaat terug tot 19 november 1958. Pater H.W.A. Hendriks richtte samen met een paar leraren van het Sint Ignastius College en het Fons Vitae de Stichting Katholiek Orientatiecentrum Voor Vreemdelingen op. Al spoedig werden er eucharisatievieringen in de Engelse taal verzorgd op het Begijhof. Aanvankelijk was de populatie gelijkmatig verdeeld over verschillende nationaliteiten, totdat er een grote groep Ieren kwam. Ierse meisjes konden namelijk in hotels gaan werken. De volgende grote groep die bij de gemeenschap kwam waren meisjes uit de Filipijnen die in de verpleging of de textielindustrie kwamen te werken. Tot slot kwam er een grote groep Afrikanen, met name Nigerianen en Ghanezen. De parochie was uitgegroeid tot ongeveer 400 bezoekers per zondag en vooral op het Begijnhof leidde dat op dagen dat er veel toeristen waren tot veel verkeersdrukte op de Rozengracht. Sinds 1996 is de Parochie van de Blessed Trinity gehuisvest in de Heilige Familiekerk. Door de coronacrisis is het aantal gelovigen die op zondag naar de vieringen komen, natuurlijk flink teruggelopen. Nu de maatregelen (oktober 2021) wat worden versoepeld komen er weer zo’n 200 gelovigen naar de H. Mis op zondag.
In 2014 kreeg het gebouw van de Heilige Familiekerk het de status van gemeentelijk monument.
PARISH OF THE BLESSED TRINITY
De kerk aan de Zaaiersweg was vroeger een parochiekerk met de naam “Kerk van de Heilige Familie”. Momenteel is het een Engelstalige migrantenparochie onder de naam “Parish of the Blessed Trinity” (Parochie van de Heilige Drie-eenheid). Een beknopte geschiedenis van deze katholieke gemeenschap is hierboven beschreven.
Op de foto ziet u het interieur van de kerk.
Centraal in de kerk is het altaar, waar de H. Mis wordt opgedragen. Wij zijn een Rooms Katholieke parochie en als zodanig onderdeel van het Bisdom Haarlem-Amsterdam. Bisschop Johannes Hendriks is onze bisschop.
Voor de katholieke Kerk is de Heilige Mis, of de Eucharistie zoals dit ook wordt genoemd, “de bron en het hoogtepunt van het kerkelijk leven.” Zo omschrijft de Kerk zelf de betekenis van de Eucharistie. In onze Blessed Trinity parochie is dit op een bijzondere manier waar. Wij zijn een parochie zonder territorium. Alle “normale” parochies (d.w.z. geen immigrantenparochies of ander parochies met een bijzondere doelgroep) hebben een bepaald gebied en de katholieken die wonen in dat gebied, behoren dan tot deze parochie. Bij ons kan iedere gelovige, waar hij ook woont, lid worden van de parochie. Daar de parochie speciaal is opgericht voor Engels sprekende migranten, zijn het vooral deze mensen die zich als parochiaan laten inschrijven. De meeste parochianen komen eens in de week, op zondagmorgen, samen voor het vieren van de Eucharistie. Deze Eucharistieviering is in het Engels en volgt verder de algemene richtlijnen voor de H. Mis zoals deze gelden voor alle Eucharistievieringen in de Katholieke Kerk.
De H. Mis is “de bron van het kerkelijk leven”, dat wil zeggen dat de gelovigen in de H. Mis de kracht en inspiratie opdoen voor hun christelijk leven, voor het leven als navolgers van Christus. In de H. Mis worden de gelovigen geestelijk gevoed met Gods Woord dat wordt gelezen en verklaard, en door het Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus. De Katholieke Kerk gelooft dat Jezus Zich werkelijk geeft in het Sacrament van de Eucharistie en dat de viering van de H. Mis het Offer van Christus op Calvarië tegenwoordig stelt.
De H. Mis ik ook “het hoogtepunt van het kerkelijk leven” omdat het op Sacramentele wijze viert wat de uiteindelijke bestemming is van de Kerk en van het leven van iedere gelovige: het Hemels gastmaal dat Jezus heeft beloofd aan Zijn volgelingen. De H. Mis is ook de hoogste lof die we aan God kunnen geven omdat het Offer van Christus Zelf wordt tegenwoordig gesteld, het Offer dat de wereld met God verzoend.
Naast de viering van de Eucharistie zijn er natuurlijk tal van andere activiteiten: van geloofsonderricht tot het onderhoud van het kerkgebouw, van koorzang tot voorbereiding van de liturgie. En er zijn ook pastorale taken, die in de charitas en het bezoek aan zieke parochianen worden verwezenlijkt. De “focus” van de Blessed Trinity parochie ligt echter niet zozeer op de georganiseerde taken “naar buiten toe” – die natuurlijk wel wezenlijk behoren tot de taken van een katholieke parochie – juist omdat we geen territorium hebben en het moeilijk is om dingen te organiseren buiten de zondag om. De parochianen hebben wel de zending om in hun dagelijks leven in praktijk te brengen wat hen op de zondag door het Woord van God wordt gezegd. De wekelijkse viering van de Eucharistie dient “het desem te zijn voor het brood van alledag.”
Voor meer informatie over onze parochie verwijs ik u graag naar onze website waar u veel kunt lezen over ons geloof en onze activiteiten: blessedtrinity.nl
Ik hoop dat de kennismaking met onze parochie voor allen duidelijkheid mag geven over wat we geloven en doen en dat het wellicht ook inspiratie mag schenken. Fr. Peter Klos, pastoor