Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1971-1980

Huurverhoging

In 1980 wordt er hard onderhandeld door Jan Schaeffer, de Amsterdamse wethouder, en Minister Blokland van Huisvesting en Ruimtelijke Ordening. De renovatie van Betondorp kost geld, erg veel geld, en het Rijk draagt bij. Voorwaarde is wel dat de huren in Betondorp omhoog gaan, gebaseerd op een redelijke marktwaarde. Jan Schaeffer op zijn beurt probeert er zoveel mogelijk voor de Amsterdamse huurders uit te halen.

Men wordt het uiteindelijk eens op een richtlijn per 1 juli 1983 voor de gerenoveerde Betondorpse woningen van fl. 271-314 voor woningen met gemiddeld 2,2 verblijfseenheden, en fl. 423 voor woningen met gemiddeld 4,5 verblijfseenheden. Daarbij komt nog de 6 % huurverhoging die in 1980 zal worden geheven. Daarmee stijgen de huren aanmerkelijk en moet de gemiddelde Betondorper de broekriem gaan aantrekken. Het is crisis, ook in Betondorp.

Categorieën
Nieuws en interviews

Dominik Sprenger

Vandaag, zaterdag 13 augustus 2022, is er weer een aflevering van het onvolprezen Brink op zaterdag. Deze keer een heel bijzondere, want met optreden van Dominik Sprenger.

Dominik is van beroep vooral gitaardocent, maar hij heeft een prachtige stem. Ga vooral kijken vandaag op de Brink, tussen 13 en 15 uur. Ook zijn er optredens van Lindy de Booij, het Brinkkoor en het koor Zeeburg Zingt. Wel zal het een beetje warm worden zaterdag: ongeveer 31 graden. Drink voldoende!

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1931-1940

Scheurbuik

Volgens Gerard Reve in zijn boek Moeder en Zoon kregen de katholieke broeders die in de jaren dertig in de Rozenburgschool gevestigd waren bijzonder slecht te eten. Een anecdote.

Ik kon niet anders doen dan nog wat blijven nazitten. Bij het derde kopje dunne koffie – met melk en suiker, die ik beide al bij het eerste kopje was vergeten te weigeren – ging de vrouw mij nog snel vertellen wat haar over de congregaatsie in de vroegere Rozenburgschool bekend was. Ze stierven daar van gebrek, ze leden honger. Wat ze des winters bijvoorbeeld te vreten kregen? Andijvie uit het zout, Gerard, uit de Keulse pot, elke dag. Bestond dat nog, die manier van conserveren waarbij van de groente letterlijk niets overbleef dan een soort koestrontkleurige cellulose?

Van lieverlede hadden de broeders scheurbuik gekregen, haaruitval en raadselachtige builen. Door een samenloop van omstandigheden was er, mogelijk door een onderlinge vervangingsdienst van artsen die blijkbaar de geloofsbelijdenis overspande, aan het ziekbed van een broeder een niet-kantholieke arts verschenen. Deze ketter, scheurmaker of atheïst had eens geïnformeerd naar wat men zoal at en had tenslotte de van God gewilde koppeling van katholicisme aan scheurbuik niet willen inzien. “Die troep in ieder geval niet meer eten”, had hij gezegd. De broeders hadden daar wel oren naar, maar de abt wilde er niets van horen. Inderdaad was hij de enige die niets mankeerde, misschien door een aparte voorzieningheid Gods, misschien ook omdat hij de enige was die zich buiten de deur, op bruiloften, partijen en communie feestjes geregeld aan gewoon mensenvoedsel te buiten kon gaan.

Katholieken zijn weliswaar laffe mensen, die zich niet gauw tegen enig gezag durven verzetten, behalve als dit gezag zwak en humaan is, en een democratische tolerantsie voorstaat, maar de roomse lafheid van onze broeders, al hun schijterigheid bij elkaar gevoegd, resulteerde toch in een typies katholieke stoute jongens revolte: men besloot zich, buiten de abt om, in het geheim van de pekelandijvie in het vat te ontdoen, en loosde op één nacht de inhoud van alle keulse potten in één en dezelfde plee. De afvoer geraakte verstopt, en het riool moest tot buiten toe, onder het plaveisel van het Zuivelplein, door gemeentearbeiders worden opengebroken. “Ja, ja, het is toch wat.”

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1971-1980

Kwetterende rovers

Op 2 april 1980 wordt postagentschap en sigarenwinkel op de Landbouwstraat, in beheer van Jan Jansen, bezocht door een grote groep mensen: Tohir R. en zes vrouwen. Deze personen zijn afkomstig uit Lelystad en zigeuner. Terwijl de winkelier afgeleid wordt door de rest van het gezelschap, sluipt een der vrouwen naar de kluis, weet deze te openen en gaat er met 56.000 gulden vandoor, waaronder 22.000 gulden privé-kapitaal van Jansen. Er volgt nog een korte schermutseling, waarbij de sigarenwinkelier zijn geld probeert terug te krijgen, maar de groep is snel buiten en ontsnapt. Een achtervolging samen met een nabije slager heeft kent geen resultaat. Wanneer Tohir R. later door de politie wordt aangehouden, is niets meer van de buit terug te vinden.

In deze tijd is de rechter mild. Dochter Luba, 18 jaar, die het geld uit het kluisje haalde, krijgt een straf van 16 weken tuchtschool, precies de periode van voorarrest, zodat zij direct weer vrijkomt. De overige dieven krijgen lagere straffen, zodat ook zij vanwege het voorarrest direct op vrije voeten komen. Het geld is en blijft verdwenen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1981-1990

Wegwezen

De actiegroep Wegwezen dient in juli 1981 een bezwaarschrift in tegen de aanleg van het oostelijk deel van de Ringweg A10. De geluidshinder voor woningen zal ontoelaatbaar toenemen als de weg wordt aangelegd. Daarbij zal er groen verdwijnen nabij Betondorp en valt te vrezen dat de aanleg van het beoogd dijklichaam van de weg de funderingen van de Betondorpse woningen ernstig zal verstoren. Verkeersvoordeel verwacht de actiegroep niet van de ring. Zoals bekend is deze er echter toch gekomen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

De afronding van de Brink

Van Hamersveld

De bouw door de Gemeente van een openbare leeszaal en een verenigingsgebouw aan de Brink in Betondorp zijn in 1925 geen vanzelfsprekendheid. Een zestal raadsleden, waaronder de katholieken Ferdinand Wierdels en Alexander van Hamersveld, de Christelijk-Historische Andrianus Rutger Ophorst en W.J. Carels van de Middenstandspartij, dient namelijk een voorstel in om bebouwing van de Brink door particulieren toe te staan, in plaats door de Gemeente of door woningbouwverenigingen. Dit zou ongetwijfeld gunstig voor de gemeentelijke schatkist zijn. De Gemeente heeft al aangegeven het programma rond de Brink niet te kunnen bouwen met het toegestane regeringsvoorschot. Zou dan niet bezuinigd kunnen worden wat betreft de beoogde openbare leeszaal en het beoogde verenigingsgebouw?

Weliswaar beweren B&W dat het verenigingsgebouw per jaar 2.000 gulden op gaat leveren en de openbare leeszaal 1.700 gulden, maar waar is dat op gebaseerd? En waarom moet de Gemeente nog meer middenstanderswoningen rond de Brink bouwen, terwijl elders in de stad juist dat soort woningen leeg staan? Beter zou zijn de bebouwing van de gronden rond de Brink door particulieren te laten geschieden, terwijl er dan een reservering gemaakt zou kunnen worden voor openbare gebouwen.

Monne de Miranda

Er volgt een bijdrage van de gezondheidscommissie. Die is van oordeel dat 9 van de 10 systemen toegepast in de betonbouw, op financieel gebied hebben gefaald: de kosten in beton zijn hoger dan de gebruikelijke bouwkosten. Daarom adviseert zij baksteenbouw. De directeur van de Woningdienst is het hier inmiddels niet mee eens. Beton is zeker niet duurder in de aanleg.

Wethouder De Miranda houdt het voorstel de Brink door de Gemeente te laten afbouwen overeind. Er is nu eenmaal sprake van een architectonisch plan, een geheel, en dat moet men nu niet vanwege het particuliere initiatief van een twintigtal woninkjes – De Mirande spreekt zich overigens nadrukkelijk en bewust niet tegen particuliere bouw uit – torpederen. Wel is het waar dat baksteen momenteel veel goedkoper is dan destijds. De kwestie of er een Openbare Leeszaal en dat soort voorzieningen moeten komen, is geen kwestie, want wil men bewoners houden in dergelijke dorpen, dan moet men er voor zorgen dat het wonen door het stichten van dergelijke voorzieningen ook aantrekkelijk is. Daarbij is de begroting met de verwachte exploitatieopbrengst kloppend.

Na het welsprekend betoog van De Miranda wordt er gestemd. Het tegenvoorstel van de indieners wordt met een ruime meerderheid verworpen en het voorstel van B & W aangenomen.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1924-1930

Het vijfjarig bestaan van de buurtvereniging

Op zaterdag 21 september 1929 is de viering van het vijfjarig bestaan van het verenigingsgebouw op de Brink. Het socialistische dagblad Het Volk doet er maandag 23 september 1929 verslag van.

Het vijfjarig bestaan der buurtvereeniging

De buurtvereeniging “Amsterdam-Oost” bestaat thans vijf jaar. Zij heeft in die jaren de vele aparte belangen behartigd van vele bewoners van het Betondorp, dat door ligging en bouw zulk een uitzonderlijke positie ten opzichte van de groote stad inneemt.

Vijf jaar… een lustrum dus. Men heeft dit heugelijke feit voor het Oostelijkste gedeelte der stad niet onopgemerkt willen laten voorbijgaan. Zoo was er dan j.l. Zaterdag receptie in het vereenigingsgebouw op den Brink van dit stadsdorpje, welk het gemeentebestuur hiertoe belangeloos had afgestaan. Op het podium, omringd door een weelde van bloemen, troonde het dagelijksch bestuur. In de zaal zaten de gasten, feestelijk met rozen getooid. En zij werden naarstig door de dames bediend van thee, gebakjes en snoeperij, dat alles door veschillende winkeliers gratis was verstrekt.

Een dameskomitee bood der vereeniging een groot banier aan. En de voorzitter der vereeniging, p.g. G. van Pareren, sprak hartelijke woorden. Hij dankte allen, die in de afgelopen jaren werkten voor de vereeniging. Nog is er veel te wenschen en wel het meest een goede speeltuin voor “Oost”. Spr. hoopt, dat het gemeentebestuur hierin spoedig zal voorzien.

Verscheidene vertegenwoordigers van zustervereenigingen voeren het woord en prezen den arbeid, dien de jubileerende vereeniging, hoe jong ook, reeds heeft verricht. De voorzitter toonde zich zeer erkentelijk voor de vriendelijke hulde. “En”, zeide hij met trots, “hunne woorden vinden hun oorsprong in de daad.”

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1981-1990

Kinderen weg, ouderen blijven

Waar in 1960 maar liefst 25% van de Betondorpers bejaarden zijn (in tegenstelling tot 10% elders in de stad), blijkt dat percentage in 1983 inmiddels opgelopen te zijn tot 36,8%. In tegenstelling tot andere delen van de stad lijkt de opmars van nieuwe bewoners – studenten, krakers, immigranten – nog niet echt op gang te zijn gekomen. Voor hen is Betondorp nog een tamelijk gesloten bolwerk. Betondorp is daarmee veruit de meest bejaarde wijk van Amsterdam. Tuindorp Nieuwendam komt met 30,5% op een goede tweede plaats.

Inmiddels is vandaag de dag (2022) het aantal bejaarden in de wijk weer aardig wat gedaald. Het is nu nog 24,16% en Betondorp is daarmee niet langer de wijk met het hoogste percentage aan mensen boven de 65. Dat is nu Buitenveldert, nl. 26,41%. Derde is Tuindorp Nieuwendam met 23,18%. Het minste bejaarden in Amsterdam kent IJburg Oost. Het percentage is daar zelfs 0%. Ook Amstel III/Bullewijk, met maar 1% bejaarden, IJburg Zuid (4%), het Zeeburgereiland (4%), Zuidas (4%), IJburg West (5%) en Sloterdijk (5%) hebben een laag percentage bejaarde bewoners.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1951-1960

Bedlegerigheid

Hoe krijg je iemand het bed uit, die weliswaar klachten heeft maar niet in bed hoort te blijven liggen? Dit was een vraagstuk waarmee de latere hoogleraar H.J. Dokter in het begin van zijn carriere geconfronteerd werd, toen hij in 1957 een praktijk overnam in Betondorp. In het NRC van 26 januari 1984 vertelt hij daarover.

Na mijn artsexamen en militaire dienst kreeg ik de gelegenheid een huispraktijk over te nemen, in 1957. Die huispraktijk lag in een wijk van Amsterdam die officieel Tuindorp-Watergraafsmeer heette. Dat is een project van sociale woningbouw uit de jaren twintig geweest waarin voor het eerst arbeiderswoningen werden gebouwd van beton; vandaar de officieuze naam “Betondorp”. Dat was een heel interessante buurt, ingesloten tussen sportparken, de Nieuwe Ooster Begraafplaats, Duivendrecht en Diemen. In dat “Betondorp” leefde ook toen ik er kwam nog heel sterk de socialistische zelfbewustwordingstendens van de arbeiders waarmee dat dorp destijds was gebouwd; de werken van Troelstra, Heijermans en dergelijke stonden daar in de kast en werden ook gelezen. De mensen die daar woonden hadden de strijd om het socialisme zelf gestreden en leefden erg bewust.

Meteen in het begin van die praktijk is iets gebeurd wat voor mijn ontwikkeling in de huisartsengeneeskunde kolossaal belangrijk is geweest; de confrontatie met een probleem dat nu ook nog voor veel jonge huisartsen die zich vestigen enorm belangrijk is. […] Want er zijn natuurlijk heel wat mensen met wie je een prima relatie kunt opbouwen, maar er zijn er ook die elke week op je spreekuur zitten en waarvan je dan moet vaststellen “daar kom ik nu nooit meer van af.” Dat zijn mensen die met alle mogelijke klachten bij je komen maar die je niet echt kunt helpen om de eenvoudige reden dat ze niet te helpen zijn.

Met dat dilemma, met de vraag “wat moet ik in vredesnaam dien met die mensen die maar komen klagen en waar ik me echt geen raad mee weet?” werd ik dus in het begin van mijn praktijk geconfronteerd. Daar had ik in mijn opleiding natuurlijk nooit iets over gehoord, en een van de karakteristieke verhalen die ik daar meegemaakt heb gaat over een vrouw van een jaar of zestig bij wie beide borsten waren geamputeerd wegens kanker. Ze was nog steeds onder behandeling van het Antoni van Leeuwenhoekhuis en had, misschien als gevolg van een nabestraling, ook een te lage functie van de schildklier. Die vrouw lag in bed, en als je daar eens goed naar keek kon je je afvragen “waarom ligt die vrouw eingelijk op bed?!” Dar was helemaal geen aanleiding toe. Ze was weliswaar niet gezond, maar ze was evenmin zo ziek dat ze de hele dag in bed moest liggen. Nu krijg je als huisarts in zo’n dorp natuurlijk al gauw een relatie met de wijkverpleegkundige en we waren het al gauw samen over eens dat die vrouw het bed uit moest.

Je ziet het voor je: een jonge dokter en een wijkverpleegster, ook net nieuw in de wijk, die denken ‘dat zullen wij eens even fijn voor mekaar krijgen’. Maar we zijn er compleet op stukgelopen. Die vrouw is zolang ze leefde elke maand per ambulance naar het Antoni van Leeuwenhoekhuis vervoerd en ik heb haar nooit anders dan in pyama gezien; het is ons allebei niet gelukt haar in de kleren te krijgen. Je stuit dan als dokter op een stuk machteloosheid van de geneeskunde… – nee, je stuit op een stuk macht van de patiënt waarop je, als die patiënt echt niet zelf wil, finaal stukloopt. Daar heb je als arts totaal geen antwoord op en op een gegeven moment moet je een modus vinden waarin je dat dan maar accepteert. Ik ging ten slotte alleen nog maar een of twee maal per maand bij haar op bezoek om het geheel leefbaar te houden.

Categorieën
Geschiedenis Geschiedenis 1981-1990

Mevrouw Witstijn treedt op

Wanneer mevrouw Witstijn (60) uit Betondorp in maart 1984 getuige is van een overval door twee straatrovers, waarbij iemand een tas ontstolen wordt en geen van de toeschouwers een vinger uitsteekt, wordt zij woedend. Zij gaat met een in de snelheid gecharterde auto de overvallers achterna, laat ze klemrijden en sleept er een de auto in. De andere overvaller wordt door mevrouw Witstijn bij de arm genomen en ingeleverd bij bureau Linnaeusstraat. Althans, dat is de bedoeling. Bureau Linnaeusstraat is echter op dat moment onbemand. Er wordt niet open gedaan en blijkbaar zijn de bijbehorende agenten op dat ogenblik iets anders aan het doen. Een en ander leidt er toe dat de man weet te ontsnappen. De andere overvaller zit echter nog steeds vast in de auto. Deze wordt door mevrouw Witstijn en chauffeur dan maar afgeleverd bij bureau IJtunnel, dat gelukkig wel open blijkt te zijn. Hoe het verhaal van beide straatrovers voor de rechter verder is gegaan weten we niet, maar wel wordt mevrouw Witstijn uitgebreid gehuldigd in de Telegraaf, op de foto hieronder met twee agenten. Witstijn wordt door de krant liefkozend ‘Pepper’ genoemd, naar de rol van Angie Dickingson in een dan beroemde politieserie Police Woman, die door de TROS op dat moment werd uitgezonden als Pepper.