Betondorp

Betondorp ligt aan de rand van wat vroeger de Diemermeer was, een plas water waarop in de tachtigjarige oorlog nog ´zeeslagen´ tussen de Spanjaarden en de Watergeuzen plaatsvonden. De Diemermeer was op haar beurt het gevolg van een doorbraak van rond 1200 van de Sint Anthonisdijk tussen Oetewael (dat was een dorp dat ten oosten van Amsterdam lag, waar nu ongeveer Artis ligt) en Diemen.

In 1631 werd de Diemermeer drooggelegd en ontstond de Watergraafsmeer, die in kavels wordt verdeeld. Er komen ook drie bruggen. Er ontstaan in de zeventiende eeuw in de drooggemalen polder allerlei landhuizen, zoals bijvoorbeeld Sweedenrijck, dat op de locatie van het huidige Betondorp lag, Buyte-Meer en Roozenburg. Een mooi overzicht over de polder wordt gegeven door de kaart van Pieter van den Berge uit 1719. Ook prachtig is de kaart van Daniël Stoopendaal uit ca. 1725. De wegen door het gebied zijn nog beperkt.

Eind achttiende eeuw zijn er batterijen – geschut – naast de Duivendrechtsebrug. Die hebben waarschijnlijk te maken met de strijd tussen de patriotten en het huis van Oranje, dat met behulp van de Fransen in die tijd verjaagd wordt. Verder gebeurt er niet zoveel in de polder, die lijdt aan verval wegens het verhuizen van landgoederen naar meer idyllische plaatsen als de Vecht, en de beweerde ongezonde lucht van de polder. Zo wordt in de negentiende eeuw de Watergraafsmeer steeds meer als land- en tuinbouwgebied geëxploiteerd en zijn er vooral veel boerderijen, waar Jo Haen nog eens een boek over geschreven heeft.

Vanaf de jaren 1880 begint het dorp Watergraafsmeer, dat tegen de Ringvaart aanligt, te groeien. De stad Amsterdam begint ook met steeds meer belangstelling naar haar naburige gemeente te kijken, om eventueel die kant op te kunnen uitbreiden. De Gooische Stoomtram – ook wel de Gooische Moordenaar genoemd, omdat in de loop der tijden maar liefst 117 (!) mensen worden doodgereden op dit spoort – wordt aangelegd. Achter Oud Roosenburgh – de naam wordt op eindeloos veel manieren gespeld – komt een renbaan.

De gemeente Watergraafsmeer probeert zich via bouwwerkzaamheden en een eigen uitbreidingsplan te verdedigen tegen de annexatiepoging van Amsterdam, maar slaagt daar niet in. Amsterdam, dat in 1896 inmiddels al de Overamstelse Polder heeft afgepakt van Nieuwer-Amstel – daar zal de Indische Buurt gebouwd worden – heeft zijn blik op het oosten geslagen en lanceert zelf een brutaal plan om in Diemen een tuindorp te vestigen. Inmiddels wordt gesproken van een dringende woningnood in de Watergraafsmeer en ontstaan de eerste gedachten over een Betondorp.

Als Watergraafsmeer in 1921 geännexeerd wordt, kunnen de eerste bouwactiviteiten in het hoekje waar Betondorp is gepland, aanvangen. Het dorp krijgt een nieuw, eigen rioleringsstelsel. Ongeveer 900 woningen zijn gepland en bekende architecten aangetrokken. Het tuindorp is echt een paradepaardje voor de socialisten, die in 1919 in Amsterdam de macht hebben overgenomen. Zoals gebruikelijk in die tijd vinden er tijdens de bouw wel veel stakingen plaats. Inmiddels doet het communistische dagblad Tribune er veel aan de sfeer rond het socialistische hoogtepunt te verzieken. Zelfs de manier waarop het openbaar vervoer naar het nieuwe dorp geregeld wordt, wordt door hen afgekeurd. De communisten hopen in tegenstelling tot de socialisten nog steeds op een revolutie in Nederland, net als de Russische revolutie in 1917 in Rusland, en die kan alleen plaatsvinden wanneer de arbeiders zo ontevreden zijn dat ze in opstand komen. Het zal nooit gebeuren, maar aan de CPN heeft het niet gelegen.

Inmiddels zijn de eerste bewoners in Tuindorp Watergraafsmeer gearriveerd – het dorp wordt in die jaren ook nog wel het Landbouwkwartier genoemd – die zich niet alleen langs partijlijnen, maar ook via religieuze lijnen beginnen te organiseren. Zo is er in 1925 de eerste poging een Joodse vereniging voor Betondorp te stichten, en vinden er allerlei sociale bijeenkomsten in het dorp plaats, van uiteenlopende gezindtes. Ook vegetariërs laten van zich horen.

De bouw van Betondorp – of is het nou toch Tuindorp Watergraafsmeer? – is voor de Nederlands Hervormden van Watergraafsmeer aanleiding om zich van Diemen af te scheiden, waar ze tot dan toe toe hoorden. Toch zal de eerste protestantse vestiging in Betondorp pas in de 21e eeuw plaatsvinden. De katholieken blijven zich in eerste instantie uit Diemen organiseren – er is trouwens ook bewust geen rekening gehouden met de mogelijkheid van een kerkgebouw in het socialistische heilsdorp – en hebben vanaf 1936 een eigen gebedsruimte in Betondorp en later een kerk, net zoals vanaf de jaren zestig de Heiligen der Laatste Dagen (ook wel de Mormonen genoemd) aan de Zaaiersweg.

In 1925 vindt ook de afronding van de Brink plaats, met verenigingsgebouw en openbare leeszaal. Het dorp is af, en is mooi te zien op een luchtfoto uit de jaren dertig. Er komen nu ook scholen, waarin onder andere Montessori-onderwijs gegeven wordt. Er zijn ook eigen krantjes, en later het blad Oost. De CPN blijft zich om haar moverende redenen verzetten tegen een tram, maar is voor een autobus, die er ook komt. Hij wordt de Kraaienkuip genaamd. Pas in 1940 zal lijn 9 worden doorgetrokken van Oosterpark naar Betondorp. De bezoekende Franse minister van sociale zaken vergelijkt Betondorp met Timboektoe.

Is het gebruik van beton voor het dorp een succes? De baksteenindustrie denkt er het zijne van, en latere analyses geven hen gelijk. Betondorp heet trouwens nog niet zonder meer Betondorp in die tijd, maar eerder Tuindorp Watergraafsmeer. Intussen begint ook het verkeer op de Middenweg steeds meer toe te nemen: behalve de Gooische moordenaar ook steeds meer fietsen, en een enkele auto. Dat levert gevaarlijke situaties op. Diverse verenigingen zenden daarom een adres aan de Gemeenteraad. De eerste misdaden vinden trouwens ook plaats in de buurt, onder wie die van een achtjarige. Overigens zal het met de misdaad in Betondorp sterk meevallen in de loop der tijden, vanwege de intensieve sociale controle. Zo is het dorp ook gebouwd. In 1927 is ook het plantsoen Onderlangs gereed.

Van wie is het Betondorp? Natuurlijk vooral van de sociaal-democraten, die het dorp immers gebouwd hebben. Maar ook de communisten laten nadrukkelijk van zich horen. Toch zullen ze nooit echt voet aan de grond krijgen bij de Betondorpers en blijft hun optreden sectarisch. Er zijn ook nauwelijks ruimtes om in te vergaderen, behalve in het Verenigingsgebouw en in een aantal scholen. Conspireren valt dan niet mee. Bij de verkiezingen is het in de jaren twintig nog toe te staan de straten te beschilderen. Er worden in die tijd mooie foto’s genomen.

In 1929 verschijnt een Volksuniversiteit, een typisch socialistisch ideaal, in Betondorp. De buurtvereniging bestaat inmiddels vijf jaar en viert dat met een feest. De crisis begint inmiddels wel in te zetten. Een taxi-chauffeur beweert het slachtoffer te zijn van jeugdige criminelen; een merkwaardig verhaal. In 1930 wordt het volkstuincomplex Rust en Vreugde opgericht, dat later naar Amsterdam Noord zal verhuizen. Voor de oorlog wordt er vooral voor consumptie gekweekt. Na de oorlog zijn het vooral bloemen. Gerard Reve, die met het communistische gezin waar hij vandaan komt in Betondorp is komen wonen, voelt zich daar weemoedig en somber en zal zich later sterk tegen zijn communistische jeugd in het dorp afzetten. Sommigen vinden hem dan al een griezelig mannetje, anderen lachen zich een ongeluk wanneer hij zijn eigen urine opdrinkt. Zijn geleerde broer Karel publiceert zijn eerste schrijfsels in de Tribune. Intussen gaat de jonge Annie Averink als pionier naar de Krim en zal later grote invloed in de CPN krijgen als vertrouwelinge van Paul de Groot.

De crisis levert grote werkloosheid op en de benodigde politieke en sociale onrust. De werklozen moeten stempelen, en dat valt uit Betondorp niet mee. De socialistische dorpsjeugd zit bij het AJC en bekijkt de Jeugdherbergenfilm. De anarchistische Alarmisten pleiten voor fabrieksbezetting. Pacifisten vallen Ds. v.d. Heide aan. Henk Sneevliet spreekt namens de internationalisten en zal de Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij oprichten. De OSP wordt opgericht. Jan Sitters raakt in coflict met de ANDB. Maar Betondorp blijft gewoon socialistisch stemmen. Ze weten goed welke partij ze dankbaar mogen zijn vanwege het oprichten van het Tuindorp. Veel mensen zijn in maart 1932 aanwezig bij de begrafenis van Mozes Gans, vader van de directeur van de Joodsche Invalide, die vanuit zijn huis georganiseerd wordt.

Betondorpers hoeven niet begraven te worden, aldus een grap uit 1933. Intussen is er ook goed nieuws. In 1934 opent het nieuwe Ajax-stadion en de Brink heet tijdelijk Leninplein. Betondorp begint nu ook zijn eigen bekendheden te krijgen, waar onder schrijver Jan Mens (die graag in Egmond op vakantie gaat), illustrator Wim Bijmoer en populist Louis Schrikkel. De Ghandi van Betondorp, Frederik van Beerenberg, is een bijzonder man. En wat we niet wisten: Pa Pinkelman en Tante Pollewop komen ook uit Betondorp.

Inmiddels nadert de Tweede Wereldoorlog en wordt in 1937 in Spanje gevochten. De katholieke broeders, die zich in de Rozenburgschool gevestigd hebben, krijgen scheurbuik. Pater Schoot gaat naar Chili. De spanningen vanwege de naderende oorlog lopen verder op. Ook de Zionisten vergaderen nu in het Brinkhuis. Een tramconducteur in de Veeteeltstraat doodt zijn vrouw met een pantoffelworp. De oorlog begint in eerste instantie met weinig incidenten. In augustus 1940 vallen er Engelse bommen, waarbij een winkelruit sneuvelt. Inmiddels vinden de eerste activiteiten tegen Joden plaats. Meester Laurens Janszen van de Watergraafsmeerschool accepteert dat niet. Ook de katholieke kapelaan van Betondorp, Menken, verzet zich tegen de nieuwe orde. Er komen nieuwe sportvelden richting Weesperzijde.

Meijer Sluijser, die op de Zaaierweg woont, spreekt Nederland via Radio Oranje uit Engeland toe. Fré Cohen, ook van de Zaaiersweg, neemt een gifpil als ze als onderduikster wordt opgepakt. Honderden Joodse inwoners van Betondorp worden door de nationaalsocialisten vermoord. Er zijn ook veel onderduikers in het dorp. Dokter Wagenaar wordt in 1944 tijdelijk tot burgemeester benoemd. Wanneer een N.S.B.-er zijn huis verlaat, wordt dat geplunderd. Vrij Nederland keurt het af. Pastoor Vriens sticht de Open Deur. De bevrijdingsfeesten na de hongerwinter zijn uitgelaten. Willeke van Ammelrooij woont een blauwe maandag in Betondorp. Sommige Joden vertrekken na de oorlog naar Israël; anderen blijven.

Alhoewel we niets weten over Gereformeerde kerkgang in Betondorp, is er in 1947 wel sprake van een Gereformeerde padvinderij. Ook van de vereniging Bellamy hoorden we nog niet eerder. Op de Olympische Spelen van 1948 in Londen wordt een prijs gewonnen door Betondorpster Truida Bonnet. We zitten volop in de opbouwperiode en er heerst een positieve sfeer. In 1949 bestaat Betondorp officieel 25 jaar. Pastoor Vriens viert in 1950 zijn zilveren jubileum. Drie kinderen ontsnappen aan een dood door gasvergiftiging. Ook de Watergraafsmeerschool, als enige school overgebleven in het vergrijzende Betondorp – niemand wil er ooit meer weg – viert zijn 25-jarig jubileum, net als de Muziekvereniging Tuindorp Watergraafsmeer. Inspecteur van de Woningbouwvereniging Daems jubileert pas in 1959.

Begin jaren vijftig wordt een aantal wielrenrondes in Betondorp georganiseerd. De katholieken bouwen nu ook een echt, wit kerkje in de buurt. Het is het eerste kerkje van Betondorp. Het is de tijd van de koude oorlog, waarin in Betondorp vooral de communisten, die zich sterk aan het organiseren zijn, en socialisten tegenover elkaar staan. Betondorp begint steeds sterker te verouderen. Er zijn weinig vrijwilligers meer te vinden. De scholen zijn op één na dicht. Nieuw is in 1957 de Tuinbouwschool, gevestigd in de Watergraafsmeerschool. In de jaren vijftig is ook in Betondorp de organisatie Bescherming Bevolking actief, in verband met de gevreesde oorlog met de Soviet Unie, waar Stalin door Chroetsjev vervangen is. Betondorp blijft vooralsnog op Stalinistisch standpunt. A.L. Ootjers is meester sloten openmaker en wordt door de hele stad gevraagd. Sommige Betondorpers willen hun bed niet meer uitkomen. Anderen verdiepen zich in geboortebeperking.

Na de oorlog zijn veel huizen in Betondorp bouwvallig geworden. Vanaf 1958 wordt er gesloopt. Alles raakt nu in beweging. De ontevredenheid van de Betondorpse bevolking, waarvan 25% boven de 65 is, begint chronisch te worden. Tot overmaat van ramp vindt er in 1959 ook een overval op het postagentschap plaats die de gevoelens van onbehagen en onveiligheid doet toenemen. Zelfs de katholieken worden betrapt op fraude. Een relatie in de Landbouwstraat leidt tot twee doden. Juist in die tijd stopt de politie met surveilleren in de wijk. En iedereen schrikt zich rot wanneer ’s nachts de sirene afgaat en niet meer wil stoppen.

Er zijn ook mooie zaken te vermelden. Het plantsoen bij Onderlangs wordt vernieuwd, en de Brink krijgt nieuwe banken. Er komt ook een nieuwe bejaardenclub. De sanering der tuinen, die in 1965 plaatsvindt, wordt niet erg gewaardeerd. Inmiddels wordt het verenigingsgebouw opvangruimte voor slachtoffers van calamiteiten in de stad. De apotheek sluit haar deuren en verhuist naar Diemen. De bibliotheek komt leeg te staan. Zelfs jonge voetballers zijn niet meer in Betondorp te vinden, vreest Piet Koekebakker, jeugdtrainer van Ajax, die de doorbraak van Johan Cruijff – we hebben op deze website niet uitgebreid over hem geschreven omdat iedereen in Betondorp zijn verhaal goed kent – blijkbaar nog niet goed op het netvlies heeft. Toch heeft Koekebakker een punt. Voetbalvereniging Watergraafsmeer komt bij gebrek aan jonge Betondorpse leden ernstig in de moeilijkheden.

Alhoewel er onvrede heerst, ontvangt Boer Koekoek in 1966 toch een zeer gering percentage proteststemmen in Betondorp, zelfs het laagste percentage van de hele stad. Dat zal rond 1990 een tikje anders liggen. Maar de huurverhogingen van 1969 worden maar door liefst 240 Betondorpers geweigerd, onder aanvoering van de CPN uiteraard, die zich ook tegen de komst van de Mormonenkerk verzet. Er zou beter een badhuis kunnen komen! En het is aardig dat Ajax het met onze eigen Johan Cruijff het zo goed doet in Europa, maar de overlast van parkerende auto’s wordt daarmee ook steeds groter. Tenslotte weet de CPN Betondorp ook in het geweer te krijgen tegen de aanleg van centrale verwarming.

Een nieuw decennium, een nieuw weekblad en nieuwe problemen. Eerst maar even een oud probleem: de parkeeroverlast door de bezoekers van Ajax. Men weet deze uiteindelijk uit de buurt te krijgen. Dan de nieuwe ring A10, die de volkstuin van Betondorp dreigt te vernietigen. En inderdaad zal de volkstuin op termijn verdwijnen en verplaatst worden naar Amsterdam Noord. Onvrede over de staat van de woningen in Betondorp leidt tot iets nieuws: kraken. Kabouters helpen krakend echtpaar Bobeldijk. Inmiddels wordt nu vol ingezet op renovatie, wat een hoop geld kost. De renovatie zelf stuit ook op klachten van verongelijkte Betondorpers.

Hilarisch is de bezetting van De Vluchthaven in 1974. We zijn dan wel volledig in de jaren zeventig aanbeland. Leo Happé opent intussen een eigen café. Laurens begint in 1975 als een speenvarken te schreeuwen, wanneer er met Japanse vechtstokjes op hem in wordt geslagen. De door zijn echtgenote georganiseerde moord gaat daardoor niet door.

Eind jaren zeventig zingen er geluiden rond dat de fysieke toestand van Betondorp zo slecht is, dat het beter gesloopt kan worden. Dat gaat gelukkig niet door en Jan Schaeffer probeert de huurverhoging die nu eenmaal noodzakelijk is, te minimaliseren door elders geld te halen. Inmiddels verliest Ajax de afscheidwedstrijd van Johan Cruijff met 0-8, wordt Betondorp onveiliger (de burgers rekenen nu standaard de misdadigers in, en niet de politie) en is in 1983 een percentage van bijna 40% van de Betondorpers ouder dan 65 jaar. In Speeltuinland vindt intussen de climax van een strijd af. De slijterij in de Brinkstraat wordt Praathuis; tegenwoordig zit daar café Betondorp.

Het is 1985 en de verouderde wijken in Amsterdam Oost verloederen. Anders dan elders in de stad is er geen invloed van de kraakbeweging. Wel zijn er activisten, die door het welzijnswerk ondersteund worden, De bewoners worden steeds ouder en bozer en voelen zich door de overheid in de steek gelaten. De renovatie is nu rond, maar dat leidt alleen maar tot huurverhogingen, en wat Betondorp werkelijk nodig heeft is nieuw bloed. Henk Raaff maakt in 1985 een documentaire over het dorp, waar het niet goed gaat. In 1990 stemt 13% van de inwoners op de Centrumdemocraten. In 1991 wordt een bekende Betondorper in lijn 9 door twee medepassagiers doodgestoken. De vergrijzing zet verder door. In 1993 wonen nog maar 90 kinderen in Betondorp. Het proletarisch winkelen neemt toe. Tot zover de geschiedenis van Betondorp tot 1995. Die laatste jaren leveren een somber beeld op.

Wanneer men kijkt naar de situatie in Betondorp van vandaag de dag, dertig jaar later, valt op dat er enorm veel verbeterd is. Dit heeft zeker ook te maken met de komst van nieuwe bewoners. We hebben de periode na 1995 niet verder onderzocht. Maar het ziet er naar uit dat het uitsterven van de generatie eerste bewoners bijgedragen heeft aan het opleven van de wijk.

Het laatste woord is daar natuurlijk nog niet over gezegd en we laten het aan onze opvolgers over een en ander te onderzoeken. Wel willen we de lezer die een beeld wil krijgen over vandaag de dag, graag verwijzen naar de pagina met interviews, die een geheel nieuw, positief en actief beeld van Betondorp vertonen. Partijen als Participatie Betondorp, Veerkrachtig Betondorp, Betondorp Bloeit, Betondorp Live en vele anderen dragen hieraan bij. En natuurlijk wil ik in het bijzonder Annie du Croq noemen, met wie ik samen de eerste uitgave van het boekje over Joods Betondorp uitbracht.

Ook moet de positieve invloed van Eetcafé de Avonden van de familie Kraamwinkel genoemd worden, en de inzet van onder andere – voor zover ik het beperkt in beeld heb – Andy Knijpinga, Frank Stork en Eric Meursing. Het zijn er nog veel meer. De sfeer is veranderd. De initiatieven zijn vandaag de dag teveel om allemaal op te noemen. Zie ook de Focusopgave Betondorp van Stadsdeel Oost. We hopen dat deze frisse nieuwe ontwikkelingen doorzetten en laten het aan een ander om te zijner tijd de geschiedenis van Betondorp na 1995 te schrijven. Dat zij zo.

Neem anders ook nog eens een kijkje op de pagina Links, Bibliotheek Betondorp of Beroemde Betondorpers.

Overigens is dit niet de site van welzijnsorganisatie Dynamo en Stadsdeel Oost, die samen begeleiding en subsidie aanbieden bij de viering van 100 jaar Betondorp, maar een particulier initiatief. Iedereen die het leuk vindt mee te doen, geïnterviewd te worden of geschiedkundige informatie te bieden, is van harte welkom mee te doen. Dit zal dan echter niet onder de vleugels van Dynamo en Stadsdeel Oost zijn.

Rogier Schravendeel